Dr. Jenny Clegg
De introductie door Xi Jinping in 2021 van de Whole Process People’s Democracy, de Integrale Volksdemocratie, is volgens de marxistische Chinaspecialist Dr Jenny Clegg een nieuwe ontwikkeling in de opvatting van het socialisme met Chinese kenmerken.

Het onderstaande essay gaat over de ‘Whole Process People’s Democracy (WPD)’, letterlijk de ’volksdemocratie die het gehele proces omvat’. De vertalers hanteren in de tekst zowel de term ‘integrale volksdemocratie’, als de afkorting ‘WPD’.
Met dit essay, dat wij in 2 delen publiceren, geeft Dr. Clegg haar opinie* over de centrale rol van politieke hervormingen in de Volksrepubliek China. Zij plaatst deze politieke ontwikkeling in grote lijnen in het kader van de sociaaleconomische transformatie van China van een landbouwland naar een industriële en technologische samenleving. Recente empirische bevindingen over dorpsverkiezingen, stedelijke gemeenschapsorganisatie en democratisch beheer op de werkplek illustreren de interacties aan de basis tussen de partij en het volk.
Hoe China werkt aan een socialistische democratie met de ‘integrale volksdemocratie’, een innovatie (deel 1)
De Volksrepubliek China (VRC) heeft de afgelopen 75 jaar een opmerkelijke transformatie doorgemaakt: van een van de armste landen ter wereld tot, volgens sommige maatstaven, de grootste economie ter wereld. De economische vooruitgang van China, en met name de overgang van een planeconomie naar een socialistische markteconomie, is door marxisten in het Westen uitgebreid besproken. Minder aandacht krijgt de vraag hoe de socialistische politieke democratie zich heeft ontwikkeld.
Kenmerkend aspect voor hoe de politiek in China werkt is de uitbreiding van het democratisch centralisme naar de bredere samenleving, namelijk de massalijn. Dit is de term voor de methode om ‘van de massa, naar de massa’ te gaan – die Mao ontwikkelde in de gebieden waar de CPC (Communistische Partij van China) basissen had tijdens de oorlog tegen Japan. Het doel was het om de ideeën die leefden onder de bevolking te bundelen en te systematiseren tot uitvoerbaar beleid en concrete maatregelen. Zo diende de massalijn als middel om met de tegenstellingen om te gaan tussen de vier klassen die het verzet steunden – arbeiders, boeren, de kleinburgerij en de nationale bourgeoisie. Hun uiteenlopende belangen werden op elkaar afgestemd om het Verenigd Front te versterken.
De massalijn vormt de kern van de opvatting van de CPC over socialistische democratie en verbindt de partij, de staat en het volk met elkaar. Hoe kan dit concept, dat is ontstaan in een omgeving met hechte dorpsgemeenschappen, vandaag nog relevant zijn in het licht van de modernisering van China?
Xi Jinping zette de doelstelling van de Volksrepubliek China voor het honderdjarig bestaan uiteen.’China moet tegen 2049 een ‘sterk, democratisch, beschaafd, harmonieus en modern socialistisch land’ te worden. Xi gaf daarbij grote nadruk aan het doel van een moderne socialistische democratie:
Dat doel is de wil van het volk ten volle tot uiting te laten komen, zijn rechten en belangen te beschermen, zijn creativiteit te stimuleren en te zorgen voor een stelsel van instellingen dat waarborgt dat het de bevolking is die het land bestuurt.[1]
Het concept van de ’volksdemocratie die het gehele proces omvat’ (WPD) wordt nu door Xi naar voren gebracht als de volgende innovatie in de ontwikkeling van het socialisme met Chinese kenmerken.[2] Het politieke systeem van China, dat van het democratische naar het socialistische stadium was geëvolueerd, zou na 1956 – nadat onder Mao de klassenstrijd en de massamobilisaties de grootste aandacht hadden gekregen – overgaan tot de vorming, na 1978 onder Deng, van formele instellingen van indirecte vertegenwoordiging, met als kern het systeem van de volkscongressen. De WPD reikt nu de hand naar de samenleving door de mogelijkheden voor burgerparticipatie uit te breiden. Met het doel het bestuur op deze manier effectiever te maken, gaat het om een poging om de Chinese samenleving om te vormen tot een samenleving met een rechtstaat die beter is afgestemd op de nieuwe, verstedelijkte en geïndustrialiseerde omgeving.
