Het veranderende klassenpatroon in China – deel 1

De Chinese maatschappij maakt een versnelde evolutie door. Na Deng Xiaopings beleid dat ‘sommigen eerder rijk mogen worden’ is er een groep mensen opgestaan die op eigen kracht vermogend geworden zijn. Ook leeft vrijwel niemand in China meer onder de armoedegrens. Dit artikel van Zhu Guanglei, een politicoloog van de Nankai Universiteit in Tianjin, gaat in op het effect van deze ontwikkelingen op de verdeling van sociale klassen in China.

Voorpagina van Wenhua Zongheng (Culturele Varia); foto de site van het tijdschrift (disclaimer)

Klassen

De verandering in de structuur van de sociale klassen is de meest fundamentele en diepgaande verandering in de Chinese samenleving in dit stadium van haar ontwikkeling. Het beïnvloedt de maatschappelijke ontwikkeling en de formulering van het politieke beleid van China. Na de ‘grote differentiatie’ (de verbreding van de kloof tussen rijken en mensen met lagere inkomens) en ‘nieuwe combinatie’ (het inlopen qua inkomen van de mensen in loondienst) aan het einde van de 20e eeuw, stabiliseerde de klassenindeling zich geleidelijk. In de nieuwe ontwikkelingsperiode blijven hervorming en openstelling van de economie de drijvende kracht, maar nieuwe technologieën geven opnieuw een impuls aan klassendifferentiatie. Tegelijkertijd spelen ook nieuwe krachten zoals de particuliere economie een rol. Over het algemeen is de mobiliteit binnen de Chinese samenleving nog steeds redelijk en voltrekken de veranderingen in de sociale structuur zich geleidelijk. Onder de gecombineerde invloed van verschillende krachten is de sociale klassenstructuur van China ook complexer dan in de begindagen van de hervorming van de socialistische markteconomie en er zijn enkele nieuwe kenmerken in de klassenontwikkeling naar voren gekomen.

Arbeidersklasse – breed

De totale omvang van de arbeidersklasse is gestaag gegroeid. De mate van integratie tussen ‘blauwe en witte’ boorden is toegenomen, maar binnen beide groepen is differentiatie aan het ontstaan.

In China wordt de term ‘arbeidersklasse’ traditioneel voornamelijk gebruikt vanuit een politiek perspectief, om de politieke basis van de macht van het volk te definiëren. Als basisconcept voor het analyseren van de samenstelling van leden van de samenleving omvat de arbeidersklasse een breed spectrum van burgers. Het omvat arbeiders, ambtenaren en professioneel en technisch personeel in enge zin; en tot op zekere hoogte ook soldaten en gepensioneerde werknemers. Dit spectrum is erg groot. Op dit moment zijn er in China meer dan 400 miljoen arbeiders in enge zin. Het is de meest invloedrijke en breedst betrokken sociale groep in China.

Arbeidersklasse – focus

De focus ligt hier op de arbeiders in engere zin. Onder hen is het aantal witte boorden geleidelijk toegenomen, maar blauwe boorden domineren nog steeds. Op dit moment is de verhouding tussen blauwe en witte boorden ongeveer 2:1 en het aandeel witte boorden in de meest ontwikkelde grootstedelijke gebieden zoals Beijing, Shanghai, Shenzhen e.d. is hoger. De blauwe en witte boorden tonen een trend van ‘grote integratie met kleine verschillen’. Met de popularisering van kennis en de brede toepassing van mechanisatie en elektrificatie is de kwaliteit van arbeiders aanzienlijk verbeterd en wordt de kloof tussen blauwe en witte boorden op het gebied van werkomgeving, salaris, arbeidszekerheid, enz., kleiner. Op dit moment wordt het verschil tussen blauw en wit vooral weerspiegeld in het verschil tussen fysieke arbeiders en creatieve arbeiders in termen van salarisinkomen en toegang tot openbare diensten.

