Mijn vrouw, haar zuster en zwager en ikzelf zijn net terug van een tweeweekse reis door de provincie Shandong. Het was voor geen van ons de eerste keer, maar wel alweer enige tijd geleden dat we deze regio bezochten. Dit is het tweede artikel over onze bevindingen.

Chateau Changyu-Castell; foto’s van de auteur
Keramiek en archeologie
De volgende ochtend begon met een korte rit van ons hotel naar het Keramiek Museum van Zibo. Trouwe lezers herinneren zich wellicht nog dat ik vorig jaar vanuit een andere Chinese keramiekstad berichtte: Jingdezhen. Zibo in Shandong is het tweede centrum voor aardewerk in China. Waar in Jingdezhen de nadruk op de artistieke kant ligt, is het aardewerk uit Zibo meer praktisch gericht. Zoals het museum laat zien, komt het serviesgoed in het Staatshotel in Beijing en andere plaatsen waar geregeld hoge gasten ontvangen worden bijna allemaal uit Zibo. Het museum besteedt ook ruime aandacht aan de geschiedenis van de productie van aardewerk.
Een tweede product in dat museum is glaswerk. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien de belangrijkste grondstof van glas ook een soort aarde is. Het traditionele Chinese glas is anders dat het Europese. Het is minder doorzichtig. Dat ligt aan de andere chemische samenstelling van de grondstoffen.
Na de lunch moesten we snel door naar de volgende stad: Qingzhou. De bestemming aldaar was opnieuw een museum, een archeologisch museum. Qingzhou is een oude stad. Het bestond al voor de eenwording van China. Waar in Qingzhou je ook maar een spade in de grond steekt, stuit je al gauw op iets uit de recentere of vroegere oudheid. Qingzhou is ook een van de eindpunten van de Zijderoute. Onder de opgegraven stukken bevindt zich daarom een aantal voorbeelden van de vroegste Chinese Boeddhistische kunst. Ook zijn er beelden en schilderingen waarop mensen met niet-Chinese gezichten te zien zijn. Dit was al vroeg een regio van culturele uitwisseling.
In beide musea hebben van gidsen gebruik gemaakt, zodat we onze tijd zo efficiënt mogelijk konden besteden.
Qingzhou in de avond
Ons hotel was gelegen binnen de muren van de oude stad Qingzhou. Dat maakte het makkelijker om na een korte rust in het hotel diezelfde avond nog een wandeling te maken. Door de oude stad loopt een centrale winkelstraat met stalletjes waar lokale specialiteiten verkocht worden. Zulke ‘oude steden’ of ‘oude straten’ zie je overal in China opduiken. Vaak zijn ze minder oud dat men doet denken. Ze zijn sterk toeristisch van aard. Bovendien zijn ze vaak behoorlijk eentonig door de vele kooplieden die min of meer dezelfde producten verkopen. Je vraagt je voortdurend af hoe al die mensen van die handel rond kunnen komen. Maar af en toe kom je ook iets interessants tegen. Die avond ontdekten we een park waar we, opnieuw vanwege onze leeftijd, gratis naar binnen mochten. Het bleek de villa van een rijke familie uit de laatste dynastie te zijn; voorzien van een grote tuin. Nu is het open voor het grote publiek. Het perceel bestond grotendeels uit een enorme tuin, inclusief beekjes en meertjes, wegen, heuvels, bruggen en rustplaatsen. De rijkaard kon er rustig rondlopen en over het leven nadenken, zonder lastig gevallen te worden door het rumoer van de stad. Nu is het open voor iedereen die er RMB 20 voor overheeft. Dat is een ironisch aspect van toerisme in vrijwel alle uithoeken van de wereld. Zonder een feodale fase in de geschiedenis van een natie zijn er geen kastelen, landhuizen e.d. die je in een latere fase als toerist kunt bewonderen.
