Terwijl de Ebolacrisis in Centraal-Afrika verder uitbreidt en internationale bezorgdheid groeit, profileert China zich steeds nadrukkelijker als partner van Afrikaanse landen in de gezondheidscrisis. Waar organisaties zoals Médecins Sans Frontières (MSF), het Rode Kruis en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vooral inzetten op zichtbare noodhulp en mobiele klinieken, kiest Beijing voor een andere strategie: laboratoria, opleiding en samenwerking met staatsinstellingen.

Jan Reyniers
De huidige Ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC) dreigt uit te groeien tot een van de ernstigste epidemieën sinds de West-Afrikaanse crisis van 2014-2016.ijdens een overleg op hoog niveau van de Afrikaanse Unie over de uitbraak, verklaarde de Chinese vicepremier Liu Guozhong dat China bereid is bijkomende medische steun te leveren aan Afrika in het kader van het Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC). Liu stelde dat gezondheidscrises aantonen hoe belangrijk internationale solidariteit en samenwerking zijn.
‘China en Afrika vormen een gemeenschap met een gedeelde toekomst,’ verklaarde Liu tijdens de virtuele top van Afrikaanse staatshoofden en internationale partners. Hij benadrukte dat China eerder al noodhulp leverde aan Congo en aan de Afrikaanse Unie en ook medische expertenteams stuurde naar de DRC.
Volgens Liu werken momenteel bijna duizend Chinese medische professionals verspreid over talloze Afrikaanse landen. Zij werken er samen met de lokale gezondheidsdiensten.
Afrikaanse Unie waarschuwt voor historische crisis
Het virtuele crisisoverleg van 16 juni werd georganiseerd door de Afrikaanse Unie en stond onder leiding van de Burundese president Évariste Ndayishimiye, de huidige voorzitter van de AU. Meer dan tien Afrikaanse landen namen deel, waaronder Zuid-Afrika, Zimbabwe en Equatoriaal-Guinea, samen met vertegenwoordigers van de WHO en andere internationale partners.
Africa CDC-directeur Jean Kaseya waarschuwde tijdens de bijeenkomst dat de epidemie mogelijk erger kan worden dan eerdere Ebola-crises in West-Afrika en Oost-Congo. Tienduizenden contacten van besmette personen zouden nog steeds niet volledig zijn opgespoord. ‘Als we de crisis niet snel stoppen, kan dit erger worden dan wat we in West-Afrika zagen en eerder in Oost-Congo,’ verklaarde hij.
Ook het Internationale Rode Kruis vreest dat de epidemie nog lang kan aanslepen. Bruno Michon, operationeel verantwoordelijke van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen, stelde dat de crisis nog niet haar piek heeft bereikt en mogelijk nog een jaar kan aanslepen.
Focus op laboratoria en opleiding
Naast eerdere hulp stuurde China begin juni ook een gespecialiseerd team van vijf experts naar Kinshasa. Het team bestaat uit specialisten in epidemiologie, laboratoriumdiagnostiek, infectiecontrole, klinische behandeling en traditionele Chinese geneeskunde.
De Chinese missie onderscheidt zich duidelijk van veel westerse hulpoperaties. Waar ngo’s zoals MSF vooral noodklinieken en isolatiecentra opzetten in de zwaar getroffen regio’s, legt China de nadruk op capaciteitsopbouw binnen het Congolese gezondheidssysteem zelf.
Chinese experts trainen Congolese artsen, verpleegkundigen en laboratoriummedewerkers in infectiecontrole, staalafname, epidemiologische opvolging en in het gebruik van beschermingsmateriaal. Ook laboratoriumveiligheid en snelle tests vormen een belangrijk onderdeel van de samenwerking.
Die focus is niet toevallig. In Oost-Congo kampen gezondheidsdiensten al jaren met beperkte laboratoriumcapaciteit, moeilijke logistiek en slechte infrastructuur. In sommige afgelegen gezondheidszones duurt het dagen voordat stalen correct getest kunnen worden, wat de bestrijding van Ebola ernstig bemoeilijkt.
China probeert zich precies op dat terrein te profileren. De Chinese teams werken samen met Congolese instellingen zoals het Institut National de Recherche Biomédicale (INRB), het nationale onderzoeksinstituut dat een sleutelrol speelt in de Ebola-respons. Daarbij ondersteunen ze ook systemen voor gegevensuitwisseling en epidemiologische monitoring.
Die aanpak sluit aan bij een bredere Chinese strategie in internationale gezondheidszorg. Ook tijdens de coronapandemie investeerde China in verschillende Afrikaanse landen sterk in laboratoria, mobiele testcapaciteit en monitoringinfrastructuur.
Werken via de Congolese staat
Een ander opvallend verschil met veel internationale ngo’s is de manier waarop China samenwerkt met Congo. Beijing kiest expliciet voor samenwerking via officiële staatsstructuren, zoals het Congolese ministerie van Volksgezondheid, provinciale gezondheidsdiensten en nationale onderzoeksinstellingen.
