Het begin van een nieuwe wereldorde? Achtergrond bij de ontmoeting Xi en Poetin (opinie)

Marc Vandepitte*

Vlak voor de start van de Olympische Winterspelen Beijing 2022 hebben de presidenten van China en Rusland een gezamenlijke verklaring afgelegd over internationale relaties en over de samenwerking tussen China en Rusland. Is dit het teken dat een nieuwe wereldorde aankondigt?

ChinaSquare neemt een analyse uit de DeWereldMorgen over als opiniestuk.

Vlak voor de start van de Olympische winterspelen in Beijing hebben de presidenten Vladimir Poetin en Xi Jinping een gezamenlijke verklaring afgelegd over internationale relaties en over de samenwerking tussen China en Rusland. Het is een document van een goede tien bladzijden dat er komt op het moment van grote spanningen met de NAVO over Oekraïne en van een diplomatieke boycot van de Winterspelen.

Gezamenlijke verklaring

De tekst kan je lezen als een pleidooi voor een nieuwe wereldorde waarin de VS en zijn bondgenoten niet langer de scepter zwaaien, maar waarin gestreefd wordt naar een multipolaire wereld, met respect voor de soevereiniteit van landen.

‘Beide partijen verzetten zich tegen verdere uitbreiding van de NAVO. Ze roepen het Noord-Atlantisch Bondgenootschap op om zijn ideologische benadering van de Koude Oorlog op te geven; de soevereiniteit, veiligheid en belangen van andere landen te respecteren, evenals de diversiteit van hun beschaving en de culturele en historische achtergronden; en een eerlijke en objectieve houding aan te nemen ten opzichte van de vreedzame ontwikkeling van andere staten.’

In het verleden werden er al soortgelijke signalen uitgezonden, zoals bijvoorbeeld een gezamenlijke verklaring in 1997, maar het is wel de eerste keer dat beide presidenten zich zo duidelijk uitspreken en de banden zo nauw aanhalen. Het is ook voor het eerst dat China zich expliciet uitspreekt tegen de uitbreiding van de NAVO. Om de draagwijdte van dit document te vatten is het nuttig om even terug te blikken op de recente geschiedenis.

Alleenheerschappij

In de eerste helft van de twintigste eeuw zag je aan de ene kant de opkomst van twee nieuwe grootmachten: de VS en de Sovjet-Unie. Aan de andere kant was er de relatieve ondergang van de oude koloniale grootmachten. Uit de Tweede Wereldoorlog kwam de VS als grote overwinnaar naar voor. Zowel de oude grootmachten als de SU zaten compleet aan de grond. In Washington droomden ze van een nieuwe wereldorde waarin alleen zij het voor het zeggen hadden.

‘Als we voor minder gaan dan absolute suprematie, zou dat betekenen dat we voor de nederlaag kiezen’, aldus Paul Nitze, topadviseur van de regering van de VS. Helaas werden die plannen gedwarsboomd door de snelle heropbouw van de Sovjet-Unie en het doorbreken van het nucleaire monopolie. Na de Koude Oorlog werd de VS eindelijk de onbetwiste leider van de wereldpolitiek en wilde dat ook zo houden. Een halve eeuw later werd die droom dan toch waar met de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de ontmanteling van de SU twee jaar later. Voortaan waren er geen belemmeringen meer voor de alleenheerschappij. De VS werd eindelijk de onbetwiste leider van de wereldpolitiek en wilde dat ook zo houden.

Het Pentagon in 1992 liet er geen twijfel over bestaan: ‘Ons eerste objectief is het verhinderen dat er een nieuwe rivaal op het wereldtoneel verschijnt. We moeten de potentiële concurrenten er van afhouden om zelfs maar te streven naar een grotere rol op regionaal of wereldvlak.’ (onze cursivering) Op dat moment lag China nog niet in het vizier. De Chinese economie was redelijk onderontwikkeld en het bnp was maar een derde van dat van de VS. Militair stelde het land ook niets voor. In die periode dacht Washington vooral aan Europa als potentiële rivaal en aan een mogelijke heropstanding van Rusland.

