ZHANG WEIWEI en GITA WIRJAWAN (Opinie*)
Vertaling van het lange interview How Chinese Politics Works: By Deng’s Former Translator, gepubliceerd op Global Thinkers substack, 24 juni 2026. Ziehier de laatst aflevering: China- model voor een multipolaire wereldorde. En … andere landen zijn vrienden of kunnen het worden.

*Let wel: Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteurs, in dit geval de interviewer en de geïnterviewde. Wij wijzen er bovendien op dat professor Zhang Weiwei in dit interview (als eminent academicus) zijn privévisie geeft en hier niet optreedt als woordvoerder van de CPC of de Chinese regering.
De buitenlandse politiek van China in de eigen regio
China-ASEAN: veelbelovend model voor een toekomstige multipolaire wereldorde
Link naar het Engelse origineel China-ASEAN: A Promising Model for a Future Multipolar World Order
Gita Wirjawan: Je zei: ‘Het Amerikaanse model … bevoordeelt een kleine minderheid en geeft het kapitaal meer macht’. Dat is waar, vooral als we niet alleen kijken naar inkomensongelijkheid, maar ook naar vermogensongelijkheid – als 1% van de bevolking een onevenredig groot deel van de economie in handen heeft. Dat is echt ongezond.
Ik wil graag terugkomen op wat je eerder zei over de Chinese visie op globalisering. Intuïtief lijkt het erop dat China streeft naar een pluralistische vorm van globalisering – een vorm die samenwerking bevordert en tegelijkertijd de culturen van de partners respecteert. Als we kijken naar de handelscijfers van de afgelopen jaren, is de Chinese export naar de Verenigde Staten gedaald van 23% naar ongeveer 12-13% van de totale export. Voor mij weerspiegelt dit een bewuste strategische verschuiving naar een grotere focus op het Mondiale Zuiden. Ik kom zelf uit het Mondiale Zuiden, dat 84% van de wereldbevolking uitmaakt – ongeveer 7 miljard mensen. China investeert in deze 7 miljard mensen, en deze 7 miljard mensen investeren op hun beurt ook in de 1,4 miljard inwoners van China. Hoe zorgt pluralisme er volgens u effectief voor dat deze samenwerking het Zuiden in staat stelt om vooruit te komen – niet alleen in mondiale waardeketens, maar ook in de mondiale geopolitieke orde – en tegelijkertijd de al bestaande strategische autonomie van de partners uit te breiden?
Zhang Weiwei: Ten eerste, wat betreft globalisering: we zien een duidelijke trend van de-globalisering in het Westen, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Maar naar mijn mening hebben de VS en het Westen enorm geprofiteerd van de globalisering. Het echte probleem ligt in de oneerlijke binnenlandse verdeling: de grote bedrijven hebben het grootste deel van de winst voor zichzelf gehouden zonder deze te delen met gewone mensen. China is over het algemeen een van de grootste begunstigden van de globalisering geweest. Hoewel bedrijven als Microsoft en Apple 80-90% van de winst voor zich opeisten, terwijl Chinese werknemers minder dan 10% ontvingen, heeft die 10% het leven van die werknemers toch drastisch verbeterd. Daarom staan de meeste Chinezen nog steeds achter de globalisering. Maar als de Verenigde Staten ervoor kiezen om die trend af te wijzen, kunnen wij daar weinig aan doen. China lanceerde het Belt and Road-initiatief (BRI) zo’n 13 of 14 jaar geleden. Vandaag de dag is het uitgegroeid tot ’s werelds grootste platform voor gezamenlijke ontwikkeling, met Zuidoost-Azië en de ASEAN als sleutelregio. Ik ben hier erg blij mee, omdat Zuidoost-Azië enorme behoeften op het gebied van infrastructuur heeft die lange tijd zijn verwaarloosd – zowel door westerse politieke systemen als door instellingen zoals de Verenigde Naties.
