Xi in Washington: Amerikaanse bedrijven kunnen China niet missen

De rode loper lag uitgerold, straaljagers vlogen over het Witte Huis en de Amerikaanse president Donald Trump ontving zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping met alle denkbare egards. Toch ging achter de staatsceremonie een veel minder plechtige realiteit schuil: de Verenigde Staten en hun grootste bedrijven kunnen zich een nieuwe escalatie met China nauwelijks veroorloven.

De Chinese president Xi Jinping voerde in het Oval Office van het Witte Huis in Washington, D.C., ook gesprekken in kleine kring met de Amerikaanse president Donald Trump. Foto: Xinhua/Xie Huanchi Disclaimer.

Jan Reyniers

De ontmoeting tussen Donald Trump en Xi Jinping in Washington op 24 september leverde vooral veel symboliek op. Er waren plechtige toespraken, een militaire fly-over, een staatsdiner en warme woorden over samenwerking. Maar op de dossiers die de relatie tussen beide grootmachten al jaren bepalen – handel, technologie, kunstmatige intelligentie, Taiwan en strategische grondstoffen – werden weinig fundamentele doorbraken bereikt. Reuters omschreef de top achteraf als een ontmoeting met veel ceremonie en weinig inhoudelijke vooruitgang.

Dat de ceremonie zo groots werd aangepakt, zegt veel over de economische machtsverhouding tussen Washington en Beijing. Trump behandelde China de afgelopen jaren geregeld als economische tegenstander en strategische rivaal. Toch zat een aanzienlijk deel van het Amerikaanse bedrijfsleven tijdens het staatsdiner gezellig mee aan tafel. Onder de gasten bevonden zich VS-topfiguren uit de technologiesector als Elon Musk, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg, Jensen Huang, Sam Altman, Sundar Pichai, Satya Nadella, Tim Cook…

Dat is geen toeval. Het illustreert hoe moeilijk het is voor Washington om economische onafhankelijkheid van China af te dwingen, terwijl Amerikaanse ondernemingen tegelijk toegang willen blijven houden tot de Chinese productiecapaciteit, grondstoffen én consumenten.

De handelsoorlog die terugkaatste

De huidige verhouding tussen Washington en Beijing is voor een belangrijk deel het resultaat van een escalatie die een hoogtepunt bereikte in 2025.

In april 2025 verhoogde Trump de Amerikaanse invoertarieven op Chinese producten tot een duizelingwekkende 145 procent. Beijing reageerde direct met tarieven van 125 procent op Amerikaanse goederen. De financiële markten reageerden daarop sterk en de economische schade die een langdurige confrontatie zou veroorzaken werd steeds duidelijker. In mei bereikten beide landen een tijdelijke overeenkomst waarbij de Amerikaanse tarieven werden teruggebracht van 145 naar 30% en de Chinese van 125 naar 10% Die koerswijziging kwam als een verrassing.

De regering-Trump had de tarieven aanvankelijk gepresenteerd als een instrument om China tot concessies te dwingen, het Amerikaanse handelstekort terug te dringen en meer productie terug te halen naar de Verenigde Staten. Jamieson Greer, de VS-handelsvertegenwoordiger, stelde in april 2025 dat het beleid moest zorgen voor meer Amerikaanse productie en minder afhankelijkheid van buitenlandse toeleveringsketens.

Maar Beijing bleek over krachtige economische wapens te beschikken. Een van de belangrijkste daarvan zijn de zeldzame aardmetalen. China legde in april 2025 exportbeperkingen op voor verschillende zeldzame aardmetalen en aanverwante materialen die worden gebruikt in onder meer auto’s, elektronica, energie en defensiesystemen. Exporteurs moesten voortaan vergunningen aanvragen, waardoor leveringen aan buitenlandse afnemers vertraagden of stilvielen. China beheerst nu eenmaal een zeer groot deel van de wereldwijde productie en verwerking van deze grondstoffen.