Remmen los

Na de val van de Sovjet-Unie gooide de VS de remmen los. De invasie van Panama op het einde van 1989 was een vingeroefening voor wat nadien zou volgen. Kort nadien waren Irak, Joegoslavië en Somalië aan de beurt. Later zouden Afghanistan, Jemen, Libië en Syrië nog volgen. Naast openlijke militaire interventies voerde de VS ook in toenemende mate ‘hybride oorlogen’[1] of ‘kleurenrevoluties’[2] om regimewissels door te voeren, wat niet overal lukte. Ze deden dat o.a. in Brazilië, Bolivia, Venezuela, Cuba, Honduras, Nicaragua, Georgië, Oekraïne, Kyrgyzstan, Libanon en Wit Rusland. Daarnaast werden meer dan twintig landen onderworpen aan economische sancties. De NAVO, opgericht om de alleenheerschappij van de VS militair te verankeren, werd na de ontmanteling van de SU ook gestaag uitgebreid. Sinds de jaren negentig zijn er 14 staten op het Europees continent lid geworden van de verdragsorganisatie. Andere landen zoals Colombia werden ‘partner’ van de NAVO.

Omknelling van China

De VS leek dus na de Koude Oorlog de wereld voor zich alleen te hebben. Maar dat was zonder China gerekend. Voor de eerste keer in de recente geschiedenis heeft een arm, onderontwikkeld land zich in geen tijd opgewerkt tot een economische supermacht. De afgelopen dertig jaar heeft China een opmerkelijk economisch expansie gekend. Sinds de toetreding tot de WTO in 2001 is de Chinese economie meer dan viermaal zo groot geworden. De sprong voorwaarts was niet alleen economisch maar ook technologisch.

Tot voor kort had het Westen, met de VS op kop, een absoluut monopolie op technologie, massavernietigingswapens, monetaire en financiële systemen, toegang tot natuurlijk hulpbronnen en massacommunicatie. Met dat monopolie kon het landen, vooral van het Zuiden, controleren of onderwerpen. Het Westen waarvan de VS de gendarme speelt, dreigt dat monopolie nu te verliezen.

Daarom heeft de VS de Volksrepubliek China nu geïdentificeerd als zijn belangrijkste vijand. In het kader van de begrotingsbesprekingen voor 2019 verklaarde het Congres dat ‘de strategische concurrentie met China op lange termijn een hoofdprioriteit is voor de Verenigde Staten’. Het gaat over een totaalstrategie die op verschillende fronten moet gevoerd worden. De VS probeert de economische en technologische opgang van China te dwarsbomen, of zoals ze zelf zeggen ‘af te stompen’.

Zo nodig zal dat gebeuren met extra-economische middelen. De militaire strategie t.a.v. China volgt twee sporen: een wapenwedloop en een omknelling van het land. Rondom het land heeft de VS meer dan dertig militaire bases, steunpunten of trainingscentra (paarse bolletjes op de kaart). Zestig procent van de totale vloot is gestationeerd in de regio. Deze militaire omknelling is al jaren aan de gang.

In april 2020 heeft het Pentagon een nieuw rapport uitgebracht waarin gepleit wordt voor een verdere militarisering van de regio. Het plan is om ballistische afstandsraketten te installeren op eigen militaire basissen of bij bondgenoten (rode pijlen). Als men dan ook nog eens kruisraketten installeert op duikboten (zie kaart) dan kan men het vasteland van China treffen binnen de 15 minuten. Dat zijn bijzonder gevaarlijke evoluties. In het kader van die omknellingsstrategie haalt het Pentagon ook militaire banden aan met landen uit de regio. In 2021 sloot de VS een ‘veiligheidspact’ met Australië en Groot-Brittannië om China in te dammen.

Het is welletjes geweest

Voor Poetin en Xi is nu het welletjes geweest. Het oprukken van de NAVO oostwaarts, de toenemende militaire en hybride oorlogsvoering wereldwijd, de vele economische sancties en de omknelling van China, dat alles moet stoppen. De tijd dat de NAVO, de G7 en het door het Westen gedomineerde IMF, de scepter zwaaien is voorbij. De unipolaire wereld moet plaats maken voor een multipolaire wereld.

De stijgende agressie tegen beide landen drijft China en Rusland in elkaars armen. China herbergt bijna een vijfde van de wereldbevolking, is een economische wereldmacht en is de belangrijkste handelspartner van een meerderheid van landen. Rusland is het grootste land ter wereld en is een nucleaire supermacht. Een alliantie tussen deze beide landen vormt een belangrijk tegengewicht tegen de suprematie van de VS. Volgens The Guardian is ‘de geboorte van deze Chinees-Russische as, die is opgezet als verzet tegen de door de VS geleide Westerse democratieën, de belangrijkste strategische ontwikkeling op wereldvlak sedert de ineenstorting van de Sovjet-Unie dertig jaar geleden. Zij zal het komende tijdperk bepalen.’