Handen vs scholen

De arbeiders zijn ze in twee groepen verdeeld: handarbeiders en geschoolde arbeiders. Onder hen voltooien handarbeiders, de traditionele arbeidersklasse, hun arbeid door fysieke kracht en met eenvoudig gereedschap. Ze bestaan voornamelijk in zware fysieke, risicovolle en lage-omzet bezigheden zoals laden en lossen, assemblage, enz., geconcentreerd in de bouw, mijnbouw en metaalbewerking, kledingproductie, opslag e.d.. Deze groep bestaat voornamelijk uit migranten met een lage opleiding. Met de toepassing van nieuwe technologieën, de upgrade van intelligente productie- en automatiseringstechnologie en de popularisering van beroepsonderwijs en hoger onderwijs, krimpt de omvang van deze groep geleidelijk, terwijl het aantal geschoolde werknemers toeneemt. Geschoolde arbeiders zijn anders dan ambachtslieden. Ze vertrouwen voornamelijk op de correcte bediening van machines en apparatuur om zeer nauwkeurige, zeer efficiënte en hoogwaardige bewerkingen in het productieproces te verrichten. Omdat ze vaardigheden geleerd hebben, hebben ze meer kansen om vaste banen te krijgen. Met de toepassing van sterk geautomatiseerde apparatuur, zoals digitalisering en intelligentie, is de werkplaats ook netter, zodat hun werkomgeving duidelijke voordelen heeft ten opzichte van die van handarbeiders. Sinds de jaren negentig is de relatie tussen meester en leerling geleidelijk afgeschaft. Beroeps- en technische scholen hebben een groot aantal hoogwaardige talenten afgeleverd en de bijbehorende beoordelingsnormen voor vaardigheden zijn ook wetenschappelijker en eerlijker. Voor de hoogwaardige ontwikkeling van de Chinese industrie zijn geschoolde werknemers onmisbaar geworden. Volgens een recente enquête over de status van werknemers in China overschreed het aantal geschoolde arbeidskrachten eind 2021 de 200 miljoen, goed voor meer dan een kwart van de totale beroepsbevolking. Dat betekent echter ook dat het aantal geschoolde werknemers in China nog steeds klein en van lage kwaliteit is.

Witte boorden

De interne differentiatie onder de witteboordenarbeiders heeft inmiddels een groep bekwame witteboordenwerkers voortgebracht. Ze hebben een werkomgeving die past bij de traditionele witteboordenwerkers en voeren ook relevant werk uit in schone en geschikte kantoorruimtes. Net als arbeiders hoeven ze alleen de taken uit te voeren die door hun superieuren, of volgens het gestandaardiseerde protocol, zijn toegewezen. De belangrijkste inhoud van hun werk is het maken van begeleidende teksten, grafieken en eenvoudige informatieoverdracht via computers, netwerken en telefoons. Wat de aard van hun werk betreft, verschillen ze niet van arbeiders die in productiehallen machineknoppen bedienen, maar hun werk is afhankelijk van computers, internet en telefoon. Daarom is het inkomen van deze groep niet veel hoger dan dat van geschoolde arbeiders en zelfs lager dan dat van geschoolde arbeiders met een hoger niveau. Op dit moment behoren afgestudeerden die net bij een bedrijf zijn gaan werken tot deze klasse. Met de huidige popularisering van computers en internet vereisen hun banen steeds minder speciale functietraining en academische opleiding. Dit is de onderliggende reden is waarom hoogopgeleide werknemers ontevreden zijn over hun baan. Door het gebrek aan functievereisten voor hun werk zijn overuren nu een belangrijk kenmerk van deze groep geworden. Veel overeenkomsten tussen witte en blauwe boorden op het gebied van werkomgeving, beloning en behandeling vervagen. De middengroep wordt geleidelijk groter, wat bevorderlijk is voor de integratie van blauw en wit en de vorming van groepen middeninkomens. In vergelijking met ontwikkelde landen die hun modernisering hebben voltooid is het aandeel van de  witte boorden en geschoolde arbeiders onder de werkende bevolking in China nog steeds klein. Er is nog steeds een zekere kloof tussen arbeiders en witte boorden in termen van sociale identiteit. Sommige van die misverstanden zijn niet bevorderlijk voor sociale solidariteit en de ontwikkeling van hoogwaardige industrie.

