UNDP-rapport bevestigt snelle ontwikkeling in China

UNDP, het ontwikkelingsagentschap van de Verenigde Naties, bevestigt de snelle Chinese vooruitgang op economisch, sociaal en milieugebied. Dat gebeurt in een nieuwe studie, ‘Monitoring China’s Human Development‘. Naast de snelle vooruitgang illustreert deze ook de uitdagingen waar China nog voor staat.

Illustratie:UNDP Disclaimer

UNDP gebruikt de Human Development Index (HDI) als instrument voor de meting en vergelijking van de menselijke ontwikkeling. De studie gaat over het volledige Chinese vasteland; Hongkong, Macao en Taiwan zijn niet opgenomen. Tsinghua University in Beijing werkte mee aan de studie.

Volgens die HDI is China één van de eerste landen die erin slaagden zich van een lage naar een hoge menselijke ontwikkeling te werken. In 2004 steeg de HDI van laag naar middelmatig (meer dan 0,55), en in 2009 van middelmatig naar hoog (meer dan 0,7). Volgens schattingen van het UNDP bereikte hij 0,797 in 2023, wat net onder de drempel van 0,800 voor een zeer hoge menselijke ontwikkeling ligt. Wereldwijd steeg China in de ranglijst van de 106de plaats (van 141) in 1990 naar de 78ste plaats (van 193) in 2023.

Deelindexen

De HDI bestaat uit drie deelindexen: levensverwachting, opleidingsniveau en bruto nationaal inkomen per persoon.

Illustratie:Vergelijking van de drie deelindexen van de HDI voor China en groeperingsgemiddelden (2023)
Gegevens: UNDP (2025).



Economische groei en vooruitgang in het onderwijs zijn de belangrijkste factoren geweest in de groei van de Human Development Index (HDI) in China in het afgelopen decennium.

Het bruto inkomen per persoon steeg tussen 2010 en 2023 van 12.500 RMB naar 39.200 RMB, een reële groei van ongeveer 140%. Dit creëerde ’s werelds grootste middenklasse met meer dan 400 miljoen mensen. China steeg voor deze deelindex wereldwijd van de 109de naar de 71ste plaats.

Het gemiddelde aantal schooljaren voor burgers van 25 jaar en ouder bereikte acht jaar, wat China in de categorie ‘middelmatig’ plaatst. Maar deze berekening wordt sterk beïnvloed door de grote groep weinig geschoolde ouderen.

Wanneer we kijken naar het aantal te verwachten schooljaren, waarbij de jongeren zwaarder doorwegen, komen we uit op 15,5. De inschrijving in het hoger onderwijs steeg van 26,5 procent in 2010 naar 60,2 procent in 2023; dit markeert een sprong van hoger onderwijs dat toegankelijk was voor een aanzienlijk deel van de bevolking naar universele toegang.

De UNDP combineert de twee bovenstaande indicatoren voor opleidingsniveau tot één deelindex. China steeg wereldwijd van de 116de naar de 104de plaats.

De levensverwachting nam gestaag toe van 74,8 jaar in 2010 tot 78,6 jaar in 2023 en overtrof daarmee het gemiddelde voor landen met een hoger middeninkomen werd overtroffen. China verschoof in deze categorie van de 55ste naar de 52ste plaats wereldwijd.

Alle provincies gaan vooruit

Een belangrijke meerwaarde van het nieuwe rapport is de opsplitsing van de cijfers tot op het niveau van de provincies en zelfs prefecturen. De gebruikte gegevens zijn in dat geval die van 2020.

disclaimer

Deze cijfers wijzen op een algehele vooruitgang en op een trend naar een afname van de regionale verschillen.

De overgrote meerderheid van de provincies bereikt een hoog niveau van menselijke ontwikkeling. Zes Chinese provincies – Tibet, Gansu, Qinghai, Binnen-Mongolië, Guizhou en Yunnan – zaten qua HDI nog onder het wereldgemiddelde. Steden zoals Beijing en Shanghai hebben HDI-niveaus bereikt die vergelijkbaar zijn met die van de meest ontwikkelde landen.