In het kader van het BRI-initiatief is al meer dan 2 biljoen dollar geïnvesteerd. Er zijn meer dan 150 landen bij betrokken. Dat is een zeer positief teken. Hoewel u zich bescheiden opstelt ten aanzien van de ASEAN, kan ik zeggen dat de samenwerking tussen China en de ASEAN veel succesvoller is geweest dan die tussen de VS en de EU. De betrekkingen tussen China en de ASEAN rusten op drie belangrijke pijlers: ten eerste ontwikkeling – beide partijen stellen de verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking bovenaan de agenda. Ten tweede veiligheid – China steunt de ASEAN als motor van verandering, bijvoorbeeld bij kwesties als kernwapenvrije zones. Ten derde de dialoog over cultuur en beschavingen. We spreken over de wijsheid van de ASEAN, de Chinese wijsheid en de Aziatische wijsheid – strategisch geduld, twee stappen vooruit en één stap achteruit, oplossing van geschillen door middel van onderhandelingen. Kijk daarentegen eens naar wat de VS en de EU in de praktijk doen: Rusland uitsluiten, Duitsland onderdrukken, Amerika verankerd houden in Europa. Deze NAVO-filosofie, toegepast in heel Europa, heeft de Europese belangen geen goed gedaan en heeft geleid tot ‘lose-lose-, multi-lose’-uitkomsten. In Azië, met name waar China en de ASEAN samen 2 miljard mensen vertegenwoordigen, hebben we ‘win-win-, multi-win’-resultaten bereikt. Ik hoop dat deze trend zich voortzet. Ik geloof zelfs dat dit als een uitstekend model zou kunnen dienen voor een nieuwe multipolaire wereldorde.
De wereld verandert in een fascinerend tempo. We evolueren van unipolariteit naar multipolariteit. De groep van ‘BRICS-landen’ telt intussen 11 leden, die samen goed zijn voor 40% van het mondiale bbp – waarmee ze de 30% van de G7 overtreffen. Tegelijkertijd verschuiven we van de invloed van één enkele beschaving naar de invloed van meerdere beschavingen. Steeds meer landen definiëren zichzelf als ‘beschavingsstaten’.
Ik denk dat Indonesië uiteindelijk ook aanspraak zou kunnen maken op deze betiteling. Met zijn duizendjarige geschiedenis leven de islamitische, Chinese en westerse beschavingen in dat land harmonieus naast elkaar. Dat is heel belangrijk. Uiteindelijk ben ik van mening dat ook de ASEAN een hoger ‘Dao’ nodig heeft – om een ‘beschavingsgemeenschap’ op te bouwen. Alleen met zo’n ‘Dao’ kan de ASEAN ‘Shu’-kwesties – procedurele en specifieke praktische problemen – gemakkelijker oplossen.
Gita Wirjawan: Even terugkomend op het Mondiale Zuiden, waarvan Zuidoost-Azië deel uitmaakt (hoewel Singapore en Brunei met hun ontwikkelde economie een uitzondering vormen). Hier speelt een politiek-economisch argument. Voor landen in het Mondiale Zuiden blijft samenwerking beperkt als ze geen technologieoverdracht uit China kunnen verkrijgen. Maar als er wel technologieoverdracht plaatsvindt, kunnen ze opklimmen in de waardeketens en in de mondiale geopolitieke orde, en dan staat er bijna geen rem op de samenwerking. Ik denk dat dit een overtuigende reden is voor een diepere, duurzame samenwerking tussen China en het Mondiale Zuiden. Is dit een logisch vervolg op uw redenering?
Zhang Weiwei: De leidende principes van China voor het Belt and Road-initiatief zijn ‘uitgebreid overleg, gezamenlijke inbreng en gedeelde voordelen’. Gezamenlijke inbreng en gedeelde voordelen omvatten natuurlijk het delen van technologische kennis, maar dit moet wederzijds voordelig zijn en een win-winsituatie opleveren. De meeste Chinese bedrijven die momenteel aan BRI-projecten werken, zijn particuliere ondernemingen. Om projecten te laten slagen, hebben ze commerciële prikkels nodig. Die projecten kunnen niet uitsluitend door staatsbedrijven worden aangestuurd.
Ik herinner me dat China in 1978 of 1979 in Shanghai de lifttechnologie van het Zwitserse Schindler wilde importeren. Het Zwitserse bedrijf zei dat het de technologie zou overdragen, maar eiste daarvoor een eerlijke en redelijke prijs. China ging hiermee akkoord, en er werd een grote hoeveelheid Duitstalige documenten doorgestuurd. Het feit dat we die documenten konden ontvangen en vertalen, laat zien hoe belangrijk de basis was die in de eerste dertig jaar onder Mao was gelegd. We hadden voldoende Duitstalige vertalers en ingenieurs opgeleid die, ook al was hun taalbeheersing niet perfect, de bouwtekeningen en ontwerpen konden begrijpen. Het lokaal opbouwen van technologische capaciteit is dus cruciaal. Ik denk dat veel zaken stap voor stap moeten worden aangepakt. In zijn contacten met westerse bezoekers, zei Deng Xiaoping altijd: als jullie technologie aan China overdragen, zullen jullie daar uiteindelijk ook van profiteren, omdat jullie een grotere markt creëren en meer consumenten aantrekken. Dit is een win-winsituatie. We moeten de zaken op deze manier bekijken. Je kunt de overwegingen van beide partijen met Chinese bedrijven bespreken en tot een gemeenschappelijke basis komen. China heeft een groot aantal talenten opgeleid. Ik bezoek Afrika één of twee keer per jaar. Tijdens de Chinees-Sovjet-wittebroodsweken in de jaren vijftig hielp de Sovjet-Unie bij de opleiding van ongeveer 20.000 Chinese ingenieurs en wetenschappers, die een cruciale rol speelden in de ontwikkeling van China.