Qingdao
De volgende ochtend verlieten we Qingzhou voor een lange rit naar de havenstad Qingdao. Je merkt al snel dat je een grote stad nadert, als je langs industrieterreinen met enorme fabriekshallen rijdt. Dichter bij het centrum van Qingdao werden de karakteristieken van de stad duidelijker. Qingdao was lange tijd een Duitse concessie. Dat was een speciaal voor China door de Europese koloniale landen uitgedachte vorm van kolonialisme. China was te groot om door één land gekoloniseerd te worden. De Europeanen wilden er echter wel aanwezig zijn, dus dwongen ze China na de Opiumoorlog het bestuur van gebieden in een aantal kuststeden aan diverse Europese landen te ‘gunnen’. Officieel bleven die regio’s Chinees, maar de Chinese wetten golden er niet. Hoewel Duitsland nooit een echte kolonisator geweest was, kreeg het toch een stuk land in Shandong. De erfenis daarvan is met name in de vele gebouwen in Duitse stijl terug te zien.
Tsingtao Bier
Eén Duitse erfenis verdient een aparte sectie: Tsingtao Bier. Ik vermoed dat veel van onze lezers er wel mee bekend zijn. Voor de zekerheid nog wel iets over de naam. Qingdao is de officiële Pinyin spelling van de naam van de stad, waarbij de letter Q ongeveer als tsj klinkt. De Europeanen verbasterden de naam tot Tsingtao en het bedrijf heeft besloten deze alom bekende naam te behouden. Om dezelfde reden spreken we bijv. van Peking Eend en niet van Beijing Eend. Het museum beslaat twee hallen: het oude hoofdkantoor dat de geschiedenis van het bedrijf in beeld brengt en het oude brouwhuis over de geschiedenis van de fysieke brouwerij en de technologie. Vanuit mijn bedrijfsverleden ben ik goed met de brouwerij bekend. De uitleg in het museum is zowel nuttig voor leken als voor bezoekers met meer achtergrondkennis. Iedere bezoeker krijgt twee glazen bier gratis: eerst een glas ongefilterd en daarna een glas gefilterd bier. Ongefilterd bier (in het Chinees yuanjiang ‘oerbrouwsel’ genoemd) wordt de laatste tijd steeds populairder in China. Dat tweede glas wordt in het café aangereikt. Dat café kun je ook van buiten bereiken, maar dan moet je ook voor je eerste glas betalen. Het complex kent verder nog een bakkerij waar brood dat met biergist bereid is wordt verkocht. Tsingtao bier is overigens in heel Qingdao zeer zichtbaar aanwezig. Af en toe lijkt het of Qingdao een brouwerij is met daaromheen een stad.
Laoshan
Op 13 oktober bezochten we de streek Laoshan, een bergachtige kuststrook even buiten Qingdao. Laoshan staat bekend om het bijzondere bronwater. Het wordt direct gebotteld, maar is ook het belangrijkste ingrediënt van Tsingtao Bier. Daarnaast wordt er ook Laoshan Cola van gemaakt; een van de vele cola-imitaties die in China gemaakt worden. Onze chauffeur reed ons langs de gehele kust, met af en toe een stop op een fotogenieke plek of om koffie te drinken.
Later in de middag brachten we nog een tijd door op de havenboulevard om de zonsondergang te zien en daarna de dagelijkse lichtshow op de wolkenkrabbers. Dit is tegenwoordig een vast verschijnsel in iedere Chinese stad met een haven of een rivier. Op de hoge gebouwen aan de waterkant is een vernuftige lichtshow aangebracht die computergestuurd diverse afbeeldingen laat zien. Soms zie je zelfs een persoon of voertuig over de gebouwen lopen of rijden. De algoritmen die de lichtbeelden op diverse gebouwen voortbrengen zijn op elkaar afgesteld. Ieder van onze groep had zo’n show al in meerdere steden gezien, maar toch blijft het telkens weer een uniek gezicht.