Losurdo ziet een tegenstelling tussen westerse marxisten, ‘opposanten’, die steeds meer focussen op ‘kritische theorie’ en bestaande praktijken ongunstig beoordelen omdat ze die afzetten tegen ‘verzonnen normen gekenmerkt door theoretische of morele zuiverheid’, en oosterse marxisten ‘machthebbers’, die daadwerkelijk bezig zijn met het ‘moeilijke en langdurige proces van het opbouwen van het socialisme’.[3] Dit artikel concentreert zich op de tweede groep. Het is een aanzet tot meningsvorming over de wijze waarop China te werk is gegaan bij de opbouw van een democratisch, socialistisch politiek systeem. Een systeem waarvan de specifieke kenmerken alles te maken hebben met de Chinese realiteit: een land dat de sociaal-economische transformatie doormaakt van een agrarische, op het platteland gebaseerde samenleving naar een moderne, geïndustrialiseerde samenleving.
Deze bespreking begint met een algemeen historisch overzicht waarbij de auteur wijst op het aanvankelijke gebrek aan consensus over de aard van de proletarische staat, gezien de specifieke omstandigheden in China als een grotendeels op de boerenbevolking gebaseerde samenleving – een kwestie die pas met de Grondwet van de Volksrepubliek China uit 1982 werd opgelost. Vervolgens wordt de politieke dimensie van het tijdperk van ‘hervorming en openstelling’ geschetst, waarna het concept van de WPD aan de orde komt. De nadruk ligt dan op de doelstelling om de sociale verhoudingen op de grondslagen van een socialistische wetgeving te baseren. Om wat achtergrondinformatie te bieden, put het uit de bevindingen van recent empirisch onderzoek naar verkiezingen in dorpen, nieuwe instellingen in steden en democratisch beheer in ondernemingen, om zo inzicht te verschaffen in participatieve en representatieve praktijken aan de basis. Tot slot worden enkele algemene opmerkingen gemaakt over de rol die de Partij in de politieke ontwikkeling van China speelt aangezien zij de maatschappelijke veranderingen stuurt in de richting van een modern socialisme waarin tegen 2049 de ‘welvaart voor allen’ is gerealiseerd.
Over de aard van de staat
De oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 was het resultaat van een democratische revolutie met specifieke kenmerken. Onder leiding van een proletarische partij die slechts een kleine arbeidersklasse vertegenwoordigde had een antifeodaal en anti-imperialistisch programma de steun verworven van honderden miljoenen boeren, evenals van grote delen van de nationale bourgeoisie en de intelligentsia. Acht democratische partijen, die voor een deel de laatste twee groepen vertegenwoordigden en het leiderschap van de CPC aanvaardden, werkten mee aan een gemeenschappelijk programma waarin de Volksrepubliek China werd uitgeroepen tot een volksdemocratische dictatuur. Dat bestel moest onder de leiding van de arbeidersklasse staan, en gebaseerd zijn op een bondgenootschap van vier klassen: arbeiders, boeren, de nationale bourgeoisie en de kleine bourgeoisie.
In 1954, na verkiezingen voor de oprichting van volkscongressen op verschillende niveaus – van laag tot hoog, gemeenten tot Nationaal Volkscongres (NPC) – keurde het eerste NPC een formele grondwet goed waarin een op volkscongressen gebaseerd regeringsstelsel officieel werd bekrachtigd. Daarnaast kregen de acht democratische partijen een stem in de Politiek Raadgevende Conferentie van het Chinese Volk (Chinese People’s Political Consultative Conference (CPPCC). De dorpen kregen zelfbestuur. Voor dit alles werd een stevige basis gelegd door van massa-organisaties voor vrouwen en jongeren en van vakbonden. Afgezien van tien jaar Culturele Revolutie is het politiek systeem van de Volksrepubliek China altijd, tot op de dag van vandaag, volgens dit model gestructureerd.