Het aantal provincies met een zeer hoge HDI steeg tussen 2010 en 2020 van 2 naar 7. Het aantal provincies met een hoge HDI nam toe van 17 naar 23. Het aantal provincies met een middelmatige HDI daalde van 12 naar 1 (Tibet).



illustratie: Veranderingen in provinciale HDI-groeperingen in de loop van de tijd
Gegevens: Gong et al (2025). Opmerking: Een HDI-waarde van 0,800 of hoger wordt beschouwd als zeer hoog; 0,700 tot 0,799 hoog, 0,550 tot 0,699 gemiddeld en onder 0,550 laa
g..

Dalende regionale verschillen.

Op prefectuurniveau verwerkt het rapport de data van de 331 prefecturen plus de vier grootsteden onder rechtstreeks nationaal gezag. Het aantal prefectuursteden met een hoog of zeer hoog niveau van menselijke ontwikkeling nam significant toe. De cijfers tonen een duidelijke trend van verspreiding van de vooruitgang, vertrekkend van de oostelijke naar de centrale en vervolgens de westelijke regio’s, en van de kernsteden van de prefecturen naar de omliggende gebieden.

Illustratie HDI-waarden op prefectuurniveau in China, 2010 versus 2020
Gegevens: Gong et al (2025). Opmerking: Dit omvat de gebieden die vallen onder de 331 steden op prefectuurniveau en de vier direct bestuurde gemeenten.



Steden met een zeer hoge menselijke ontwikkeling tellen nu 442 miljoen inwoners, wat neerkomt op 31,7 procent van de totale Chinese bevolking, terwijl steden met een hoge menselijke ontwikkeling 916 miljoen inwoners tellen, of 65,7 procent van het totaal. Dit weerspiegelt een versterkte inclusiviteit van de ontwikkeling.

De Theil-index (een maat voor regionale ongelijkheid) van de HDI tussen prefecturen blijft dalen, zowel binnen de grote geografische regio’s van China als tussen deze regio’s onderling. Dit wijst op een gestage afname van de regionale ontwikkelingskloof. De stijging van de HDI in de armere streken houdt gelijke tred met die in de meer welvarende.

Milieucorrectie

Het rapport introduceert ook een voor de planetaire voetafdruk gecorrigeerde Human Development Index, de PHDI, voor de Chinese provincies. De PHDI kwantificeert het ‘aftrekeffect’ van milieukosten op de menselijke ontwikkeling.

Op basis van twee indicatoren – koolstofemissies en materiële voetafdruk per hoofd van de bevolking – past de PHDI de HDI-scores aan om de planetaire voetafdruk die voortvloeit uit ontwikkeling te weerspiegelen.

Op basis van gegevens uit 2015 worden hoge materiële voetafdrukken niet alleen waargenomen in ontwikkelde kustprovincies, maar ook in westelijke provincies, waar de investeringen in infrastructuur snel zijn gegroeid.

Hoewel regionaal beleid de ontwikkeling effectief heeft versneld, heeft het ook geleid tot toenemende druk op grondstoffen en energie, wat heeft geleid tot aanzienlijke milieukosten in sommige regio’s.

In tegenstelling tot de oost-westverschillen die de HDI toont, laat de PHDI een significante noord-zuidkloof zien. Sommige noordelijke provincies hebben een snellere toename van hun materiële voetafdruk en koolstofemissies gekend, waardoor ze meer dan tien plaatsen verliezen in de PHDI-volgorde vergeleken met de HDI.

Wereldwijde vergelijkingen tonen aan dat Beijing en Shanghai sommige landen met een hoog inkomen al overtreffen op het gebied van milieubewust grondstoffen beheren, terwijl noordelijke provincies met grondstofintensieve industrieën nog steeds een aanzienlijke milieuhypotheek op hun ontwikkeling leggen.

Uitdagingen en adviezen voor verdere duurzame menselijke ontwikkeling in China

Het rapport gaat verder dan data-analyse en begeeft zich ook op het terrein van politieke analyse en beleidsvoorstellen. Aangezien dit buiten het kader van de HDI valt, behandelen we dit hier niet. Belangstellenden kunnen het volledige rapport hier lezen.