Daarmee werd Washingtons kwetsbaarheid zichtbaar: als het China uit zijn productie- en toeleveringsketen wil duwen, moet het eerst alternatieven vinden voor onderdelen, grondstoffen en verwerkingscapaciteit . En die liggen niet zomaar voor het grijpen. De VS-zoektocht verloopt dan ook moeizamer dan gehoopt.

Tesla als symbool van de afhankelijkheid

Tesla is daarvan een sprekend voorbeeld. De Amerikaanse autofabrikant beschikt over fabrieken in de Verenigde Staten, Duitsland en China. De fabriek in Shanghai is uitgegroeid tot een cruciale schakel in Tesla’s wereldwijde productie- en exportnetwerk. In 2025 leverde de fabriek ongeveer 851.000 voertuigen, goed voor circa 52 procent van Tesla’s wereldwijde leveringen. Dat maakt de relatie met China voor Tesla fundamenteel anders dan die van een bedrijf dat simpelweg goederen naar China exporteert. China is immers tegelijk productiebasis, exporthub en afzetmarkt.

Tesla staat daarin niet alleen. Amerikaanse technologiebedrijven hebben eveneens grote belangen in de Chinese markt, terwijl Amerikaanse fabrikanten afhankelijk blijven van Aziatische en Chinese productieketens voor onderdelen en grondstoffen. De economische relatie tussen beide landen is daardoor veel moeilijker te verbreken dan politieke toespraken soms suggereren.

1,4 miljard potentiële consumenten

Dan is er nog de andere kant van de vergelijking: de Chinese consument. De Wereldbank becijferde de Chinese bevolking in 2025 op 1,41 miljard. Tegelijkertijd is China uitgegroeid tot een van de belangrijkste consumentenmarkten ter wereld. Er is het vaak genoemde cijfer van meer dan 900 miljoen mensen die ondertussen tot de middenklasse behoren. Dat cijfer is uiteraard sterk afhankelijk van wat je als ‘middenklasse’ definieert, maar het onderliggende punt blijft overeind: China beschikt over een enorme binnenlandse markt met honderden miljoenen consumenten die over een groeiende koopkracht beschikken. Voor Amerikaanse multinationals is dat een moeilijk te negeren feit.

Apple, Tesla, Amazon, Google, Microsoft, Meta en Nvidia opereren allemaal in een technologisch landschap waarin China niet alleen een concurrent is, maar ook een belangrijke markt, productiebasis, leverancier of strategische schakel. Dat verklaart ongetwijfeld de aanwezigheid van zoveel Amerikaanse bedrijfsleiders bij het staatsdiner met Xi Jinping.

De CEO’s aan tafel

Het beeld van de staatsleider die tegenover zijn geopolitieke rivaal zit, is klassiek diplomatiek theater. Maar de tafel eromheen vertelt een ander verhaal. De Amerikaanse zakenelite was prominent vertegenwoordigd. Volgens Forbes lag de gezamenlijke geschatte vermogenswaarde van de aanwezige miljardairs boven de 2,4 biljoen dollar. Hoe je het ook draait of keert: dat bedrag zegt iets over politieke invloed en over de beweegredenen van de regering-Trump. Het illustreert vooral de enorme economische belangen die zich rond de Amerikaans-Chinese relatie concentreren.

Voor sommige bedrijven is een confrontatie met China een geopolitieke kwestie. Voor andere is het tegelijkertijd een directe kwestie van omzet, productie, investeringen en aandeelhouderswaarde. En precies hierin schuilt de fundamentele spanning. Washington wil zijn strategische afhankelijkheid van China verminderen terwijl VS-bedrijven daardoor niet afgesneden willen worden van een markt die honderden miljoenen consumenten omvat. Ze willen evenmin afscheid nemen van de toeleveringsketens die in sommige sectoren al jarenlang zijn opgebouwd.

De Amerikaanse regering probeert die twee doelstellingen met elkaar te verzoenen. Dat is aanzienlijk ingewikkelder dan simpelweg hogere importheffingen invoeren.

