Carlos Martinez (opinie)
Een onderbouwde en overtuigende visie op leven, loopbaan en nalatenschap van Jiang Zemin.

Op 17 augustus 1926 werd Jiang Zemin geboren. Van 1989 tot 2002 was hij secretaris-generaal van de Communistische Partij van China en in 1993 werd hij president van de Volksrepubliek, een functie die hij uitoefende tot 2003. Hij was de Chinese leider die vele linksen in het Westen misschien het gemakkelijkst – althans vanuit hun eigen optiek – afdoen als een ‘aanhanger van de kapitalistische weg’, een ‘revisionist’.
Die etiketten krijgt Jiang omdat hij aan het roer stond tijdens een periode van buitengewoon snelle economische groei en integratie in de wereldeconomie. In China werd ‘ijzeren rijstkom’ afgeschaft– die garantie van levenslange werkzekerheid, een vast inkomen en sociale voorzieningen. Bovendien gaf hij particuliere ondernemers die geschikt werden bevonden, toestemming lid te worden van de Communistische Partij.
Maar de beschuldiging die doorgaans tegen Jiang worden geuit, berusten op de veronderstelling dat het realistische alternatief waarover China tussen 1989 en 2003 beschikte, een of andere vorm van puur of verder ontwikkeld socialisme was. Dat klopt niet. De keuzemogelijkheden op dat kruispunt in de geschiedenis waren van een veel hardere aard, zoals we hieronder zullen bespreken.
Het leven van een revolutionair
Jiang was van Yangzhou in de provincie Jiangsu. Toen hij in 1926 geboren werd was China een land waar krijgsheren heersten en, nog voordat hij een tiener was, kwam een groot deel van dat land onder Japanse bezetting. Zijn oom en adoptievader, Jiang Shangqing, sneuvelde in 1939 in de strijd tegen Japan. Jiang studeerde elektrotechniek. Hij nam deel aan de anti-Japanse studentenbeweging en trad in 1946 toe tot de CPC – drie jaar vóór de bevrijding van China. En dat onder het bewind van de Kuomintang, toen lidmaatschap van de communistische partij een uiterst riskante aangelegenheid was, en in veel gevallen zo goed als een doodvonnis.
Vervolgens was hij drie decennia lang actief als industrieel kaderlid in plaats van als politicus. Hij organiseerde de productie van ingeblikt voedsel voor het Chinese Volksvrijwilligersleger in Korea. In 1955 volgde hij een opleiding bij de Stalin Automobielfabriek in Moskou en in de jaren zeventig werkte hij ook enkele jaren als ingenieur in Roemenië. Hij leidde het ontwerp van de eerste in China zelf geproduceerde turbogenerator. Hij was minister van de elektronica-industrie en vervolgens burgemeester en partijsecretaris van Shanghai. Toen hij in de partijleiding kwam was hij een ingenieur die zijn hele werkzame leven had besteed aan het bouwen van dingen en ervoor had leren zorgen dat ze werkten.
De moeilijkste periode voor het socialisme in de wereld
Jiang werd in juni 1989 secretaris-generaal. Binnen zes maanden waren de volksdemocratieën van Polen, Hongarije, de Duitse Democratische Republiek, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië ten val gekomen. Nog eens twee jaar later hield de Sovjet-Unie op te bestaan. De eerste socialistische staat in de geschiedenis, die het fascisme had verslagen ten koste van zo’n 27 miljoen mensenlevens, werd ontmanteld door zijn eigen leiders. De meeste westerse politici en analisten gingen er destijds vanuit dat de Chinese Volksrepubliek als volgende zou vallen. Het was de taak van Jiang Zemin om ervoor te zorgen dat dit niet zou gebeuren.