De grondwet van 1954 voorzag in een relatief lange periode van socialistische transformatie. Onder impuls van een sterke opkomst van het socialisme op het platteland zou het Achtste Congres van de Communistische Partij van China (CPC) in 1956 echter een ‘totale en beslissende’ overwinning voor het socialisme afkondigen. Hiermee werden zo’n 90 procent van de gezinnen op het platteland lid van coöperaties en het overgrote deel van de kapitalistische industrie ging over in gemeenschappelijke staats-particuliere bedrijven of ondernemingen die volledig van de staat waren. Dit verwoordde Liu Shaoqi in zijn congresverslag als volgt: ‘De democratische dictatuur van het volk is in wezen een vorm van de dictatuur van het proletariaat geworden’.[4]
Deze vreedzame overgang, mogelijk gemaakt door het proletarische leiderschap tijdens de democratische fase, verliep niet moeiteloos. De leiding van de CPC, die de tegenstanders van het socialisme als een kleine minderheid beschouwde en vaststelde dat het kapitalisme in China nog maar in beperkte mate ontwikkeld was, beschouwde de nationale bourgeoisie als onderdeel van de werkende bevolking. De partij streefde, hoewel zij bleef vinden dat een dictatuur nodig was om de contrarevolutie te onderdrukken, naar een langdurig naast elkaar bestaan met de democratische partijen. Vanuit linkse hoek werden vraagtekens gezet bij het besluit van het Congres om deze partijen, die waren opgericht om de nationale bourgeoisie te vertegenwoordigen, ook na de socialistische overgang bij het bestuur te blijven betrekken.
De enigszins extreme maatregelen die in 1957 werden genomen om een rechtse tegenreactie het hoofd te bieden, zijn een uiting van die vijandigheid tegenover het werk van het Verenigd Front. Dat de besluiten van het Achtste CPC-congres pas 25 jaar later formeel zouden worden vastgelegd in een nieuwe grondwet, was een teken van het gebrek aan consensus over het karakter van de socialistische staat in China.
Tijdens de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ van 1958 werden dorpen ingelijfd bij de volkscommunes die op gemeentelijk niveau waren ingsteld, en tijdens de Culturele Revolutie werden de volkscongressen vervangen door revolutionaire comités van de nieuwe types van massaorganisaties waarin Rode Gardisten, Arbeidersgroepen, het Volksbevrijdingsleger (PLA) en kaders van de Communistische Partij van China (CPC) de dienst uitmaakten. Een nieuwe grondwet uit 1975 verving de benaming van China uit 1954 als een ‘volksdemocratische staat’ door de termen ‘een socialistische staat van de dictatuur van het proletariaat’.
En pas in 1982 werd in een nieuwe grondwet de status van de Volksrepubliek China uiteindelijk aangepast tot die van een socialistische staat onder een volksdemocratische dictatuur, geleid door de arbeidersklasse en gebaseerd op het bondgenootschap tussen arbeiders en boeren. In de preambule werd uitgelegd dat ‘de democratische dictatuur van het volk … in wezen de dictatuur van het proletariaat is’. Dit in navolging van Liu Shaoqi, die er in zijn verslag uit 1956 op had gewezen dat Lenin de dictatuur van het proletariaat zag als een ‘bijzondere vorm van klassenalliantie’ tussen het proletariaat en de meerderheid van de ‘talrijke niet-proletarische lagen in de werkende bevolking (de kleine burgerij, de kleine ondernemers, de boerenbevolking, de intelligentsia, enz.)’.