Botsing met de economische realiteit

Het is verleidelijk om de gebeurtenissen van 2025 en 2026 te omschrijven als een Amerikaanse nederlaag in de handelsoorlog. Misschien is die conclusie te absoluut geformuleerd, vast staat echter wél dat de tarieven van 2025 uiteindelijk werden teruggeschroefd en dat Washington en Beijing vervolgens een tijdelijke handelsvrede sloten. In september 2026 werd die wapenstilstand opnieuw met twee maanden verlengd. Tegelijkertijd werden afspraken gemaakt over beperkte tariefverlagingen voor niet-gevoelige goederen. Strategische sectoren zoals geavanceerde halfgeleiders en elektrische voertuigen bleven grotendeels buiten die regeling. Die ontwikkeling wijst alleszins op een diepe, wederzijdse afhankelijkheid.

China heeft Amerikaanse technologie, kapitaal en bepaalde markten nodig. De Verenigde Staten hebben China nodig voor onderdelen van hun industriële infrastructuur, kritieke grondstoffen én als afzetmarkt. Beide landen proberen die wederzijdse afhankelijkheid te verkleinen zonder zichzelf daarbij schade te berokkenen.

De lange weg naar ontkoppeling

Washington investeert daarom in nieuwe productieketens, binnenlandse industrie en alternatieve leveranciers. De regering-Trump heeft onder meer maatregelen genomen om de afhankelijkheid van China in strategische sectoren terug te dringen. Ook bondgenoten als Japan worden betrokken bij pogingen om toeleveringsketens voor zeldzame aardmetalen en andere kritieke materialen te diversifiëren. Een complete industriële infrastructuur opnieuw opbouwen is voor de VS geen klusje van Simpelmans. [En, tussen haakjes, evenmin voor Europa!]

Mijnbouw, raffinage, gespecialiseerde machines, geschoolde werknemers, logistiek en toeleveranciers vormen samen een wereldwijd Chinees netwerk dat zich over tientallen jaren heeft ontwikkeld. De opgelopen achterstand inhalen kost niet alleen geld, maar ook tijd. Juist daarom blijft de Amerikaanse strategie voorlopig dubbel. Aan de ene kant probeert Washington China economisch minder belangrijk te maken. Aan de andere kant probeert het de relatie stabiel genoeg te houden om te voorkomen dat de Amerikaanse economie wordt geraakt door een nieuwe escalatie. De ontmoeting tussen Trump en Xi paste precies in die paradox.

Achter de rode loper

De rode loper in Washington was dus niet alleen bedoeld voor Xi Jinping. Er lag er, figuurlijk gesproken, ook ééntje voor het Amerikaanse bedrijfsleven. De staatsceremonie liet zien dat Washington en Beijing elkaar strategisch wantrouwen, maar economisch nog altijd moeilijk om elkaar heen kunnen. De aanwezigheid van de Amerikaanse top van de technologiesector maakte die afhankelijkheid nog maar eens zichtbaar.

Dat betekent niet dat de Verenigde Staten hun streven naar economische onafhankelijkheid hebben opgegeven. Integendeel: de pogingen om productie en grondstoffenketens te diversifiëren gaan onverminderd door. Maar het tempo wordt niet langer uitsluitend door het Witte Huis bepaald. De economische realiteit van een evenwaardig China én een opkomend mondiaal Zuiden stelt Washington voor ongekende complicaties. Voor de Amerikaanse multinationals is China niet langer een abstracte geopolitieke tegenstander.

En precies daarom zal de verhouding tussen Washington en Beijing de komende jaren waarschijnlijk minder draaien om een volledige economische scheiding dan om de vraag welke afhankelijkheden beide landen nog bereid zijn te aanvaarden – en welke ze absoluut willen beëindigen. De top van september bracht daar geen definitief antwoord op. Maar de gastenlijst aan de bankettafel maakte wel één ding zichtbaar: zolang de Amerikaanse ondernemingen China nodig hebben, zal ook de Amerikaanse politiek zich naar die nieuwe wereldorde moeten richten.

Bronnen: Ben Norton: https://www.geopoliticaleconomy.report/p/trump-xi-summit-us-corporations-china?utm, aangevuld met eigen inzichten, Xinhua, SCMP, Reuters, Worldbank.