Krijgt het buitenlands beleid van China ‘een voldoende’?

Ben Chacko (recensie)

Ben Chacko’s advies om de bangmakerij over de buitenlandse politiek van China te weerleggen. ‘Lees dit boek, een verzameling essays met als gemeenschappelijk thema dat de opkomst van China overwegend positief is’.

De recensie die de hoofdredacteur van de Morning Star schrijft over China’s Foreign Policy and the Making of a Multipolar World.

buitenlandse politiek
disclaimer illustratie Morning Star

‘Veranderingen zoals ze in een eeuw niet zijn voorgekomen’. Het is de ondertitel van dit uiterst waardevolle boek, ontleend aan een toespraak van de Chinese president Xi Jinping over de toestand van de wereld. Deze zin geeft het belang weer van de historische ontwikkelingen die de wereld momenteel doormaakt.

Net als het vorige gezamenlijke werk van de redacteuren Keith Bennett en Carlos Martinez, People’s China at 75 — The Flag Stays Red, is China’s Foreign Policy and the Making of a Multipolar World een bundel essays van diverse auteurs, die elk ingaan op een specifiek aspect van de veranderende rol van China in de wereld. Het is een bloemlezing van standpunten afkomstig uit verschillende landen en behorend tot uiteenlopende linkse stromingen. De rode draad is echter dat de opkomst van China van enorm groot belang is — en overwegend positief.

Dat maakt het boek op zich al tot een noodzakelijk — en telkens zorgvuldig onderbouwd — tegenwicht tegen de bangmakerij over China die de westerse media domineert en waar Links in het Westen veel te weinig tegenin gaat.

Maar we mogen de tweede helft van de titel zelf niet negeren. Dit gaat niet alleen over China. Het gaat erom hoe we reageren op de neergang van het Amerikaanse imperialisme en op de landen die de wereldwijde hegemonie van de VS aanvechten.

Dit zijn cruciale vragen voor de vredesbeweging. De politieke verslaggever van de Morning Star, Andrew Murray, vraagt ons in zijn bijdrage ‘China, Cold War & Empire’ om de rivaliteit die doorgaans wordt afgeschilderd als een kwestie van de opkomst van China, eens vanuit een nieuw perspectief te bekijken: ‘Het is geen China-probleem, maar het verval van de meest dominante economische en militaire macht die de wereld ooit heeft gekend, tot een soort seniliteit, waarbij bloed, rook en as over de planeet worden uitgespuwd terwijl zij woedt tegen haar uitdovende licht.’ [1]

Dit vormt een probleem voor die ‘anti-imperialisten’ die een ‘noch Washington, noch Beijing’-verhaal verkondigen, omdat ze denken dat het om de rivaliteit tussen imperialistische machten gaat. Washington haalt in alle richtingen uit, ontvoert presidenten, probeert tegenstanders met geweld tot onderwerping te dwingen door ze te bombarderen of uit te hongeren, en bedreigt zelfs zijn eigen kleinere bondgenoten. Er is geen vergelijking mogelijk met China, waarvan het vasthouden aan respect voor de VN, de vreedzame oplossing van geschillen en wereldwijde samenwerking op het gebied van zowel klimaatverandering als AI, zoals Murray opmerkt, ‘op elk punt… het directe tegenovergestelde [programma] is van datgene waar Trumps VS voor staat.’

Maar is het buitenlands beleid van China wel ‘goed genoeg’? In weer een prachtig essay gaat Danny Haiphong in tegen veelgehoorde kritiek vanuit westers links, waaronder de beschuldigingen dat de economische betrekkingen met andere landen een vorm van uitbuiting zouden zijn, of dat China niet assertief genoeg zou zijn in de confrontatie met de VS en bondgenoten, van Latijns-Amerika tot Palestina. We komen veel te weten over de concrete solidariteit van China met landen in het Zuiden en verzetsbewegingen. Dit en andere essays geeft uitleg over de goede redenen die China heeft om te vermijden dat het een directe confrontatie met Washington uitlokt die zou kunnen uitmonden in een wereldoorlog.

Ironisch genoeg zijn er net zoveel mensen die de marktrelaties in China aanhalen als bewijs dat het land ‘staatskapitalistisch’ is – en die dezelfde beschuldiging tegen de economie van de Sovjet-Unie hadden geuit, geen markteconomie – als er mensen zijn die beweren dat het voorzichtige buitenlandse beleid van China de revolutionaire geloofwaardigheid van het land ondermijnt. En zeggen dat zij destijds juist diegenen waren die stelden dat de meer interventionistische Sovjetaanpak imperialistisch was.

Lees het inleidende essay van Bennett en Martinez, neem kennis van de geschiedenis van het Chinese buitenlandse beleid en de vraag of dit als imperialistisch kan worden aangemerkt.  Verneem hoe de ‘vijf beginselen van vreedzame co-existentie’ hun toepassing krijgen in een tijdperk van opkomende multipolariteit. Bestudeer de analyse van internationale betrekkingen vanuit Mao’s opvattingen over primaire en secundaire tegenstellingen, en werp een blik op een postimperialistische wereldorde in Xi’s vier global initiatives. En je zult ondervinden dat dit een zeer leesbaar en informatief boek is dat ons de argumenten aanreikt om het op te nemen tegen degenen die — door China per se te beschouwen als een bedreiging die gelijkstaat aan die van de VS — de solidariteit ondermijnen met het internationale verzet tegen de imperialistische overheersing van de VS en Europa.

Zoals Torkil Lauesen in zijn hoofdstuk opmerkt, zou het einde van die overheersing in zicht kunnen zijn ‘als we grote oorlogen weten te vermijden’, terwijl ‘we tegelijkertijd onder tijdsdruk staan vanwege de gevolgen van de kapitalistische productiewijze voor het klimaat en de ecologie van de planeet’.

Een socialistisch land dat een levensvatbaar alternatief biedt voor de Amerikaanse hegemonie is inderdaad een ‘verandering die we in een eeuw niet hebben gezien’ — misschien wel de grootste uitdaging voor het wereldimperialisme sinds de Russische Revolutie.

De overgang van een wereld waarin Europa en enkele van zijn settler colonies, zijn vestigingskolonies, de handel en de hulpbronnen van de planeet hebben gecontroleerd en de economische regels hebben bepaald, naar een wereld waarin verschillende landen en beschavingen samenwerken en uitwisselingen aangaan op basis van gelijkheid en wederzijds respect, zoals uiteengezet in de vier initiatieven van Xi, zou aantoonbaar een verandering zijn die zelfs in 500 jaar niet is voorgekomen.

Er staat veel op het spel, en het is belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn. Daarom is dit een boek dat in de boekenkast van elke anti-imperialist zou moeten staan.


[1] Zij ‘woedt tegen haar uitdovende licht’ een literaire verwijzing naar een gedicht van Dylan Thomas die het Britse publiek zal herkennen. ‘Do not go gentle into that good night … rage against the dying of the light’

China’s Foreign Policy and the Making of a Multipolar World, Changes unseen in a century
Uitgever: Praxis Press, 172 pp.

ISBN-13: 978-1899155224
ISBN-10: 1899155228

Eerdere recensies van dit boek:
Het streven van China naar een multipolaire wereld uitgelegd (ChenWeihua)
en
Kan China de wereld redden?