De politieke dimensie van ‘Hervorming en openstelling’
Toen Deng eind jaren zeventig weer zijn hoge functie kreeg, bestond de Chinese bevolking nog steeds voor het overgrote deel uit landbouwers. Dengs strategische koerswijziging naar een beleid van ‘hervorming en openstelling’ had tot doel de volgende fase van de industrialisatie van China te realiseren, waarvoor een grootschalige transitie nodig was om van plattelandsbewoners stedelingen te maken.
Toen de volkscommunes werden ontbonden, werd in de dorpen de marktwerking geïntroduceerd. Om de enorme trek naar de steden in goede banen te leiden en tegelijkertijd de industrialisatie rond een kern van socialistische staatsbedrijven (SOE’s) te versnellen, deed de CPC beroep op het bedrijfsleven en hoogopgeleide professionals om werkgelegenheid te creëren en de technieken te moderniseren, niet in de laatste plaats door te leren van het Westen. Terwijl de partij de koers van de veranderingen bepaalde, hervatte zij de samenwerking met de acht democratische partijen en blies zij het systeem van de volkscongressen nieuw leven in.
De Culturele Revolutie (CR) had tot doel te breken met de democratische grondslagen van de door het proletariaat geleide revolutie in China. De initiatiefnemers en leiders van de CR, hadden de klassenstrijd tussen de bourgeoisie en het proletariaat als de belangrijkste tegenstelling beschouwd. Deng keerde nu daarentegen terug naar de kenmerkende eigenschappen van het Chinese socialisme, waarbij hij prioriteit gaf aan de ontwikkeling van de productiekrachten. Hoewel hij de marktwerking de vrije loop liet en de klasse van hoger opgeleiden meer ruimte gaf in plaats van te vertrouwen op massamobilisatie, trachtte hij de tegenstellingen binnen de socialistische samenleving aan te pakken door gebruik te maken van de macht van de partij en de staat. Dit werd vastgelegd in de vier grondbeginselen die ervoor moesten zorgen dat China socialistisch zou blijven: behoud van de ‘democratische dictatuur van het volk’, van de leiding door de CPC, van het Marxisme-leninisme en het gedachtegoed van Mao Zedong.
Het werd al eerder betoogd: dat de markthervormingen in China stap voor stap werden doorgevoerd onder strikte controle van de partij en de staat was de belangrijkste reden voor hun succes.[5] Hierbij, en in de nasleep van de protesten op het Tiananmenplein, heeft de Communistische Partij van China lering getrokken uit de fout die Gorbatsjov maakte door te proberen economische en politieke hervormingen tegelijkertijd door te voeren, wat leidde tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De top-downbenadering van China mag echter enkele belangrijke ontwikkelingen op politiek gebied niet aan het oog onttrekken.
Een resolutie uit 1982 over de partijgeschiedenis had tot doel de belangrijkste aspecten van de socialistische democratisering te verduidelijken. Het systeem van volkscongressen zou worden versterkt. Het socialistische rechtsstelsel moest omgevormd tot ‘een krachtig instrument ter bescherming van de rechten van het volk’. Geleidelijk zou het tot een directe participatie in de politieke macht op basisniveau komen, met name ‘democratisch beheer door de arbeidersmassa’s in stedelijke en landelijke ondernemingen over de gang van zaken binnen hun bedrijf’.[6]