Hij was heel duidelijk over hoe hij dat wilde aanpakken. Hij hield vast aan de Vier Hoofdbeginselen – het volgen van de socialistische weg, de volksdemocratische dictatuur, het leiderschap van de Communistische Partij, en het marxisme-leninisme en het gedachtegoed van Mao Zedong. Jiang wees de weg af van politieke liberalisering en historisch nihilisme die tot de vernietiging van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie had geleid. De CPC onder Jiang wilde de weg van Gorbatsjov niet volgen, wilde de eigen geschiedenis van de partij niet verloochenen, wilde het erfgoed van Mao Zedong niet afzweren. De Chinese communisten weigerden het Westen de middelen aan te reiken om een regime change te bewerkstelligen. De CPC koos niet voor het neoliberalisme. Zo vond er in China geen kleurenrevolutie plaats.
De tenlastelegging
De economische hervormingen die onder leiding van Jiang plaatsvonden, gingen met kosten gepaard. De ongelijkheid nam sterk toe. De Gini-coëfficiënt van China steeg van ongeveer 0,32 in 1990 tot meer dan 0,42 in 2002, waardoor een relatief egalitaire samenleving veranderde in een samenleving die gekenmerkt werd door grote ongelijkheden. De corruptie nam zodanig toe dat het risico bestond dat ze onbeheersbaar zou worden. De bureaucratie breidde zich uit. Er was ongetwijfeld sprake van een reëel ideologisch verval, aangezien het streven naar economische groei andere overwegingen verdrong. In het kader van de herstructurering onder leiding van Jiangs premier Zhu Rongji daalde het aantal werknemers bij staatsbedrijven van 77 miljoen in 1995 tot 42 miljoen in 2003.
De keerzijde van die medaille is dat honderden miljoenen gewone Chinezen uit de armoede zijn gehaald en dat de economie van het land is uitgegroeid tot een wereldwijde grootmacht. Een klein aantal mensen is inderdaad zeer rijk geworden, maar ook de armen waren er in 2003 gemiddeld genomen veel beter aan toe dan in 1989. De Chinese economie is tijdens de ambtsperiode van Jiang meer dan verdrievoudigd. De jaarlijkse loonstijging bedroeg meer dan 10 procent. Het aandeel van boerenhuishoudens met een netto-inkomen per hoofd van minder dan 1.000 RMB daalde van 97,69 procent in 1985 tot 13,22 procent in 2001. De gemiddelde levensverwachting steeg van 67 naar 73 jaar. Het alfabetiseringspercentage onder volwassenen steeg van ongeveer 78 procent naar meer dan 90 procent. Naast de herstructurering van de staatsbedrijven heeft China een basisinkomensgarantie voor ontslagen werknemers, een werkloosheidsverzekeringsstelsel en een stedelijk minimuminkomen ingevoerd, en heeft het land aanhoudende campagnes gevoerd tegen achterstallige loonbetalingen en voor herintreding. Voor marxisten hoort deze verbetering van het menselijk welzijn geen onbelangrijke kwestie te zijn.
Vergelijk dit met Rusland, waar in hetzelfde decennium de economische productie halveerde, massale armoede heerste en de levensverwachting van mannen instortte tot ongeveer 57 jaar. De twee landen werden geconfronteerd met een structureel vergelijkbaar probleem. Het ene land hield de sleutelposities in de economie in overheidshanden, handhaafde kapitaalcontroles, behield de zeggenschap van de partij over het kapitaal en zorgde voor een vangnet voor de mensen die het onderspit delfden. Het andere land deed dat niet. Het verschil wordt gemeten in tientallen miljoenen levens.