Boeren

Op dit moment hebben de Chinese boeren een cirkelstructuur gevormd, bestaande uit drie ‘cirkels’: ‘landbouwarbeiders’, ‘plattelandsbevolking’ en ‘mensen geregistreerd als plattelander’. In 2022 was het aantal mensen per cirkel respectievelijk 177 miljoen, 491 miljoen en 673 miljoen. Het aandeel werknemers in de primaire industrie daalde van 70,5% van de arbeidskrachten in 1978 tot 24,1% in 2022. Hoewel de daling groot is, is dit aandeel nog steeds hoog in vergelijking met het niveau van minder dan 10% in ontwikkelde landen zoals Europa, de Verenigde Staten en Japan. Beperkt door het landoppervlak per hoofd van de bevolking en de omstandigheden van de landbouwgrond laat het mechanisatieniveau van de meeste bouwgrond nog steeds veel ruimte voor verbetering over. De trend van grootschalige en gemechaniseerde landbouw biedt een drijvende kracht voor de verdere ontwikkeling van traditionele boerengroepen. Tegelijkertijd zorgt verstedelijking voor meer arbeidsplaatsen, hogere lonen en een comfortabelere leefomgeving voor de beroepsbevolking, waardoor de transformatie van boeren naar arbeiders aantrekkelijker wordt. Tussen duwen en trekken blijft het aantal traditionele landbouwarbeiders afnemen met een ratio van bijna 10 miljoen per jaar. Aan de andere kant, met de toename van plattelandsmigranten en de ontwikkeling van stedelijke bouw, zullen veel plattelandsgebieden zich tot steden ontwikkelen, wat meer goedkope opties biedt voor de stroom van mensen naar stedelijke gebieden.

Met de voortdurende afname van het landelijk aantal geregistreerden als plattelander, zal de landbouwarbeidersklasse geleidelijk stabiliseren en een nieuwe klasse (de boerenklasse in enge zin) met professionele boeren als kern is begonnen zich te vormen. Het nieuwe type landarbeiders heeft landbouwarbeid ontwikkeld tot een beroep en beoefenaars hebben zich volledig bevrijd van de ketenen van een ‘boerenidentiteit’. Veel stedelingen zijn de laatste jaren naar het platteland getrokken om nieuwe agrarische activiteiten uit te voeren. Het akkerland per hoofd van de bevolking voor nieuwe landbouwarbeiders groot, wat bevorderlijk is voor gemechaniseerde productieactiviteiten. Zij hebben vaardigheden, zijn bekend met management en zijn nauwer verbonden met de markt. De sociale levensomstandigheden, openbare diensten en sociale zekerheid op het platteland zullen ook geleidelijk verder worden geoptimaliseerd met de hervorming van het registratiesysteem van huishoudens. Het is vermeldenswaard dat als gevolg van de COVID-19-epidemie en de wereldwijde economische neergang het verstedelijkingsproces is vertraagd en het aantal boeren is afgenomen. In vergelijking met 2021 is de populatie van landbouwarbeiders in 2022 met ongeveer 6 miljoen toegenomen, de eerste toename in bijna 20 jaar.

Intellectuelen

Intellectuelen in brede zin omvatten drie groepen: professioneel en technisch personeel (intellectuelen in enge zin), ambtenaren en werknemers in ondernemingen met een hbo-diploma of hoger. De groep witteboorden in brede zin bestaat uit drie delen: bedienden (witteboorden in enge zin), professioneel en technisch personeel en bestuurders. Daarom is er een ‘drie-drie correspondentie’-patroon gevormd tussen intellectuelen in brede zin en witteboorden in brede zin in termen van afkomst, opleiding en beroep. In de sociale realiteit van de werkomgeving waar theorie en praktijk volledig worden gecombineerd is het in feite moeilijk om de twee groepen intellectuelen en witteboorden in brede zin te scheiden. Op dit moment is het aantal mensen dat hoger onderwijs heeft gevolgd ongeveer gelijk aan het aantal intellectuelen in brede zin. Volgens de gegevens van de zevende nationale volkstelling in 2020 zijn er 217 miljoen mensen met een hbo-diploma of hoger in het land, goed voor ongeveer 14,4% van de totale bevolking; terwijl bij de derde nationale volkstelling in 1982 de bevolking met hoger onderwijs slechts ongeveer 0,7% van de totale bevolking uitmaakte. Met de ontwikkeling van het onderwijs in meer dan 40 jaar is het aandeel van de bevolking met een hoger onderwijs diploma meer dan 20 keer toegenomen; het analfabetisme is gedaald tot 2,67%; en het consolidatiepercentage van de negenjarige leerplicht heeft 95,7% bereikt. Het gemiddelde onderwijsniveau van de Chinese bevolking is al lang niet meer lager onderwijs zoals in de begindagen van de economische hervormingen. Dit hoger onderwijsniveau heeft de totale levensstandaard verhoogd. Met de aanzienlijke toename van intellectuelen in brede zin is het moeilijk om de term ‘intellectuelen’ te blijven gebruiken als een referentieconcept voor klassenanalyse. Het concept van ‘intellectuelen’ is in feite gemarginaliseerd.