Sinds de heroprichting in 1978 heeft het Nationaal Volkscongres een enorme reeks wetten aangenomen waarmee de regelgeving zorgvuldig is vormgegeven. Om het systeem van volkscongressen te versterken, krijgen gemeenten, belangengroepen, werkplekken en massa-organisaties aansporingen om vertgenwoordigers te verkiezen. Zo beschikken eerstelijnswerkers, boeren en minderheden tot op nationaal niveau over vertegenwoordigers door middel van vastgestelde quota. Er is regelmatig overleg met deskundigen, massa-organisaties – vakbonden, organisaties van vrouwen en jongeren– en met de democratische partijen. Al die organisaties helpen bij de raadplegingen en de informatieverstrekking over nieuwe wetgeving.[7] De voorstellen die specifiek de directe belangen van het grote publiek aangaan – zoals vrouwenrechten en arbeidsrechten – worden in conceptvorm ter openbare discussie en voor opmerkingen voorgelegd. Het ontwerp van het 14e vijfjarenplan leverde binnen twee weken een miljoen suggesties van het publiek op.[8]
De economische hervormingen zouden de verhoudingen tussen de partij, de staat en de samenleving ingrijpend veranderen, naarmate staats- en collectieve ondernemingen hun relatie met de overheid opnieuw gingen definiëren. De CPC begon vervolgens te zoeken naar nog verschillende andere vormen van participatie en voerde in 1998 competitieve dorpsverkiezingen in. In dat jaar kregen 900 miljoen plattelandsbewoners daarmee te maken. NGO’s, waaronder buitenlandse, kregen een zekere mate van autonomie en begonnen zich te ontplooien. Dat alles wel binnen een wettelijk kader teneinde ‘de eenheid en veiligheid van het land niet te ondermijnen en de belangen van de staat of het publiek niet te schaden’..[9]
Vandaag de dag, na vier decennia van hervormingen, leef nog maar ongeveer een derde van de Chinese bevolking (500 miljoen mensen) op het platteland. De particuliere sector is exponentieel gegroeid en neemt nu 80 procent van de nieuwe werkgelegenheid voor zijn rekening, grotendeels in kleine, middelgrote en gezinsbedrijven.[10] De bevolking van de steden is gediversifieerd: er is een middeninkomensgroep van zo’n 450 miljoen mensen, die goed opgeleid zijn en een eigen woning bezitten, en die samenleeft met zo’n 300 miljoen migranten uit plattelandsgebieden, van wie velen het nog steeds niet breed hebben. Er is een nieuwe groep van enkele honderden miljardairs ontstaan.
Dankzij groeipercentages in dubbele cijfers, de toenemende kansen en dagelijkse verbeteringen in de levensomstandigheden van de bevolking bleef de steun onder de bevolking groot. Maar tegen het einde van de jaren 2000 begon de groei af te nemen, terwijl de verwachtingen juist stegen. Intussen, in 2001, waren ondernemers tot de CPC toegelaten en was er in 2007 een nieuwe eigendomswet aangenomen die bescherming bood aan privé-eigendom. Zo zorgde de uitdaging om de marktwerking te verzoenen met socialistische waarden voor grote spanningen binnen de partij. Tevens werd duidelijk dat de politieke betrokkenheid afnam naarmate de cultuur om zich te verrijken corruptie in de hand werkte.
Toen Xi Jinping in 2013 de leiding op zich nam, bevestigde hij weliswaar de rol van de markt, maar streefde hij er tegelijkertijd naar de leidende rol van de Partij te versterken. Hij zette hiertoe een ingrijpende en zeer populaire anticorruptiecampagne in gang. Ook werd de studie van het marxisme nieuw leven ingeblazen en lanceerde de partij een nieuw initiatief om partijafdelingen aan de basis op te richten, onder meer in particuliere ondernemingen. In 2021, toen de macht van de CPC weer was geconsolideerd, werd de ‘integrale volksdemocratie’ (‘Whole Process People’s Democracy’, WPD) in het leven geroepen. Het was de bedoeling hiermee een regelgevend kader te scheppen dat beter aansluit bij marktgerichte modernisering, en tegelijk directe politieke participatie op basisniveau te stimuleren. Met het oog op de voortgezette uitvoering van de socialistische democratiseringsagenda uit 1982, versterkte dit de nieuwe verschuiving van economische groei naar mensgerichte ontwikkeling. De langetermijndoelstelling van ‘algemene welvaart’ die tijdens het 19e congres van de CPC in 2017 was aangenomen kwam beter in beeld.