Het blijft overigens niet enkel bij deze twee landen. Rusland is lid van meerdere regionale en multinationale allianties. Een ervan, een militaire alliantie, is de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie (CSTO), die momenteel betrokken is bij ‘vredeshandhavings’-operaties in Kazachstan. Een andere is de Shanghai Organisatie voor Samenwerking (SCO), dat is een Euraziatisch bondgenootschap op politiek, economisch en veiligheidsgebied. Naast Rusland en China, zijn ook o.a. ook India en Pakistan er lid van.

China is sinds kort lid van de grootste economische partnerschap in de wereld, het Regionaal Alomvattend Economisch Partnerschap (RCEP). Dit partnerschap in Zuidoost Azië bereikt dertig procent van de wereldbevolking. De nieuwe Zijderoute is goed voor honderden investeringen, kredietverleningen, handelsovereenkomsten en tientallen Speciale Economische Zones, ter waarde van 900 miljard dollar. Ze zijn gespreid over 72 landen, goed voor een bevolking van ongeveer 5 miljard mensen of 65% van de wereldbevolking.

Nieuwe wereldorde?

Met zijn artikel Het einde van de geschiedenis en de laatste mens kondigde Fukuyama kort na de val van de Berlijnse muur een nieuw tijdperk aan, gebaseerd op Westerse alleenheerschappij. De debacles in o.a. Irak, Afghanistan, Syrië, Libië en Jemen tonen aan dat dit grootspraak was die getuigde van heel veel hybris.

Een alliantie tussen China en Rusland vormt een belangrijk tegengewicht tegen de suprematie van de VS. Als de pas gesloten alliantie zich consolideert en er zich ook nog andere landen bij aansluiten, dan staan we deze keer mogelijk wel voor het begin van een nieuw tijdperk. Niet het einde van de geschiedenis, maar het begin van een nieuwe etappe, waarin de macht in de wereld meer gedecentraliseerd is, een nieuwe wereldorde m.a.w. Het beloven boeiende, maar ook gevaarlijke tijden te worden. We hebben meer dan ooit nood aan een sterke vredesbeweging.

Voetnoten

[1] Hybride oorlogsvoering is een vorm van verholen oorlogsvoering waarbij men gebruik maakt van een heel scala aan middelen: fake news, manipuleren van via sociale media, diplomatieke druk, juridische kunstgrepen tegen politieke leiders (lawfare), manipuleren en sturen van ontevredenheid bij de bevolking, binnen- en buitenlandse druk op verkiezingen, enz.

[2] Volgens het handboek van de kleurenrevoluties worden ngo’s, studentenorganisaties en lokale organisaties gefinancierd, getraind en gecoacht om zo efficiënt mogelijk straatoproer te organiseren. Het straatgeweld moet het land zodanig destabiliseren dat de regering gedwongen wordt af te treden of dat het leger tussenkomt en de regering afzet.

Lees ook
Rusland en China streven naar gezamenlijk financieel handelsnetwerk
Samenwerking tussen Rusland en China wordt uitgebreider
China en Rusland eens over multilateralisme

* Marc Vandepitte schreef samen Ng Sauw Tjhoi het boek Made in China (EPO 2006).

Print Friendly, PDF & Email

1 comment for “Het begin van een nieuwe wereldorde? Achtergrond bij de ontmoeting Xi en Poetin (opinie)

