Tings Chak: ‘Economische samenwerking? China is er klaar voor, de keuze is aan Europa’

Interview met Tings Chak door Jan Reyniers

Bij ons is Tings Chak. Ze woont en werkt in Beijing voor o.m. het Tricontinental Institute for Social Research. Tings omschrijft zichzelf als internationaliste, marxiste en activiste voor het Mondiale Zuiden. We konden haar interviewen op ManiFiesta, het jaarlijkse feest van de Solidariteit in Oostende dat doorging op 12 en 13 september. (Zie video onderaan)

De Chinese premier Li Qiang met de voorzitter van de Europese Raad, Antonio Costa, en de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, voor onderhandelingen EU – China in Beijing 2025. (Disclaimer foto: Xinhua/Rao Aimin)

Goedemiddag, mevrouw Chak, ik val meteen met de deur in huis: De absolute supermacht VS is op de terugweg. China wordt in de westerse pers vaak als de belangrijkste concurrent voor de VS omschreven én als de toekomstige absolute wereldmacht. Is China een bedreiging voor de wereldvrede?

Tings Chak: Wel, bij het Tricontinental Institute for Social Research analyseren we doorlopend de actualiteit. Het klopt dat we uit een periode van hyperimperialisme komen. We beleven een periode waarin de VS duidelijk aan economische macht inboet. We hebben de voorbije twintig, dertig jaar gezien hoe de economische wereldmotor systematisch naar het Oosten verschoof, met China als absoluut centrum. Maar ook in het ‘Mondiale Zuiden’ steken vandaag meer en meer landen de kop op. De VS zien hun wereldwijde economische hegemonie afkalven en proberen hopeloos de klok terug te draaien. Het wapen dat ze daarvoor hebben ingezet – en nog steeds inzetten – is hun overweldigende militaire macht, vooral dan via hun gigantische zeevloten en honderden buitenlandse bases.

De inzet van militaire middelen door de VS om koste wat het kost de absolute heerser op aarde te blijven, is snel toegenomen zodra Trump de macht overnam in Washington. In het allereerste jaar van zijn termijn bombardeerde hij minstens acht onafhankelijke landen. Hij vermoordde of ontvoerde staatshoofden van Iran tot Venezuela. Het is dus duidelijk wie er verantwoordelijk is voor de gevaarlijke wereld van vandaag. De VS spelen volop de kaart van het militarisme om wat er nog rest van hun hegemonie zo lang mogelijk in handen te houden.

De VS bedreigen dus de wereldvrede, niet China?

Tings Chak: Als we vandaag naar China kijken – een beetje afhankelijk van hoe je het berekent – is het land uitgegroeid tot de grootste economie ter wereld, zeker als je het uitdrukt in PPP (Purchasing Power Parity, koopkrachtpariteit). De grootste dus, maar heel anders dan die andere ‘grootste’. In tegenstelling tot de VS heeft China geen imperialistische ambities. Om te weten of een land imperialistisch is, volstaat het om het buitenlands beleid van dat land te toetsen aan de vijf criteria van de onvolprezen Egyptische marxist Samir Amin. Volgens hem streeft een imperialistische natie vijf monopolies na: monopolie op technologie, monopolie op de toegang tot natuurlijke hulpbronnen, monopolie op mondiale financiële stromen, monopolie op internationale communicatie en mediasystemen én het monopolie op massavernietigingswapens.

Hoewel de opkomst van China spectaculair was en is, en het daardoor enkele van de Amerikaanse monopolies bedreigt, is het zelf allesbehalve een imperialistische natie. China is geen militaire grootmacht die overal ter wereld bases installeert, oorlogen opstart, ‘vijandige’ regeringen ten val brengt en/of bevriende politici aan de macht helpt. Iedereen die een beetje ernstige interesse vertoont voor geostrategische problemen moet toegeven dat de Chinese benadering van de internationale relaties grondig verschilt van de Amerikaanse. China heeft geen imperialistische ambities. Het heeft gedurende zijn vijfduizend jaar lange geschiedenis nooit die ambitie gehad. De Volksrepubliek China (vanaf 1949, JR) heeft die lange traditie van niet-inmenging in andere landen gewoon overgenomen.