Intellectuelen in enge zin verwijzen naar die leden van de samenleving die zich bezighouden met de innovatie en ontwikkeling van kennis op het gebied van spirituele beschaving, zoals filosofie en sociale wetenschappen, natuurwetenschappen en technologie, geneeskunde, literatuur en kunst. Het ontwikkelen en creëren van nieuwe kennis is hun belangrijkste taak. Ze verschillen van zowel de witteboordenklasse in de onderneming als de ambtenarenklasse. Zij houden zich voornamelijk bezig met cultureel en technisch werk in connectie met scholen, ziekenhuizen, wetenschappelijke onderzoeksinstituten, enz. Zij beheersen wetenschappelijke en culturele kennis op een volledige en systematische wijze en met grote diepte. Ze zijn niet als de ‘literaten’ uit de keizerlijke tijd en zijn ook anders dan ‘shi‘ (een oude Chinese term voor hogere ambtenaren uit de periode voor de eenwording van China) uit de Chinese oudheid. Het is beter de term ‘professioneel en technisch personeel’ te gebruiken om de huidige ‘intellectuele klasse’ uit te drukken.

Modernisering

Het rapport van het 20e Nationale Congres van de Communistische Partij van China wees erop: ‘Modernisering in Chinese stijl gaat over de harmonie tussen materiële en spirituele beschaving’. De materiële beschaving heeft door de bevordering van wetenschap en technologie snelle vooruitgang geboekt. Tegelijkertijd moet ook de gehele samenleving aandacht besteden aan het nastreven van de spirituele beschaving. De ontwikkeling van de bevolking stelt hogere eisen aan het sociale management en de openbare diensten van het land. Professioneel en technisch personeel zal in dit opzicht hun voorsprong ten volle moeten benutten om de samenleving hoogwaardige diensten aan te bieden. In de toenemende popularisering van het hoger onderwijs van vandaag speelt professioneel en technisch personeel een positieve rol in de constructie van ideologie en menselijke waarden. Zij hebben toegang hebben tot een breder scala aan professionele informatie uit binnen- en buitenland.

Migratie

Onder invloed van diverse factoren zoals veranderingen in de economische situatie in binnen- en buitenland en relevante beleidsaanpassingen is het groeipercentage van plattelandswerknemers iets verminderd. Het concept van ‘werknemers van plattelandsondernemingen’ is in feite uit het academisch onderzoek en beleidsformulering verdwenen. ‘Plattelandsarbeiders (letterlijke vertalingen van nongmingong)’ worden verdeeld in ‘lokalen’ en ‘migranten’. De verdeling van plattelandsarbeiders is in principe stabiel met iets meer migranten dan lokalen. Volgens de gegevens van het National Bureau of Statistics van plattelandswerknemers door de jaren heen, waren er in 2023 in het gehele land ongeveer 298 miljoen plattelandswerknemers, de grootste in de geschiedenis, een stijging van 0,6% in vergelijking met 2022. Onder hen waren 121 miljoen lokale werknemers en 177 miljoen migranten. Naast de impact van de COVID-19-epidemie heeft het remigratiebeleid ook de groei van migranten effectief onder controle gehouden. Hierdoor nam het aantal arbeidsmigranten dat buiten de eigen provincie ging om te werken jaar na jaar af van 76,75 miljoen in 2017 tot 67,51 miljoen in 2023. Dit beleid omvat: ongelijke toewijzing van openbare middelen binnen het registratiesysteem van huishoudens en stijgende kosten van het woonwerkverkeer. 

