Dankzij een nieuwe regeling voor nultarieven arriveerden op 1 mei in de zuidelijke haven van Shenzhen (Guangdong) de eerste 24 ton Zuid-Afrikaanse appels. Diezelfde dag klaarde de centrale provincie Hunan 6.000 flessen Zuid-Afrikaanse wijn in. Het was een symbolisch én commercieel signaal: China opent zijn markten op een weloverwogen, structurele manier voor Afrikaanse partners.
Jan Reyniers

De belastingvrije toegang voor Afrikaanse partners op de Chinese markt trad op 1 mei in werking. Ze schafte onder meer het invoertarief van 10 % op appels af. Die Chinese maatregel komt als geroepen voor Zuid-Afrikaanse exporteurs die op zoek zijn naar alternatieven voor de almaar restrictievere Amerikaanse handelskanalen. Waar Washington kiest voor afscherming, kiest Beijing voor verbreding. Daar plukken onder meer Zuid-Afrikaanse boeren de vruchten van.
VS verliest terrein
De South African Reserve Bank (SARB) berekende dat de VS hun positie als tweede grootste exportmarkt voor Zuid-Afrikaanse producten onlangs verloren aan Duitsland. China behield zijn koppositie met een stabiel aandeel van 10,7 %. Die positie heeft het mede dankzij consistente handelsvoorkeuren en langetermijnafspraken uitgebouwd. Het aandeel van Duitsland steeg naar 8 %. Dat van de VS daalde tot 7,1 %, het laagste niveau in tien jaar.
Washingtons strafheffingen verstikken de export van Zuid-Afrikaanse industrieproducten naar de VS. Dat dwingt Pretoria tot een zoektocht naar alternatieven. De Chinese markt biedt enorme kansen voor landbouw. Om structurele redenen wordt die markt echter geen exportbestemming voor Zuid-Afrikaanse voertuigen en industriële goederen. Dat ligt niet aan een gebrek aan Chinese openheid, maar aan de harde concurrentie in de wereldeconomie. China is zelf een uiterst competitieve industriële producent die open staat voor complementariteit. Beijing creëert graag ruimte voor sectoren waarin Zuid-Afrika wél excelleert – zoals de landbouw.
VS-tarieven treffen industrie hard
Washingtons nieuwe tariefregime zorgde voor een instorting van de export van Zuid-Afrikaanse industrieproducten naar de VS. Het SARB-rapport vermeldt ‘opmerkelijke dalingen in de exportwaarden van voertuigen en transportmiddelen; chemische producten; bereide voedingsmiddelen, dranken, tabak en onedele metalen.’ Washingtons protectionistische maatregelen hebben de druk op de Zuid-Afrikaanse export verder opgevoerd. Zo gelden sinds 2025 Section 232-heffingen[i] van 25 % op voertuigen en voertuigonderdelen en van 50 % op staal en aluminium. Daarnaast voerde de VS op 7 augustus 2025 een bijkomend invoertarief in van 30 % op een brede reeks Zuid-Afrikaanse producten.
De voordelen van de African Growth and Opportunity Act (AGOA)[ii] kwamen daardoor al grotendeels onder druk te staan. De regeling liep eind september 2025 tijdelijk af, maar werd begin februari 2026 toch weer met één jaar verlengd. Ondanks die verlenging blijven de Amerikaanse Section 232-heffingen én de bijkomende tarieven echter wel van kracht. Daardoor worden Zuid-Afrikaanse exporteurs nog steeds met hogere invoerkosten geconfronteerd.