Toch horen we hier in de Europese mainstreammedia voortdurend hetzelfde riedeltje dat ons waarschuwt voor het ‘gele gevaar’…

Tings Chak: Ik ben nu eventjes in België en het valt me op dat er hier in Europa grote verwarring heerst, om niet te zeggen dat Europa in crisis verkeert. De Europese Unie kampt klaarblijkelijk met grote problemen om zich in de huidige wereldsituatie te profileren. Sommigen pleiten voor meer ‘strategische autonomie’. Het is niet duidelijk wat ze daar in de praktijk precies mee bedoelen. Ze zetten zich alleszins af tegen heel wat Europese krachten die zich blijven gedragen als schoothondjes van Washington. Maar zij behoren tot een minderheidsgroep. Het is dus helemaal niet duidelijk waar Europa zélf naartoe wil en het lijkt erop dat daar niet snel verandering in komt. Ondertussen krijgen de haviken in Europa de wind in de zeilen. Ze maken gebruik van de proxyoorlog in Oekraïne om te pleiten voor herbewapening. Ze framen China als een vijand, vaak zonder die term expliciet te gebruiken. Ze beschuldigen Beijing ervan hun eigen industrie te subsidiëren – iets waar Europa en de VS overigens zelf niet vies van zijn – waardoor het massaal goedkopere eindproducten op buitenlandse markten kan ‘dumpen’. Het gaat allemaal om opgeklopte sensatie. En ik denk dat die sensatiezucht erg gevaarlijke proporties kan aannemen. Zeker in een tijd dat het kapitalisme in crisis is. Europa en de Europese arbeidersklasse kampen al veertig jaar met de-industrialisering, privatisering en een sociaalzekerheidssysteem dat meer en meer als een vorm van liefdadigheid wordt geframed in plaats van als een solidair verzekeringssysteem. En als oplossing kiest Europa ervoor zijn militaire budgetten te verhogen, zodat het de Europese industrie en zijn industriële banen kan redden via een doorgedreven militarisering…

De militarisering van Europa moet ons continent veiligheidsgaranties geven, horen we. Volgens jou vergroot die nieuwe bewapeningswedloop echter het gevaar op internationale conflicten?

Tings Chak: Ja. Ik denk dat we ons in een bijzonder gevaarlijk stadium bevinden. En de westerse anti-Chinahouding speelt daar een belangrijke rol in. Wie vandaag de internationale spanningen opdrijft, vergroot alleen maar het gevaar op gewapende conflicten. China voortdurend – en ten onrechte – met de vinger wijzen als een nieuwe imperialistische natie komt alleen de wapenindustrie in de VS en Europa ten goede. Vandaag nemen de VS onder Trump het voortouw in de spanningsopbouw. Overal ter wereld gedraagt Washington zich als de wereldgendarme die genadeloos het belang dient van zijn eigen heersende klasse. Europees rechts nestelt zich in het kielzog van ‘big brother’ en wint aan politieke macht in het Oude Continent. En dus, ja, we moeten ons heel erg grote zorgen maken over de nieuwe militarisering van Europa. Als trouwe VS-partner kan ze ons aan de rand van een Derde Wereldoorlog brengen.

Laten we het even hebben over de spectaculaire ontwikkelingen van China de voorbije dertig jaar. Een westerling die China vandaag bezoekt kan alleen maar diep onder de indruk zijn van wat hij ziet. Hoe is het mogelijk dat een land dat 75 jaar geleden nog in een soort middeleeuws feodalisme leefde vandaag op zowat alle domeinen tot de wereldtop behoort?

Tings Chak: Eerst en vooral was er de Socialistische Revolutie [van 1949]. Dat was de start van het herstel. In de beginfase is dat niet altijd van een leien dakje gelopen. Er werden fouten gemaakt, maar er werden ook grote successen geboekt. Vooral als je naar de sociale aspecten van de Revolutie kijkt, waren en zijn de resultaten indrukwekkend. Toen de Chinese Communistische Partij in 1949 aan de macht kwam, was 80% van de bevolking analfabeet. De levensverwachting lag toen op 35 jaar! Een Chinese baby die vandaag geboren wordt, zal gemiddeld 70 jaar oud worden. Dat is een verdubbeling van de levensverwachting. Er was de landhervorming die van landarbeiders boeren maakte met een voldoende groot eigen areaal. Toch bleef China die eerste decennia een erg arm land. Dé vraag was toen: ‘Hoe verdelen we de armoede zo eerlijk mogelijk?’ Maar toch – hoe rudimentair ook – werd er werk gemaakt van onderwijs voor iedereen, herverdeling van gronden, bouw van fatsoenlijke woningen en de uitbouw van een basisgezondheidszorg. Na die eerste fase kwam de tweede. Onder Deng Xiaoping stelde China zich meer en meer open voor de wereld en werden er belangrijke economische hervormingen doorgevoerd. Die hervormingen liggen aan de basis van de huidige successen. China analyseerde de reële wereldsituatie en trok enkele fundamentele conclusies. De wereldeconomie werd gerund door het kapitalisme. Als China – als communistisch land – vooruit wilde, moest het vermijden geïsoleerd te raken op economisch, diplomatiek en politiek vlak. Als het zijn productieve krachten maximaal wilde benutten, moest het land – met toen zo’n 22% van de wereldbevolking – zijn rechtmatige plaats veroveren op wereldschaal.