[1] Het verslag van Xi Jinping op het 19e Nationale Congres van de Communistische Partij van China, 4 november 2017 https://www.chinadaily.com.cn/china/19thcpcnationalcongress/2017-11/04/content_34115212.htm geraadpleegd op 1/12/25
[2] Xi Jinping, Toespraak tijdens de bijeenkomst ter ere van de 100e verjaardag van de oprichting van de Communistische Partij van China, 15 juli 2021 http://www.xinhuanet.com/politics/2021-07/15/c_1127658385.htm geraadpleegd op 23/11/24
[3] Domenico Losurdo, 2024, Western Marxism: How It Was Born, How It Died, How It Can Be Reborn, ed. Gabriel Rockhill, Monthly Review Press, New York, pp.257-263
[4] Liu Shaoqi, Politiek verslag van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China (CC.CPC) aan het Achtste Nationale Congres van de CPC, 15 september 1956 https://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/8th_congress.htm geraadpleegd op 12-5-24
[5] zie bijvoorbeeld Carlos Martinez, 2023, The East Is Still Red, Praxis Press, hoofdstuk 3, blz. 65-83; en Isabella Weber, 2021, : How China Escaped Shock Therapy: the Market Reform Debate, Routledge, p. 268.
[6] CC.CPC, Resolutie inzake bepaalde kwesties in de geschiedenis van onze partij sinds de oprichting van de Volksrepubliek China, 27 juni 1982 https://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/history/01.htm geraadpleegd op 25-06-2025. In de resolutie werd ook verduidelijkt dat, hoewel de klassenstrijd als gevolg van bepaalde binnenlandse factoren en invloeden uit het buitenland niet langer als de belangrijkste tegenstelling ‘werd beschouwd, de klassenstrijd binnen bepaalde grenzen nog lange tijd zal blijven bestaan en onder bepaalde omstandigheden zelfs kan verergeren’.
[7] Massaorganisaties zijn zowel volgens de principes van het democratisch centralisme georganiseerd als onderdeel van het bredere systeem van democratisch centralisme. Hoewel zij ondergeschikt zijn aan de algemene belangen van de socialistische staat en deze ondersteunen bij de ontwikkeling van de productiekrachten en de socialistische modernisering, beschikken zij toch over autonomie om de rechten en belangen van hun leden doeltreffend te vertegenwoordigen en te beschermen.
[8] China Insight, Whole Process People’s Democracy, blz. 3, https://www.bjreview.com/2021pdf/China_Insight_Special_Issue_on_Whole_Process_Peoples_Democracy.pdf geraadpleegd op 16-12-24
[9] Esther E. Song, Explaining the expansion of the NGO sector in China: through the lens of adaptive corporatist governance, Asia Politics and Society, Wiley Online Library 26-6-24 https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/aspp.12752 geraadpleegd op 8-12-24
[10] Uit de Fortune 500-lijst van 2022 blijkt dat 71 procent van de opgenomen Chinese grote bedrijven in staatsbezit was, Big Data China https://bigdatachina.csis.org/unpacking-linkages-between-the-chinese-state-and-private-firms/#:~:text=Inderdaad%2C%2071%20procent%20van%20de%20Chinese,staatsbedrijven%20in%20China geraadpleegd op 1 juli 25
Dr. Jenny Clegg is een China-specialist en voormalig docent Aziatisch-Pacifische Studies aan de Universiteit van Central Lancashire. Sinds haar emeritaat blijft ze onderzoek doen naar en schrijven over China. Ze is lid van de redactieraad van World Marxism Review en van de International Manifesto Group, en zit in de adviesraad van de Friends of Socialist China. Tot haar publicaties behoren onder meer China’s Global Strategy: towards a multipolar world (London: Pluto Press, 2009); Storming the Heavens – Peasants and Revolution in China, 1925-1949: a Marxist perspective (Croydon: Manifesto Press, 2025).

Het essay China’s evolving socialist democracy and its new conception of ‘Whole Process People’s Democracy’ van J. Clegg verscheen in 2024 in Theory & Struggle . Dit is het blad van de Marx Memorial Library in Londen, Verenigd Koninkrijk. Via hun website zijn nummers van het blad verkrijgbaar. De auteur en T&S hebben toestemming tot overname verleend.
De vertaling is van Dirk Nimmegeers, in samenwerking met het team van E. Carpentier.
Opinie *
De standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.