Het meest omstreden was wellicht het feit dat Jiang Zemin op 1 juli 2001, tijdens een toespraak ter gelegenheid van de 80e verjaardag van de CPC, aankondigde dat particuliere ondernemers en bedrijfseigenaren lid konden worden van de partij:
Het belangrijkste criterium om de aard van een politieke partij te beoordelen, is haar theorie en programma. Als de partij marxistisch is en de juiste richting van de maatschappelijke ontwikkeling en de fundamentele belangen van de overgrote meerderheid van het volk vertegenwoordigt, is zij een vooruitstrevende partij en de voorhoede van de arbeidersklasse… Sinds China het beleid van hervorming en openstelling heeft ingevoerd, is de samenstelling van de Chinese maatschappelijke lagen in zekere mate veranderd. Er zijn onder andere ondernemers en technisch personeel in dienst bij wetenschappelijke en technische ondernemingen in de niet-publieke sector, leidinggevend en technisch personeel in dienst bij door buitenlandse kapitaal gefinancierde ondernemingen, zelfstandigen, particuliere ondernemers, werknemers bij uitzendbureaus en freelance professionals… De partijlijn, de partijbeginselen en het partijbeleid wijzen de meeste mensen uit deze nieuwe sociale lagen de weg, en door eerlijke arbeid en werk of door legitieme zakelijke activiteiten hebben zij bijgedragen aan de ontwikkeling van de productiekrachten en andere initiatieven in de socialistische samenleving. Zij werken samen met arbeiders, boeren, intellectuelen, kaders en officieren en manschappen van het Volksbevrijdingsleger aan de opbouw van het socialisme met Chinese kenmerken. Ook zij hebben een bijdrage geleverd aan deze zaak.
Deze verandering weerspiegelde het besef dat de particuliere sector in China een wezenlijke realiteit was geworden en dat de partij hiermee in dialoog moest treden in plaats van deze te negeren. De vraag was of deze sector zich zou ontwikkelen tot een georganiseerde politieke kracht buiten en tegen de partij, of dat hij onder de discipline van de partij zou worden gebracht. Chinese kapitalisten vormen nog steeds een kleine minderheid van de leden, en van hen wordt verwacht dat ze zich net als elk ander lid aan de regels en doelstellingen van de partij houden. Tegelijkertijd is het hen wettelijk verboden een eigen politieke partij op te richten en zich te organiseren rond hun specifieke klassenbelangen.
De Drie Vertegenwoordigingen
De aanklacht van theoretici tegen Jiang draait om de ‘Theorie van de Drie Vertegenwoordigingen’, die in 2002 in de partijstatuten werd opgenomen. De 3 vertegenwoordigingen wil zeggen dat de Communistische Partij van China (CPC) de geavanceerde productiekrachten van China moet vertegenwoordigen, maar ook de richting van de geavanceerde cultuur van het land bepaalt en de fundamentele belangen van de overgrote meerderheid van het volk moet behartigen.
Gezien de relatieve ondergeschiktheid die het principe aan de binnenlandse klassenstrijd toekent, wordt de ‘Drie Vertegenwoordigingen’ door sommigen gezien als een verraad aan het socialisme. Achteraf gezien lijkt het een vrij orthodoxe toepassing van het historisch materialisme om de kwestie op te lossen van hoe een communistische partij het land bestuurt in de eerste fase van het socialisme. De partij moet de ontwikkeling van de productiekrachten leiden in plaats van zich ervan afzijdig te houden, terwijl zij de belangen van de meerderheid als maatstaf hanteert om die ontwikkeling te beoordelen. Dit sluit aan bij de formulering die onder het leiderschap van Jiang werd uitgewerkt als het fundamentele economische systeem van die fase: ‘publiek eigendom als steunpilaar, met daarnaast diverse eigendomsvormen die zich ontwikkelen’.
Je kunt diegenen die deze formulering als verraad beschouwen, vragen wat dan het alternatief zou moeten zijn: dat een communistische partij achtergebleven productiekrachten, een achtergebleven cultuur en de belangen van een kleine minderheid zou vertegenwoordigen?