China heeft inmiddels nog meer mensen opgeleid voor Afrika – waarschijnlijk 40.000 tot 50.000 ingenieurs en wetenschappers – en dit proces gaat door. Het is ook van groot belang om deze in China opgeleide talenten zo goed mogelijk in te zetten. De ontwikkeling van menselijk kapitaal vormt een essentieel onderdeel van het Belt and Road-initiatief.
Gita Wirjawan: Precies. Ik wil daar nog één punt aan toevoegen: in de meeste Zuidoost-Aziatische landen heeft 80 tot 90 procent van de gezinshoofden geen universitaire opleiding genoten. Hun enige hoop is daadwerkelijke investering in goede leraren. Wanneer ouders zelf geen hogere opleiding hebben genoten, wordt het kiezen van goede leraren van cruciaal belang. Ik heb zelf voor de klas gestaan en weet hoe belangrijk schaalbaar onderwijs is.
Ik ben er vast van overtuigd dat investeren in leraren – investeren in uitmuntende leraren – precies is wat Deng Xiaoping, Lee Kuan Yew en andere grote leiders hebben gedaan. Dit is het gebied waarop Zuidoost-Azië aanzienlijk moet verbeteren (met Singapore als uitzondering, aangezien dat land al sinds het begin van de jaren zestig consequent in uitstekende leraren heeft geïnvesteerd).
Zhang Weiwei: Misschien zouden China en de Verenigde Staten veel uitgebreider kunnen samenwerken op het gebied van onderwijs en diverse opleidingsprogramma’s. Een ander belangrijk aspect van onderwijs is beroepsopleiding. Toen we bijvoorbeeld Laos hielpen bij de aanleg van zijn spoorweg, heeft de spoorwegschool in Shanghai veel lokale technici opgeleid. Ze hebben veel geleerd, en nadat het project was voltooid, werden veel operationele taken overgenomen door Laotiaanse ingenieurs en arbeiders. Dit toont de daadwerkelijke impact aan van technologische opleidingen die in Chinese projecten zijn geïntegreerd – zoiets is zeer effectief.

Gita Wirjawan: Ik ben ook van mening dat Zuidoost-Azië meer moet investeren in onderwijs omdat de economische ongelijkheden binnen de regio enorm zijn. Sommige landen kennen een inkomen per hoofd van de bevolking van 91.000 dollar. In andere is het gemiddelde minder dan 2.000 dollar. Ik denk dat dit grotendeels te wijten is aan enorme verschillen in opleidingsniveau, en deze kloof moet worden aangepakt. Misschien is dit een gebied waarop China een nuttige rol kan spelen – of het nu gaat om beroepsonderwijs, hoger onderwijs of algemene ondersteuning van het onderwijs. China heeft uitstekend werk verricht door onderwijs tot een prioriteit te maken.
Zhang Weiwei: Ja, ik denk dat er enorme mogelijkheden zijn voor samenwerking op onderwijsgebied. Als universiteitsprofessoren moeten we dat stimuleren. We sturen ook jonge wetenschappers als gastonderzoekers naar ASEAN-landen om meer te leren over de Aziatische cultuur en de ASEAN-landen. We hopen dat meer Chinezen Zuidoost-Azië zullen leren begrijpen. Over het algemeen heeft China een zeer positieve indruk van Zuidoost-Azië. Ik herinner me wat de voormalige Chinese premier Zhu Rongji zei tijdens de ondertekeningsceremonie van de vrijhandelsovereenkomst tussen China en de ASEAN: ‘Als onze ASEAN-vrienden over tien jaar vinden dat enig onderdeel van de overeenkomst oneerlijk is voor de ASEAN, kunnen we daarover opnieuw onderhandelen.’