  1. Dit is weer een heldere uiteenzetting van Marc.
    Wat betreft het begrip nieuwe wereldorde wil ik hier nog één dimensie aan toevoegen: een nieuwe fase in de afwikkeling van het Westerse kolonialisme. De eerste fase van dat kolonialisme was het letterlijk bezetten van land elders in de wereld omdat dat, in de beleving van de Westerse kolonisator, niet aan een natie toebehoorde. Je plantte dan je eigen nationale vlag en riep zoiets als: ‘in de naam van Koning X . . .’ Daarmee kon je bij terugkomst goede sier maken bij die koning. Daarna werd het nieuwe overzeese gebiedsdeel (een officiële Nederlandse titel voor koloniën) geleidelijk bezet. Die bezetting begon in de loop van de 20e Eeuw door lokale groepen betwist te worden, maar er was een tweede wereldoorlog voor nodig om het proces van dekolonisatie te versnellen. Aan het einde van die eeuw waren er nog maar weinig over.
    In de officiële terminologie werden de koloniën zelfstandig. Echter, in werkelijkheid waren de jonge zelfstandige staten vaak nog middels overeenkomsten met het oude moederland verbonden. De vroegere kolonisatoren wilden laten zien dat ze het beste met de oude gebiedsdelen voor hadden en boden diverse hulpprogramma’s voor het opbouwen van de nieuwe natie aan. Deze hulp kwam gewoonlijk met voorwaarden. Een veel gebruikte voorwaarde was dat de nieuwe staat ‘democratisch’ moest worden; lees: de staatsvorm van het oude moederland over moest nemen. Daar kwam meestal weinig van terecht. De oude moederstaten weten dit aan een gebrek aan kennis, inzicht, wil, enz. van de kant van de leiders. In werkelijkheid was het een zaak van cultuurverschillen. De kolonisator kon indertijd met militaire druk een vorm van binnenlands bestuur opdringen, maar dat lukte niet meer na verzelfstandiging van de kolonie. Nieuwe leiders die het wel wilden proberen, liepen op die cultuurverschillen vast zonder dat ze zich realiseerden waarom. Leiders die trachtten op basis van de eigen cultuur een natie op te bouwen, kregen problemen met de oude moederlanden die de aangeboden steun deels of geheel terugtrokken. De invloed van die oude moederlanden was nog zo sterk, dat het in brede kring aangeduid werd als ‘neokolonialisme’.
    Rond de eeuwwisseling was het een aantal oude koloniën toch gelukt een redelijk sterke economie op te bouwen. Dit waren dan ook vaak landen die hun nation building wel op de eigen culturele waarden baseerden. Vietnam is daarvan een goed voorbeeld. Daarnaast maakte ook een aantal niet-Westerse landen die nooit en nauwelijks gekolonialiseerd geweest waren een sterke groei door. China was daarin duidelijk de leider. Een aantal delen van China ware ooit gekolonialiseerd, maar die delen waren aan het eind van de 20e Eeuw allemaal opgeheven. Deze ontwikkeling viel in het Westen op en termen als BRIC(S), emerging economies, e.d., zagen het licht. Het Westerse zakenleven zag er brood in en academici vonden het interessant. Het neokolonialisme leek even een geleidelijke dood te sterven.
    Toen ging het fout. Een aantal van die landen, China voorop, werd economisch zo sterk, dat ze ook de politieke invloed die daarmee onvermijdelijk verbonden is begonnen te krijgen. Dat conflicteerde met een aantal theorieën die in het Westen niet meer als theorieën maar als vaststaande feiten gezien werden. Een daarvan was dat een natie enkel een plafond van economisch groei zou kunnen doorbreken, als het het Westerse systeem van liberale democratie in zou voeren. Ieder andere organisatie van de politiek zou vroeger of later tot stagnatie leiden. Die ‘wet’ bleek toch geen wet te zijn. In plaats van terug te gaan naar de theorie en die opnieuw te gaan doordenken, ontstond in het Westen het idee dat een land als China niet klopte, omdat het niet aan de economische wetten voldeed. Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar China werd in feite als een anomalie gezien. Dit uitte zich in een groeiende stroom van kritiek op een groeiend aantal aspecten van China. Inmiddels heeft die kritiek een bijna totalitaire vorm aangenomen; er deugt niets meer in China. Aan de andere kant verhindert al die kritiek niet dat China zich gewoon door ontwikkelt. Bovendien doet China dat niet alleen, maar in diverse verbanden van naties (zie het artikel van Marc). Een gemeenschappelijk kenmerk van die verbanden is dat ze vrij los zijn. Het probleem van de EU is dat het voor een aantal jongere leden als verstikkend ervaren wordt; door al die regels waar de jonge staten die nog met nation building bezig zijn aan moeten voldoen. De bovengenoemde SCO en RCEP zijn losse verbanden waarbinnen de leden geleidelijk een modus vivendi kunnen ontwikkelen. Ze omvatten ook een breed scala aan oude koloniën. Australië is een kolonie waarvan de kolonisten een eigen staat hebben uitgeroepen. Vietnam was een Franse kolonie. China was gedeeltelijk gekoloniseerd. Rusland is nooit echt gekoloniseerd, maar heeft wel SCO-leden als Kazakhstan zelfstandigheid verleend, terwijl het nu op basis van gelijkwaardigheid met Kazakhstan aan het SCO vorm geeft. Hopelijk komt er nu echt een eind aan het neokolonialisme, zodat er plaats vrij komt voor die nieuwe wereldorde.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.