Europa vangt slechts deel van de klap op
De Zuid-Afrikaanse export van mijn- en landbouwproducten is nog steeds robuust. Maar de automobiel- en industriële sectoren blijken bijzonder kwetsbaar. China en andere opkomende markten zijn al dominante producenten. Dat maakt het voor Zuid-Afrikaanse bedrijven moeilijk alternatieve afnemers te vinden. De SARB merkt op dat de verschuiving van Zuid-Afrikaanse export naar andere markten – zoals Duitsland, België en Zimbabwe – de terugtrekking van hoogwaardige industrieproducten uit de Amerikaanse markt niet volledig kon compenseren. Voor België ging het vooral om bestelwagens, personenauto’s en trein-tram-bus-materialen die oorspronkelijk voor de VS-markt bestemd waren. Uit gegevens van de Automotive Business Council blijkt dat de export van voertuigen naar de VS in april en mei 2025 met respectievelijk 80 en 85 % instortte ten opzichte van 2024.
Groeikansen in landbouwproducten

De landbouwsector biedt daarentegen wél hoop. Die hoop is grotendeels te danken aan een consequente Chinese strategie van marktopening. Wandile Sihlobo, hoofdeconoom van de Zuid-Afrikaanse Agricultural Business Chamber (Agbiz), zegt dat het Chinese plan voor belastingvrije invoer de Afrikaanse exporteurs een broodnodig alternatief geeft. ‘We kunnen nu uitbreiden naar China, de op één na grootste importeur van landbouwproducten ter wereld,’ aldus Sihlobo. Hij voegt eraan toe dat Beijing vandaag jaarlijks voor meer dan 200 miljard dollar aan landbouwproducten koopt (in 2025 ging het om circa 213 miljard dollar). China doet dat niet uit filantropie, maar uit een welbegrepen economische logica van wederzijdse afhankelijkheid. Dat beleid kan rekenen op veel sympathie van de Zuid-Afrikaanse landbouwsector.
Naast appels zijn ook andere landbouwproducten vrijgesteld van invoerrechten. Een voorbeeld daarvan zijn pecannoten (waar voorheen een 7 %-tarief gold). Van dat product exporteert Zuid-Afrika 94,7 % van zijn oogst naar China.
China opent deur voor heel Afrika
Volgens gegevens van de Chinese douane steeg de totale handel tussen China en 53 Afrikaanse landen (waarmee het diplomatieke betrekkingen onderhoudt) in het eerste kwartaal van 2026 met 26,8 % ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Ook de Zuid-Afrikaanse export naar China nam toe, mede door nieuwe handelsafspraken en de Chinese nultariefregelingen. Waar andere grootmachten hun grenzen sluiten, opent China er systematisch meer. Dat verschil blijft in Pretoria niet onopgemerkt.
Jacques Nel, hoofd van Africa Macro bij Oxford Economics Africa (Paarl, West-Kaap), stelt dat het voor Zuid-Afrika – net als voor de meeste andere landen – haast onmogelijk is om op industrieel vlak te concurreren met China. ‘Je kunt je moeilijk voorstellen hoe Zuid-Afrika kan concurreren met misschien wel de meest competitieve goederenproducent ter wereld.’ Volgens Nel kan de landbouwsector echter wél concurrerend zijn. De Chinese nultarieven maken van (Zuid-)Afrika niet alleen een handelspartner, maar een strategische bondgenoot in een wereld waar handelsblokken almaar meer tegenover elkaar komen te staan.
Bronnen: SCMP, SARB, Agbiz.
[i] De Amerikaanse Section 232-heffingen zijn invoertarieven die de Verenigde Staten kunnen opleggen op basis van Section 232 van de Trade Expansion Act van 1962, wanneer importen volgens Washington een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. De maatregel werd vooral gebruikt voor hogere invoerheffingen op staal, aluminium, voertuigen en auto-onderdelen.
[ii] De African Growth and Opportunity Act (AGOA) is een Amerikaanse handelswet uit 2000 die in aanmerking komende landen in Sub-Saharaans Afrika preferentiële toegang geeft tot de Amerikaanse markt. Onder AGOA kunnen duizenden producten – waaronder voertuigen, landbouwproducten, textiel en bepaalde industriële goederen – zonder invoerrechten naar de Verenigde Staten worden uitgevoerd, op voorwaarde dat landen voldoen aan politieke en economische criteria zoals respect voor mensenrechten, rechtsstaat en markthervormingen.