Gita Wirjawan: Dat herinner ik me nog.
Zhang Weiwei: Dit is de Chinese beschaving – ruimdenkend en genereus. We zijn bereid anderen te helpen, en we hebben hulp van anderen aanvaard. Het is altijd wederzijds geweest, of het nu direct of indirect was. Zelfs met een land als de Filippijnen, waarvan veel Chinezen vinden dat het voor conflicten zorgt, kijken we naar de langere termijn. Als het de Verenigde Staten waren geweest, zouden ze de Filipijnse marine allang hebben vernietigd. Maar de Chinezen hebben tot nu toe alleen waterkanonnen ingezet. Daarachter schuilt een langetermijnvisie: het Filipijnse beleid gaat heen en weer, maar het Filipijnse volk is onze vriend. Natuurlijk heeft die tolerantie ook grenzen.
Ik ben van mening dat China en de VS, als beschavingsstaten, diepgaande culturele verschillen vertonen. Voor Amerikanen is het óf vriend óf vijand. Voor de Chinezen geldt: als iemand vandaag geen vriend is, dan is hij een potentiële vriend. Deze langetermijnvisie vormt een belangrijke garantie voor het behoud van vrede in de internationale betrekkingen.
Chinese filosofie: je bent een vriend, of je kunt het worden
Link naar het Engelse origineel Chinese Philosophy: You Are Either a Friend, or a Future Friend
Gita Wirjawan: Ik ben er vast van overtuigd dat Zuidoost-Azië fors moet investeren in onderwijs en uitstekende docenten, net zoals China dat heeft gedaan. Mijn voorlaatste vraag gaat over India. Dat land heeft afgezien van deelname aan de RCEP. Hoe ziet u een betere samenwerking tussen China, de ASEAN en India?
Zhang Weiwei: In grote lijnen deel ik uw inschatting dat een toekomstig samenwerkingskader tussen China, de ASEAN en India heel goed mogelijk is. De ‘olifant in de kamer’ is echter de bilaterale relatie tussen China en India – met name de vraag hoe deze twee reusachtige beschavingen een duurzame modus vivendi kunnen vinden. Op basis van mijn observaties meen ik dat de belangrijkste knelpunten aan Indiase zijde liggen.
China kent geen structurele hindernissen. Ons leiderschap bestaat uit strategen die op de lange termijn denken. Hoewel het grensgeschil ons belangrijkste knelpunt blijft, heeft Beijing consequent volgehouden dat we deze territoriale meningsverschillen opzij kunnen zetten om bredere bilaterale banden te bevorderen – of zelfs soevereiniteitsgeschillen helemaal terzijde kunnen schuiven ten gunste van gezamenlijke ontwikkeling. Zoals Deng Xiaoping ooit treffend opmerkte, zullen toekomstige generaties wellicht wijzer blijken te zijn dan wij en de ultieme oplossing vinden. China heeft deze strategische flexibiliteit altijd behouden en zoekt naar pragmatische wegen waarop twee oude beschavingen hun meningsverschillen kunnen overbruggen. India kampt echter met twee diepgewortelde binnenlandse hindernissen. Ten eerste blijft de herinnering aan het grensconflict van 1962 een deel van het Indiase militaire establishment dwarszitten. Ten tweede blijven de meeste grote Indiase media uiterst vijandig tegenover China. Gezien de unieke institutionele invloed van het leger en de enorme invloed van de media op de publieke opinie, zal het tijd vergen om deze kloof te overbruggen – tenzij er een uitzonderlijke leider opstaat die zowel de visie als de politieke moed bezit om de impasse te doorbreken. Dit is de geopolitieke realiteit waarmee we geconfronteerd worden, en we hopen dat Indonesië en andere regionale partners kunnen helpen om op een productieve manier met New Delhi in dialoog te treden.

Vanuit het perspectief van Beijing staat de deur wijd open. China heeft grensgeschillen met bijna al zijn buurlanden met succes opgelost. Alleen India en Bhutan blijven over – en het geschil met Bhutan zou realistisch gezien binnen 24 uur kunnen worden opgelost als New Delhi zou stoppen met zich ermee te bemoeien. Bovendien moet India zich realiseren dat het onlangs een grote strategische misrekening heeft gemaakt. Tijdens de oorlog in Gaza, toen de acties van Israël wereldwijd werden veroordeeld, koos New Delhi ervoor om Tel Aviv te steunen en een strategisch partnerschap aan te gaan, in de hoop in de gunst te komen bij de regering van Donald Trump. Deze stap werkte averechts: het vervreemde de Arabische wereld, en Trump blijft grotendeels transactioneel ten aanzien van India. Het succes van een samenwerkingsdriehoek tussen China, de ASEAN en India zal niet vanzelf komen, en het hangt af van het feit of India visionaire staatslieden kan opleiden om het initiatief vooruit te stuwen. Maar wat China betreft, is de bereidheid daartoe volledig aanwezig.