Verstedelijking

Provinciale overheden bevorderen actief de verstedelijking en streven ernaar de beroepsbevolking te behouden en de werkgelegenheid te regelen. Door veranderingen in de economische situatie en de omvang van de bevolking zal het aantal migranten in de toekomst niet veel toenemen. De Chinese bevolking is een stadium van negatieve groei ingegaan en de ‘leegte’ op het platteland heeft een afname van de eeuwenoude vruchtbaarheidspopulatie veroorzaakt. Ten tweede is het aantal boeren de afgelopen jaren geleidelijk gekrompen. Deze factoren weerspiegelen de voortdurende achteruitgang van de totale bevolking in de plattelandsgebieden en de krimpende ‘bron’ van migranten. Vanuit het perspectief van ‘export’ zal het conversiepercentage van plattelandswerknemers naar stedelijke bevolking, als gevolg van het tractie-effect van het beleid, geleidelijk hoger zijn dan het groeipercentage van die werknemers zelf. Daarom zal de omvang van deze klasse niet meer significant toenemen. Vanwege de grote nationale bevolking, de beperktheid van de openbare middelen in steden en de omvang van de plattelandswerknemers is het echter moeilijk om hun aantal in korte tijd snel te verminderen. Er is dus een periode van afvlakking nodig.

Overgangsklasse

De groep plattelandswerknemers zal steeds meer de kenmerken hebben van een overgangsklasse. Ten eerste is de groep met een hbo-diploma of hoger goed voor 13,7% van de plattelandswerknemers. Velen van hen zijn pas afgestudeerde studenten zijn wier gezinsregistratie nog steeds in hun geboortestad is. Ze hebben meer mogelijkheden om stabiele banen te krijgen en realiseren zo de dubbele sprong van platteland naar stedelijk en van landbouw naar industrie en dienstensector. Ten tweede begint de bevolking met een huishoudregistratie op het platteland in hoge mate in het stadsleven te integreren. Op dit moment is de bevolking met een plattelandsregistratie 182 miljoen groter dan de bevolking op het platteland. Dit betekent dat er aan het einde van het jaar 128 miljoen plattelandswerknemers in stedelijke gebieden woonden. Dit toont aan dat veel plattelandswerknemers zich in stedelijke gebieden geworteld hebben. Ze behoren in termen van werk- en levensomstandigheden al onder de stedelingen en hun huishoudregistratie op het platteland is het laatste spoor van hun ‘boerenstatus’. Ten derde zijn de nieuwe plattelandswerknemers sinds 2015 voornamelijk lokale plattelandswerknemers, uit de eigen provincie. Gezien de veel voorkomende deeltijdwerkgelegenheid van de plattelandsbevolking zal het werkelijke aantal lokale plattelandswerknemers groter zijn dan de statistische gegevens aangeven en met de vooruitgang van de verstedelijking zullen veel plattelandsgebieden zich ontwikkelen tot steden. Het is moeilijk hen boeren te noemen in termen van de aard van hun werk en levensomstandigheden. Door toe te treden tot de gelederen van plattelandswerknemers, transformeren boeren op het platteland eerst in werknemers naar de aard van hun werk en vervolgens qua leefomgeving naar ‘stedelingen’, waardoor ze geleidelijk hun eigen klassensprong maken.

