Commentaar bij de Chinese economische resultaten van 2025 (opinie)

De China’s economische groei bedroeg 5% in 2025. Op wereldvlak is dat een uitstekend resultaat. De Chinese overheid spreekt over een ‘resiliënte’ groei, dwz een mooie groei ondanks interne problemen en externe tegenwind. Ze kondigt verdere stimulansen aan voor 2026 en het nieuwe vijfjarenplan 2026-2030. Het IMF heeft zijn groeivooruitzichten voor 2026 verhoogd naar 4,6%.

China International Digital Economy Expo 2025 in Shijiazhuang Foto: Xinhua/Wang Xiao Disclaimer

Het Chinese bbp nam 5% toe, goed voor 30% van alle groei in de wereld. Alleen India (6,7%) , Vietnam en de Filipijnen deden beter. De groei in de VS bedroeg ongeveer 2%, die van het VK 1,3% en Duitsland eindigt op 0,1%. Het Chinese bbp bedraagt nu ongeveer 14.000 dollar per persoon.

Doelstelling gerealiseerd

De groei haalt het begin dit jaar vooropgestelde doel van ‘ongeveer 5%‘. De Chinese regering noemt dit resultaat ‘resiliënt’, het is gerealiseerd ondanks interne remmen ( de slabakkende vastgoedsector, gedaalde investeringen, extreme concurrentie in sectoren zoals zonnepanelen, batterijen en elektrische voertuigen, zwak aantrekkende vraag naar consumptiegoederen) en een complexe externe omgeving (de door de VS gevoerde handelsoorlog en een aantal politieke en militaire conflicten).

De toegevoegde waarde van de industrie groeide met 5,9% sneller dan het bbp. In dit geheel valt de tragere groei van de energiesectoren op (2,3%) en de snelle groei van machinebouw (9,2%) en hoogtechnologische productie (9,4%) op.

Een belangrijk positief aspect is dat innovatieve sectoren het snelst groeiden; 17% van de toegevoegde waarde in de bedrijven van een zekere omvang komt al van hoogtechnologische productie.

De dienstensector groeide 5,4%. met ook hier uitschieters van meer dan 10% in informaticasectoren.

De nagestreefde transitie naar een innovatieve economie loopt dus goed.

Dalende trend

Minder gunstig is de dalende trend van de economische groei, die in 2025 sterk begon maar in het vierde trimester daalde tot 4,5%. Deze curve zal in 2026 moeten omgebogen worden. De regering heeft daarom deze week een reeks maatregelen aangekondigd om consumptie en investeringen te ondersteunen.

Buitenlandse handel als motor niet zonder risico

Het BBP kent drie groeimotoren: investeringen, consumptie en buitenlandse handel. Opvallend voor 2025 is dat buitenlandse handel ondanks de Amerikaanse handelsoorlog aan belang wint. In 2025 was er een stijging met 3,7%.

De met 20% gedaalde uitvoer naar de VS is meer dan gecompenseerd door de Chinese handel met het globale Zuiden en de EU en zorgde zo voor een derde van de economische groei, het hoogste aandeel sinds 1997.

Maar buitenlandse handel blijft een onzekere factor die elk moment door geopolitieke gebeurtenissen kan verstoord worden. Binnenlandse consumptie en investeringen moeten de stabiele basis van groei vormen.

China boekte ook een record overschot op de handelsbalans idoordat de invoer veel minder steeg dan de uitvoer. Dit kan op termijn problematisch worden wanneer meer landen maatregelen willen nemen om hun handel met China, één van hun grootste handelspartners, meer in evenwicht te brengen.

Niet toevallig heeft de regering maatregelen uitgevaardigd om de uitvoer van zonnepanelen, batterijen en elektrische voertuigen ietwat af te remmen, door bijvoorbeeld de BTW op uitgevoerde producten niet volledig terug te betalen en uitvoerders te verplichten een licentie aan te vragen. Met de EU is intussen een compromis bereikt over elektrische voertuigen.

Er staan ook maatregelen op stapel om meer in te voeren door promotie van buitenlandse producten. De crux ligt hier echter bij de Chinese consument die moet overtuigd worden om de (duurdere) buitenlandse producten te kopen en daar de middelen moet voor hebben.

Hoe de consumenten meer laten kopen?

De vraag naar consumptiegoederen steeg met 3,7% eerder traag en zorgde voor ‘slechts’ 52% van de groei van het bbp, wat naar normen voor landen met een zeker niveau van ontwikkeling te laag is. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat landen bij het begin van hun industrialisering veel moeten investeren, terwijl in reeds geïndustrialiseerde landen de consumptie een groter deel van het bbp opslorpt. Volgens nogal wat binnen- en buitenlandse experts zit China nu in de overgangsfase tussen die twee en moet de consumptie omhoog om de toenemende productiecapaciteit op te slorpen.

Dat de Chinese consument momenteel twijfelt om meer te consumeren heeft verschillende oorzaken: spaarders die in vastgoed geïnvesteerd hebben worden getroffen door stagnerende of dalende prijzen; seizoensgebonden maar stijgende werkloosheid bij jongeren (momenteel ongeveer 14,5%) schept een klimaat van onzekerheid; extreme concurrentie door overinvestering in sectoren als zonnepanelen, batterijen en elektrische auto’s versterkt het klimaat van onzekerheid (door ontslagen) en remt loonstijgingen af; de transitie van laag technologische nijverheid naar hoogtechnologische zorgt voor onzekerheid omdat andere profielen van werknemers nodig zijn; de sociale zekerheid op het platteland (en voor veel migranten) loopt achter bij die van de stedelijke arbeiders.