Gita Wirjawan: Mijn laatste vraag: wat betreft de recente topontmoeting tussen president Xi en de Amerikaanse president, zitten we dan al in een Thucydides-valkuil? Zo ja, kunnen we daar dan vreedzaam uitkomen?
Zhang Weiwei: De Thucydides-valkuil is volledig gebaseerd op de westerse geschiedenis en een zero-sum-filosofie. De Chinese filosofie legt de nadruk op win-win-uitkomsten. In tegenstelling tot de Amerikaanse cultuur, die anderen ziet als ‘vriend of vijand’, beschouwt de Chinese cultuur anderen als ‘vrienden of potentiële vrienden’. Het is een spel op de lange termijn.
China begrijpt echter ook de realpolitik. We zeggen klaar en duidelijk dat we hopen dat de Verenigde Staten China niet zullen provoceren met betrekking tot Taiwan. Taiwan is de rode lijn der rode lijnen. Zelfs tijdens de Koude Oorlog, toen China honderd keer zwakker was, zijn we in de Koreaanse en de Vietnamoorlog in een directe militaire confrontatie met de VS terechtgekomen toen onze rode lijnen werden overschreden. Ik denk dat de huidige Amerikaanse leiders de boodschap wel hebben begrepen.
Uiteindelijk zullen de Verenigde Staten de realiteit van de opkomst van China onder ogen moeten zien. Het is vergelijkbaar met het psychologische model voor een terminaal zieke patiënt die de fasen van rouw doorloopt: ontkenning, woede, onderhandelen en acceptatie. Ze ontkenden dat China zou kunnen opkomen; ze werden boos omdat een communistisch land in opkomst was; nu bevinden ze zich in de onderhandelingsfase. Uiteindelijk zullen ze het accepteren, en die acceptatie komt sneller dan veel mensen hadden verwacht.
Gita Wirjawan: Daar ben ik het helemaal mee eens. Dit was fascinerend. Heel erg bedankt, Weiwei, voor je tijd en het gesprek.
Zhang Weiwei: Mag ik nog één punt toevoegen? In het begin zei ik dat Deng Xiaoping drie strategische beslissingen nam, maar ik heb alleen de eerste toegelicht (de openstelling van 1978).
Om je een volledig beeld te geven van Dengs bijdrage: zijn tweede belangrijke beslissing nam hij in 1989, tijdens een enorme politieke crisis. Hij had de moed om een kleurenrevolutie met harde hand te stoppen. Anders zou China net als de Sovjet-Unie uit elkaar zijn gevallen.
Zijn derde besluit nam hij in 1992, tijdens zijn Zuidelijke Tour. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie ontstond er een enorme binnenlandse discussie over de vraag of China zich moest afsluiten. Deng had haast. Hij zei dat de crisis een kans was, en hij maakte een einde aan het debat over de markteconomie. Hij verklaarde dat de markt een ideologisch neutraal instrument is dat zowel voor het kapitalisme als voor het socialisme kan werken. Dit leidde tot hervormingen en openstelling op nog grotere schaal.
Die drie beslissingen op cruciale momenten hebben China voorgoed veranderd. Dat is het China dat we vandaag de dag zien.
Gita Wirjawan: Ik ben er zeker van dat Deng heel tevreden zou zijn met hoe China zich heeft ontwikkeld. Hartelijk dank.
Zhang Weiwei: Hartelijk dank, Gita. Veel succes! (Einde)
Over de auteurs: Zhang Weiwei is directeur van het China Institute aan de Fudan-universiteit. In het begin van zijn carrière werkte hij als Engels vertaler voor Chinese topleiders, waaronder Deng Xiaoping en Li Peng. Gita Wirjawanis presentator van de videopodcast Endgame, voorzitter van de Ancora Group en voormalig minister van Handel van Indonesië.
Lees over de Chinese geopolitiek van vriendschappelijk overleg en het vermijden van confrontatie ook:
China en de oorlog in Iran: een klimaat voor vrede scheppen van Dr. Jenny Clegg
Vertaling van het hele interview voor ChinaSquare: Dirk Nimmegeers