De internationalist
Jiang Zemin heeft zich sterk ingezet voor de solidariteit met de andere overgebleven socialistische landen – Noord-Korea, Vietnam, Laos en Cuba. Wat de laatste drie betreft, werden de betrekkingen onder leiding van Jiang inderdaad volledig hersteld, zowel op het niveau van broederlijke partijbetrekkingen als op het niveau van normale staatsbetrekkingen. In 1993, op het dieptepunt van de Speciale Periode, toen Washington achteroverleunde en wachtte tot het Cubaanse socialisme ten onder zou gaan, reisde Jiang naar Havana – als enige buitenlandse staatshoofd dat jaar.
Fidel Castro (die slechts vier dagen ouder was dan Jiang) kende hem de Orde van José Martí toe, de hoogste onderscheiding van Cuba, voor zijn verdiensten en trouw aan de socialistische zaak, en maakte van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat ‘alleen het socialisme in staat was geweest het wonder te realiseren om mensen te voeden, te kleden, van werk, onderwijs en gezondheidszorg te voorzien, de levensverwachting tot 70 jaar te verhogen, en fatsoenlijke huisvesting te bieden aan meer dan een miljard mensen in een land dat slechts beschikt over een klein deel van de bebouwbare grond op aarde.’
In 2001 bracht Jiang opnieuw een bezoek aan Cuba en hij streefde er altijd naar de betrekkingen tussen beide landen een praktische basis te geven die tastbare voordelen zou opleveren, bijvoorbeeld op het gebied van biotechnologie, nikkelwinning, telecommunicatie en elektronica, energie en vervoer.
Jiang zette zich in voor het versterken van de traditionele vriendschap tussen China en de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK, Noord-Korea). Hij bezocht Pyongyang in 2001 en was gastheer tijdens het laatste buitenlandse bezoek van de stichter van de DVK, Kim Il Sung, aan China. Hij bezocht Vietnam in 1994 en 2002 en Laos in 2000.
Jiang gaf evenmin toe aan imperialistische agressie. Hij hield stand tijdens de crisis in de Straat van Taiwan in 1995-1996, tijdens de NAVO-bombardementen op de Chinese ambassade in Belgrado in 1999 en tijdens het incident met het spionagevliegtuig boven Hainan in 2001. Hij hield toezicht op de teruggave van Hongkong in 1997 en van Macau in 1999, waarmee een einde kwam aan anderhalve eeuw Europese koloniale overheersing op Chinees grondgebied.
Oordeel
Het staat buiten kijf dat er zich onder het bewind van Jiang Zemin aanzienlijke problemen hebben opgestapeld. Maar het feit dat de Volksrepubliek nog steeds bestaat en op de socialistische weg blijft; het feit dat zij niet is bezweken voor een ‘vreedzame evolutie’; het feit dat de CPC nog steeds in staat is haar historische campagnes te voeren tegen corruptie, extreme armoede en de ongecontroleerde expansie van het kapitaal; het feit dat China zich nu ontpopt als een wereldwijde grootmacht op het gebied van wetenschap en technologie; dit alles onderstreept de fundamentele juistheid van de ingeslagen weg.
Jiang Zemin was zijn hele leven lang communist. Onder zijn leiding heeft de Volksrepubliek het zwaarste decennium doorstaan dat het socialisme in de wereld ooit heeft gekend, en is ze er sterker uit gekomen. Honderd jaar na zijn geboorte, nu het socialisme opnieuw een leefbaar alternatief is voor honderden miljoenen mensen aan wie was verteld dat de geschiedenis voorbij was, is dat geen geringe nalatenschap.
Origineel artikel: Holding the line: Jiang Zemin at 100 op Friends of Socialist China

Carlos Martinez is mede-oprichter en redacteur van Friends of Socialist China.
Hij schreef onder andere The East is still Red, Praxis Press 2023. Een centraal thema van zijn werk is het socialistisch karakter van de Volksrepubliek China. Er is een duidelijke wisselwerking tussen die Martinez’ stelling en zijn beoordeling van Jiang Zemin.
Vertaling voor ChinaSquare: Dirk Nimmegeers
Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.