Weihai
De volgende stad op onze reis door Shandong was Weihai. Dat vergde een langere rit van ruim drie uur van het zuiden van het schiereiland naar de noordkust. Die middag bezochten we het Liugong Eiland. Dat heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontwikkelen van een moderne marine aan het eind van de laatste keizerlijke dynastie. We bezochten een museum dat de Sino-Japanse oorlog van 1904 – 1905 herdacht. Al in die tijd, ver voor de tweede wereldoorlog, werd Japan militair agressief richting Korea en China. Japan viel China over land (via Korea) aan en later ook over zee. De Chinezen vochten hard, maar werden al snel verslagen. Het Chinese leger was slecht geoefend en uitgerust. Het hof, waar de beruchte keizerin weduwe Cixi de scepter zwaaide, verspilde een deel van het budget voor de uitbouw van de marine aan de aanleg van het Zomerpaleis. China werd gedwongen het schiereiland met de havenstad Dalian en het eiland Taiwan aan Japan over te dragen. Ook werd een aantal havens voor handel met Japan geopend. Hoewel dit meer dan een eeuw geleden plaats vond, is het vandaag de dag ook zeer actueel. Na deze oorlog en de tweede wereldoorlog, waarin Japan een uiterst wreed bestuur in het bezette Chinese gebied voerde, is het land onder de huidige regering opnieuw begonnen met bedreigingen richting China. Waarom zijn Japanners zo gefocust op (delen van) China? Een drijvende kracht is het geloof onder het merendeel van de Japanners dat hun voorvaderen uit Centraal Azië kwamen en via Noord-China en Korea Japan bevolkt hebben. Taalkundig zijn daar inderdaad aanwijzingen voor. Echter, ook indien dit met aanvullende data bevestigd zou kunnen worden, dan nog is niet vanzelf sprekend dat Japan ook op die regio’s een claim kan leggen. Gelukkig is het China van 2026 niet te vergelijken met dat van 1904. China beschikt nu over een hypermodern leger dat iedere aanval van Japan af zal kunnen slaan. Het meest kenmerkende aspect van de Chinese buitenlandse politiek is dat het nooit een oorlog zal beginnen. Het leger is er om een aanval af te slaan.
Het uiteinde van China
Op 15 oktober reden we vanuit Weihai naar het meest oostelijk punt van China: Chengshantou. Het is een park dat de hele strook van het oostelijke uiteinde van Shandong en dus van heel China bestrijkt. Het waaide nogal hard, waardoor de beheerder de kabelbaan stil gelegd had. Voor ons maakte dat niet veel uit, maar veel Chinese bezoekers vonden het jammer. Het park is vrij recent aangelegd. Het omvat veel gebouwen in traditionele stijl, maar geen daarvan is een monument. De oostpunt is gemarkeerd met een enorm beeld van de Taoïstische zonnegod (zie foto), staande op een al even reusachtige schildpad. Die keuze is ongetwijfeld gebaseerd op het feit dat vanaf dat punt de zon in China als eerste opkomt. De zonsopkomst staat van oudsher in China voor vernieuwing en groei.
Een grote verassing wachtte ons op een ander punt in het park: een filiaal van Starbucks! Het aantal koffieshops in het park was ons al opgevallen, maar die droegen wel fraaie Chinese benamingen. Zo genoten na aankomst van koffie bij Mistige Oever Koffie (Wu An Kafei), een goed gelegen koffieshop bestierd door een jong echtpaar, met een prachtig uitzicht op de Gele Zee (geen mist die dag). Maar het Amerikaanse Starbucks was een grote verassing, vooral omdat de verhalen over imperialistische aanvallen op China van de dag ervoor nog vers in ons geheugen stonden. Jaren geleden werd Starbucks nog uit het keizerlijk paleis in Beijing geweerd, omdat zoiets echt niet zou passen. Kennelijk mag men wel de zon op zien komen genietend van een americano van Starbucks. Ach, waarom ook niet.
Yantai
De 16e begon ’s morgens met het bekijken van een paar toeristische trekpleisters in Weihai, maar daarna reden we in westelijke richting naar de havenstad Yantai. De eerste stopplaats was het schiereiland Yangmadao. Ik was daar in de jaren negentig voor een seminar. Het gebied was echter onherkenbaar veranderd in een drukken toeristenplaats. Op zich is het wel een mooi gebied, dat doet denken aan de Adriatische kust van Kroatië.