Individuele economie

De klasse van zelfstandigen was de eerste klasse die zich na de hervormingen in het economische en sociale leven begon te ontwikkelen. Die klasse voorzag in de werkgelegenheidsbehoeften en het dagelijks leven van groot aantal stedelijke en plattelandsbewoners. Rond 2000 daalde het aantal zelfstandigen tot 45,87 miljoen als gevolg van de invloed van meerdere factoren, zoals de opkomst van supermarktketens en stadsvernieuwing. In de afgelopen jaren, met de welvaart van online winkelen en de standaardisatie van het daaraan gerelateerde management is de schaal van individuele industriële en commerciële ondernemingen en aanverwante beoefenaars weer uitgebreid. Volgens de laatste gegevens van de State Administration for Market Supervision and Administration waren er eind 2023 124 miljoen individuele industriële en commerciële ondernemingen landelijk geregistreerd, goed voor meer dan tweederde van het totale aantal ondernemingen, met een werkgelegenheid voor ongeveer 300 miljoen mensen. Een dergelijk grote schaal van de individuele economie weerspiegelt de realiteit dat ons productiviteitsniveau en de ontwikkeling van de socialistische markteconomie nog steeds niet hoog zijn en dat het niveau van relevante sociale instellingen en mechanismen nog moet worden verbeterd. De individuele economie heeft de relevante kenmerken van kleinschalig kapitaal en gediversifieerde werkvormen. Dit breidt de werkgelegenheid uit, wat bevorderlijk is voor de bevolking met lage arbeidsvaardigheden om het gezinsinkomen te verhogen door zelfstandig ondernemerschap en dienovereenkomstig de belasting op de openbare diensten en de sociale voorzieningen van de overheid vermindert.

De individuele economie is het schakelpunt in het stedelijke en landelijke werkgelegenheid, dat een rol speelt bij het ondersteunen van het levensonderhoud van mensen en het bevorderen van de uitwisseling en interactie van leden van de samenleving. Zelfstandigen zijn allereerst werknemers, maar wel werknemers die arbeid en het bezit van productiemiddelen combineren. Op dit moment nemen zelfstandigen nog steeds familieleden als basis voor samenwerking. In tegenstelling tot individuele industriële en commerciële ondernemingen die in de 20e eeuw winkels exploiteerden, zijn online diensten en mobiel winkelen momenteel de belangrijkste bedrijfsmodellen van deze klasse. Op dit moment komen zelfstandigen voornamelijk uit de gelederen van werkzoekenden, huisvrouwen en plattelandswerknemers, van wie velen in deeltijd werken. Hun inkomenssituatie is verschoven van de bovenmodaal aan het einde van de 20e eeuw naar het modale niveau. Hoewel online winkels hun de mogelijkheid geeft om een bredere bron van klanten te aan te trekken en zo hogere inkomens te behalen, is het inkomensniveau van de meeste zelfstandigen niet hoog. Op dit moment zijn de nieuw opkomende individuele industriële en commerciële ondernemingen voornamelijk geconcentreerd op online winkelplatforms en zijn er nog maar weinig die fysieke winkels opzetten. Aan de ene kant bestaan de invloed van supermarktketens en die van gemeentelijke vereisten voor ondernemers nog steeds, maar aan de andere kant stelt het online platform beoefenaars in staat om goedkeuringsprocedures te omzeilen en ‘zero cost’-winkels op te zetten. Ze hoeven zich geen zorgen meer te maken over de inrichting en het onderhoud van winkels, water- en elektriciteit en andere voorzieningen. Met behulp van internet en communicatietechnologie hebben zelfstandigen een nauwere relatie met fabrikanten van grondstoffen. Zelfstandige ondernemers in allerlei dagelijkse benodigdheden hebben meer weg van verkopers van een productiebedrijf, maar in tegenstelling tot het verleden hoeven ze geen goederen te hamsteren en zich zorgen te maken over de kwaliteit van goederen. Omdat de nieuwe vorm van het plaatsen van bestellingen via individuele handelaren en directe levering door fabrikanten verschillende tussenliggende partijen elimineert, zijn de werktijden van zelfstandigen ook flexibeler. geworden.

Nawoord

Dit is een lang en diepgaand artikel, vandaar dat ik deze eigen vertaling in twee delen aanbied. Het puilt uit van nieuwe inzichten over sociale klassen die uitnodigen tot nadenken. Waar de Soviet Unie verzuimde zich na de revolutie ideologisch aan de veranderde sociale situatie aan te passen zijn politicologen en andere specialisten in China bezig het ‘moderniseren’ van het klassieke Marxisme. Het tijdschrift Wenhua Zongheng (Culturele Varia), dat ik al vaker voor Chinasquare gebruikt heb, staat vol met artikelen in dit kader.

Bron: Wenhua Zongheng (Culturele Varia)