Het socialistische China koos eieren voor zijn geld en stapte als ‘partner’ in de WTO (Wereldhandelsorganisatie), een kapitalistische wereldorde…

Tings Chak: Ja, maar het deed dat onder de strikte controle van de Communistische Partij. Dat is erg belangrijk. De staat bleef meester van de economische basissectoren van de economie: financiën, energie, grondstoffen, transport, industrie… Er kwam geen kapitalistische ‘big bang’. Het werd nooit ‘vrijheid, blijheid’ voor wie enkel aan zichzelf dacht. Het is dus dankzij de leiding van de Communistische Partij dat er plots reuzestappen konden worden gezet. De economische voorspoed werd herverdeeld, net zoals dat eerder met de armoede was gebeurd. China kon plots een spectaculair netwerk van hogesnelheidstreinen betalen. Twintig jaar geleden was er in China geen enkele hogesnelheidstrein. Vandaag liggen er in het land 50.000 kilometer hst-spoor en ontwikkelden we de beste elektrische voertuigen op de wereldmarkt. Dat geldt overigens voor zowat alle technologieën. En ja, de motor van dit alles was en is de Communistische Partij die de maatschappelijke ontwikkelingen stuurt. De Partij speelt een essentiële rol in de coördinatie van de vele sectoren van het maatschappelijk en economisch leven. Wie zijn blik niet laat vertroebelen door ideologische scepsis moet toegeven dat de resultaten van dat beleid spectaculair zijn. Als we zien hoe de westerse, kapitalistische systemen het vandaag doen, worden de Chinese resultaten er alleen maar verbluffender op. ‘Alles aan de markt overlaten’, ‘laissez-faire’… de westerse economieën doen het beduidend slechter dan het Chinese model. Ze zijn in crisis. Ze blijven rechtstreeks of onrechtstreeks het mondiale Zuiden uitbuiten en wie niet horen wil (Cuba, Venezuela, Iran, …) moet voelen. Allemaal zaken die je China niet kan verwijten.

Toch zijn er heel wat mensen die twijfelen aan het ‘socialistisch’ karakter van China.

Tings Chak: Eerst en vooral: voor mij is het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ geen modewoord. Het kan als voorbeeld dienen voor elke nationale bevrijdingsbeweging met een sociaal karakter in wat men vroeger de Derde Wereld noemde. China maakte een analyse van zijn eigen sociale omstandigheden en paste er de eigen en mondiale realiteit op toe. Dat is wat de landen uit het mondiale Zuiden ook moeten doen. Elk op hun eigen manier. Er bestaat niet zoiets als het enige en unieke ‘socialisme’. Marx en Engels vertelden ons in het Communistisch Manifest niet hoe lang de overgangsfase van het socialisme zou duren. Ze vertelden er evenmin bij hoe het er exact zou uitzien. Ik denk dus dat de specifieke eigenheid van elk land ertoe doet en dat rekening houden met die specificiteit belangrijk is. In die zin verdedig ik het socialistische karakter van China. De Communistische Partij leidt er de dans en verdedigt en ontwikkelt het socialistische systeem. Ze laat de openbare sectoren niet aan hun lot over en blijft trouw aan de algemene objectieven. Het belangrijkste objectief is en blijft een ontwikkeling waarin de mensen centraal staan. Die keuze is duidelijk. Kijk, in 2021 werd het honderdjarig bestaan gevierd van de Communistische Partij van China. Het belangrijkste doel was toen de uitroeiing van de extreme armoede in het land. De vraag is dus of China daarin geslaagd is. China heeft honderdduizenden leden van de Communistische Partij uitgestuurd naar de meest afgelegen dorpen. Zij gingen leven en werken tussen de mensen. Ze losten samen met hen de problemen op, bouwden een ongekende industriële capaciteit uit en verbeterden de levenskwaliteit van honderden miljoenen mensen… Hoe zou je zoiets noemen? Socialisme, toch? Natuurlijk kan je je daarbij vragen stellen. Hoe zal de Chinese staat de trend naar monopoliepraktijken aanpakken die zo typisch is voor de rijkere landen op onze planeet? Welke campagnes zal China in de toekomst opzetten om de restarmoede uit te roeien? Op die vragen moeten antwoorden komen, en ze zullen er komen in deze overgangsfase die het socialisme is; een fase die in 1949 werd ingezet en volop verder wordt uitgebouwd.