Yantai is na Qingdao de tweede haven van Shandong. De stad was voorheen zo belangrijk, dat een aantal landen er een consulaat gevestigd hadden. De oude wijk waar de buitenlanders woonden is tegenwoordig een wirwar van straten met winkels, bars en restaurants. Veel Chinese steden kennen zo’n wijk, maar die in Yantai valt op, omdat alle gebouwen origineel zijn. Wij spendeerden de langste tijd in een winkel met een breed aanbod aan appelproducten. Het gebied rond Yantai is een van de belangrijkste appelregio’s van China. Die appels zijn overigens ook in de negentiende eeuw door Europeanen geïntroduceerd. We kochten een aantal zakken appelchips, geproduceerd volgens een vriesdroogproces. Boven in het appelcafé genoten van het verse appelijs, dat ter plekke geproduceerd wordt. Een ander product in het aanbod was appelkoffie, maar daar had geen van ons zin in. Ik kan dus niet rapporteren hoe dat smaakte.
Changyu wijnproeverij
Onze belangrijkste bezigheid van 17 oktober was een bezoek aan het Chateau Changyu Castell in een buitenwijk van Yantai. Changyu is het oudste door een Chinees opgerichte wijnhuis van China. In 1892 richtte Zhang Bishi (toen getranscribeerd als Cheong Fatt Tze; volgens de Cantonese uitspraak van zijn naam) in Yantai de Changyu Company op. Hij introduceerde een groot aantal druivenrassen uit Europa, maar de meeste daarvan konden niet in de lokale grond aarden. Uiteindelijk lukte het wel door de Europese rassen op ranken van lokale wilde druiven te enten. Ook werd een wijnmaker uit Europa aangetrokken. Van 1894 tot 1905 legde Changyu de eerste ondergrondse wijnkelder van heel Azië aan. De eerste fles Chinese wijn zag in 1899 het licht. De eerste prijzen werden in 1915, tijdens een Amerikaans wijnevenement in Panama gewonnen. Tegenwoordig heeft Changyu. Bijna 17.000 hectare aan wijngaarden in China, maar ook in Europa en Zuid-Amerika. Changyu werkt samen met het Franse bedrijf Castell Frères. Aan het eind van de rondleiding proefden we vier producten: een chardonnay, een rode wijn van inheemse druif cabernet gernischt, een eiswijn van de vidaldruif en een brandy (het mag immers geen cognac heten). Ik was geïntrigeerd door een andere rode wijn, van de Marselan, een minder bekende druif die in China goed blijkt te gedijden. Ik kocht een fles die we bij de lunch van die dag gedronken hebben. Een prima wijn, maar wel aan de dure kant. Dat geldt overigens voor de meeste Chinese wijnen: ze zijn behoorlijk duur. Voor deze reis kochten we geïmporteerde Chileense wijn voor een derde van de prijs van Changyu’s Marselan. China een Chili hebben een overeenkomst waarbij op Chileense wijn nauwelijks invoerrechten geheven worden. Niemand bij Changyu kon uitleggen waarom hun wijnen zo duur geprijsd zijn, maar ik vermoed at hier nog steeds de traditionele Chinese opvatting geldt dat alles wat duur is goed moet zijn. Jonge Chinezen weten echter wel beter en de jonge wijnliefhebbers in mijn Chinese netwerken kopen veel Europese, Australische of Zuid-Amerikaanse wijnen online.
Penglai
De laatste halte van onze reis was Penglai, een kleine kuststad die onder de gemeente Yantai valt. We zouden in de middag, na het bezoek aan Changyu en de lunch een oud paviljoen dat op een berg aan de zee staat bezoeken. Echter, net toen we binnen waren, begon het te regenen. Dat zou op zich niet zo erg zijn, ware het niet dat het ook al hard waaide. We vonden het wel genoeg voor die dat en besloten op tijd naar ons hotel, ook het laatste van deze reis, te gaan.
De volgende morgen deden we nog een park aan en begonnen we op tijd aan ons laatste maal tezamen met de chauffeur. Direct daarna reden we naar het vliegveld van Yantai voor de vlucht terug naar Beijing. De trein was dit keer de minder goede optie, omdat we dan een keer over zouden moeten stappen. Nu vlogen we in precies een uur terug.
We kunnen nu terugkijken op een mooie reis. We hebben toch nog veel over Shandong geleerd, hebben interessante lokale mensen gesproken en de familiebanden nog verder aangetrokken. We zijn alweer voor een volgende reis aan het plannen.
Bron: eigen ervaringen van de auteur.