Waar humanitaire organisaties vaak relatief onafhankelijk opereren, presenteert China zich eerder als versterker van de staat. De Chinese ambassade speelt daarbij een belangrijke coördinerende rol.
De Chinese teams werken uiteraard ook samen met internationale organisaties binnen de WHO-structuren, maar blijven grotendeels buiten de dagelijkse operaties van ngo’s zoals MSF of het Rode Kruis. De samenwerking verloopt vooral via technische coördinatie, gegevensuitwisseling en gezamenlijke overlegmomenten.
Beijing plaatst die aanpak binnen de bredere visie van een ‘wereldwijde gemeenschap voor gezondheid voor iedereen,’ waarbij het gezondheidsveiligheid als een collectieve verantwoordelijkheid ziet.
Economische belangen in Oost-Congo
De Chinese aanwezigheid in Oost-Congo heeft tegelijk ook een economische dimensie. De zwaar getroffen regio Ituri beschikt over grote voorraden goud, coltan en kobalt, grondstoffen die cruciaal zijn voor batterijen, elektronica en de wereldwijde energietransitie.
Chinese mijnbouwbedrijven zoals CMOC en Zijin Mining hebben de voorbije jaren sterk geïnvesteerd in Congo via mijnbouwprojecten en infrastructuurinvesteringen. De Chinese medische missie richt zich dan ook niet alleen op Congolese gezondheidswerkers, maar ook op Chinese bedrijven en hun werknemers in de regio. Zij krijgen opleidingen over infectiepreventie, veiligheidsprocedures en gezondheidsmonitoring. Naast een humanitaire functie, heeft de Chinese inzet ook een duidelijk economisch belang.
Extra Chinese hulp en binnenlandse voorzorgsmaatregelen
De Chinese overheid kondigde deze week bijkomende noodhulp aan bovenop eerdere steunmaatregelen. Tang Ying, woordvoerder van het China International Development Cooperation Agency, zegt dat die steun onder meer extra hulp aan Congo omvat, medische voorraden voor Oeganda en verdere ondersteuning van Africa CDC.
Daarnaast scherpt China ook zijn eigen preventiemaatregelen aan. De Chinese National Disease Control and Prevention Administration publiceerde een geactualiseerd Ebola-preventieplan voor reizigers uit getroffen regio’s.
Dat plan voorziet in gezondheidsmonitoring voor personen die afkomstig zijn uit Ebola-gebieden, buitenlandse reizigers die de voorbije 21 dagen in getroffen regio’s verbleven en Chinese staatsburgers die uit de uitbraakzones terugkeren.
De Chinese medische expert Zhuang Shilihe spreekt van een voorzorgsmaatregel, ondanks het voorlopig lage besmettingsrisico in China zelf. Hij waarschuwde tegelijk dat het aantal gevallen in Afrika de komende maanden wellicht verder zal stijgen, mede door de moeilijke veiligheidssituatie in Oost-Congo, waar gewapende conflicten de medische hulpverlening bemoeilijken.
Traditionele Chinese geneeskunde
Opvallend is de aanwezigheid van een specialist traditionele Chinese geneeskunde in het Chinese team. Chinese staatsmedia besteden daar relatief veel aandacht aan, hoewel er internationaal geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat traditionele Chinese therapieën een wezenlijke rol kunnen spelen bij de behandeling van Ebola.
Binnen de internationale Ebola-respons lijkt die aanwezigheid dan ook vooral een diplomatiek en symbolisch element te zijn, waarmee China zijn eigen medische tradities zichtbaar maakt en tegelijk zijn soft power probeert te versterken.
Ook mogen we niet vergeten dat de Chinese Tu Youyou in 2015 de Nobelprijs voor geneeskunde kreeg voor de ontwikkeling van een werkzaam medicijn tegen malaria, gebaseerd op Chinese traditionele geneeskunde.
Een andere vorm van humanitaire invloed
China’s bijdrage aan de Ebola-respons blijft voorlopig kleiner dan de grootschalige noodoperaties van WHO, MSF of het Rode Kruis. Tijdens de West-Afrikaanse Ebola-crisis van 2014 stuurde China nog duizenden hulpverleners, mobiele laboratoria en veldhospitalen naar de regio. De huidige missie in Congo is echter discreter en technocratischer van aard.
Toch toont ook deze operatie aan hoe China zijn invloed in Afrika steeds vaker uitbouwt via gezondheidszorg, expertise en samenwerking met staatsinstellingen. Waar westerse ngo’s vooral focussen op acute crisisinterventies, investeert Beijing sterker in institutionele structuren die ook na de epidemie kunnen blijven functioneren.
Bronnen: Xinhua, Global Times, Africa CDC, FOCAC