Om af te sluiten nog een belangrijke vraag over de houding van Europa ten opzichte van China. Hoe schat jij die in?

Tings Chak: Ik nam zonet nog deel aan een open debat over de vraag ‘Is China een bedreiging of een partner?’. Ik denk dat Europa op dit ogenblik in een soort van existentiële crisis verkeert. Welke keuzes gaat Europa in die omstandigheden maken? Om het erg simpel te stellen is de Europese keuze er een tussen fanatiek vasthouden aan een afkalvend verleden of hoopvol kiezen voor een andere toekomst. Als Europa China wil ‘afhouden’ door een tarievenoorlog te lanceren – zoals big brother Trump het doet – lijkt me dat de foute stap. Europa is gewoon niet langer competitief op wereldvlak. Wat Europa moet doen is nadenken over wiens belangen het wil behartigen. Komt Europa op voor de belangen van de arbeidersklasse of blijft het de monopolies en de VS achternahollen? Janet Yellen [1] beweert dat invoerheffingen prima zijn omdat China een strategische bedreiging vormt voor de VS [en Europa]. Eigenlijk wil ze daarmee zeggen: ‘We blijven in de kleedkamer zitten en nemen niet deel aan de wedstrijd, want we kunnen de match toch niet winnen.’ Maar dat is natuurlijk geen oplossing, want met het invoeren van heffingen bouw je geen nieuwe fabrieken. Tarieven beschermen geen enkele Europese job. Je creëert er alleen een buitenlandse zondebok mee. De Chinese ‘vijand’ hoge(re) invoertarieven opleggen is ontkennen dat er geen goede oplossing is voor de (her)industrialisering van de VS en Europa. Ik denk dan ook dat Europa zal moeten kiezen of het zich vastklampt aan het economische en militaire bondgenootschap met de VS, of resoluut kiest voor de belangen van hun eigen werkende bevolking. Als Europa kiest voor dat laatste, zal het in China een bereidwillige partner vinden, ook als Europa wil herindustrialiseren. China staat open voor onderhandelingen waarbij het win-winprincipe vooropstaat. China heeft een technologische voorsprong opgebouwd, maar wil die niet exclusief voor zichzelf houden. China kan en wil ook leren van Europa. Er kunnen joint-ventures worden opgestart. Er kunnen deals worden gesloten waarbij vooral de belangen van de Europese arbeidersklasse centraal staan. China is er klaar voor, de keuze is aan Europa.

[1] Noot van de interviewer: Janet Yellen heeft zich tijdens haar ambtstermijn als Amerikaans minister van Financiën gepositioneerd als een pragmatische maar vastberaden ‘good cop’ binnen het Chinabeleid van de VS. Haar benadering rust op twee belangrijke pijlers: het beschermen van de Amerikaanse belangen zónder de economische banden volledig door te snijden. Ze uit felle kritiek op de door de Chinese staat gestuurde economie. Ze waarschuwt regelmatig voor Chinese industriële overcapaciteit. Volgens haar overspoelt China de wereldmarkt met gesubsidieerde, goedkope producten, wat Amerikaanse en Europese bedrijven oneerlijke concurrentie oplevert. Ze verdedigt de Amerikaanse exportrestricties op geavanceerde technologieën (zoals microchips) richting China. Ze benadrukt dat deze maatregelen puur bedoeld zijn om de Amerikaanse nationale veiligheid te beschermen en niet om China economisch te dwarsbomen.

Tings Chak is Asia co-coordinator bij Tricontinental: Institute for Social Research en redacteur bij Wenhua Zongheng: A Journal of Contemporary Chinese Thought,