De Chinese regering zal er niet alleen moeten voor zorgen dat de inkomens stijgen, maar de burgers ook het vertrouwen geven dat ze niet te veel moeten sparen voor moeilijke dagen. Over hoe dat best kan woedt in politieke en academische kringen het debat. Dankzij de talrijke op het internet beschikbare vertaalde academische artikels en toespraken kunnen we dat tegenwoordig ook in het buitenland volgen.

Daling van investeringen

De zwakke toename van de vraag naar consumptiegoederen draagt op zijn beurt bij aan een daling van de investeringen. Investeringen in vaste activa daalden in 2025 met 3,8%. Sinds 1989 was er slechts één jaar een daling, tijdens de Covid-19 pandemie.

Investeringen in vastgoed daalden liefst 17,2%, na eerdere dalingen de vorige jaren. Deze sector waarin zich in de loop van twintig jaar een bel van miljoenen onverkochte of onafgewerkte woningen en honderden miljarden schulden gevormd had, is de regering sinds 2020 aan te saneren. Het is de vraag of men in 2025 de bodem bereikt heeft.

Indien men de vastgoedsector niet meerekent dan dalen de andere investeringen in vaste activa op jaarbasis 0,5%. Indien die trend zich langere tijd doorzet komt blijvende economische groei in gevaar.

Een verder opsplitsing leert dat de daling vooral zit in de infrastructuurinvesteringen( -2,2%). Het gaat hier voornamelijk over overheidsinvesteringen. Die staan onder druk omdat de financiële situatie van de lokale besturen – door de dalende inkomsten uit de vastgoedsector- verslechterd is. En men kan ook niet onbeperkt investeren in hogesnelheidslijnen, sensationele bruggen en nieuwe vliegvelden; er moet overgeschakeld worden op softere infrastructuur zoals gezondheidszorg, onderwijs of cultuur.

Om de investeringen in infrastructuur op peil te kunnen houden kijkt men nu vooral naar de centrale overheid die een programma van langlopende kasbons gelanceerd heeft om die te financieren.

De privésector (vastgoed niet meegerekend) zag zijn investeringen met 1,9% dalen. Aangezien die instaat voor 80% van de stedelijke tewerkstelling is bijkomende steun te verwachten.

Er is ook een positief nieuws over investeringen: die in de industrie stegen met 0,6%. Dit gemiddelde dekt uiteenlopende tendensen. De primaire sector (mijnbouw en dergelijke) zag 2,3% meer investeringen, de secundaire sector (fabrieken) 2,5% groei maar de tertiaire sector(diensten) daalde 7,4%. Hoogtechnologische sectoren deden het goed: informaticadiensten investeerden 28,4% meer en lucht-en ruimtevaart 16,9%.

Investeringen in onderzoek en ontwikkeling bedroegen 2,8% van het bbp, een nieuw record en 0,11% meer dan in 2024. De Europese Unie haalde in 2025 ongeveer 2,3%, het laagste resultaat sinds 2010.

‘Involutie’

Terwijl de investeringen in het algemeen iets daalden, leed 2025 onder wat men in China ‘involutie’ noemt: in beloftevolle sectoren zoals elektrische auto’s, zonnepanelen of batterijen hebben te veel bedrijven – dikwijls met steun van de lokale overheden- geïnvesteerd en is er overcapaciteit; de concurrentie is er extreem en de ultra lage marges laten weinig ruimte om te investeren voor verdere innovatie. De regering probeert deze sectoren te saneren door de sterkste, modernste bedrijven te ondersteunen en de andere te laten opslorpen.

Groei ondersteunen

Om de groei in 2026 op een gelijkaardig niveau te laten doorgaan dienen dus heel wat interne remmingen aangepakt. De Chinese regering werkt momenteel aan maatregelen die door het parlement begin maart zullen goedgekeurd worden. Het gaat om een pakket steunmaatregelen voor de consumptie, de kleine ondernemingen en de technologiesector.

De National Development and Reform Commission (NDRC), het superministerie van economie, werkt aan eenplan om de consumptie te verhogen tijdens het vijfjarenplan 2026-2030.

Er zullen een reeks projecten gelanceerd worden in de hoogtechnologische sectoren Nieuwe energie, lucht- en ruimtevaart, bio-industrie en kunstmatige intelligentie zijn de groeimotoren voor de toekomst. Om die sectoren te bevorderen worden op nationaal vlak investeringsmaatschappijen opgericht.

Er worden plannen gesmeed om de tewerkstelling op peil te houden en de inkomens te verhogen in de stad en op het platteland. Zo zouden bestaande schema’s die de aankoop van consumptiegoederen stimuleren verlengd worden en gaat extra aandacht naar de dienstensector.

Het ministerie van financiën gaat van zijn kant de financiële kost van investeringen verlagen, ook voor de kleine private bedrijven. Daarvoor is een waarborgprogramma van 500 miljard yuan voorzien. De budgetaire tekorten van de overheden blijven volgens het ministerie op hetzelfde niveau als in 2025 maar sommige experts interpreteren dit als ‘minstens op hetzelfde niveau maar indien nodig meer’.

Alles bijeen lijkt de regering zich goed bewust van de sterke en zwakke kanten van de situatie en worden de knelpunten systematisch maar niet overhaast aangepakt. Het is dan ook logisch dat zelfs een reeks westerse financiële instellingen hun groeiprognoses voor China in 2026 na de bekendmaking van de cijfers verhoogd hebben, met als belangrijkste het IMF dat op 4,6% gokt.

Bronnen: National bureau of Statistics; Xinhua, Caixin, South China Morning Post

Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.