Het volk dienen: Sociale voorzieningen in China ( 2)

Einde vorig jaar besteedde de denktank MERICS (Mercator Institute for China Studies) een themanummer aan de sociale voorzieningen in China. Het behandelde vooral de strategie van sociale voorzieningen sinds president Xi aan de macht kwam, en specifiek de gezondheidszorg, het onderwijs, de huisvestingspolitiek, de strijd tegen armoede en de tewerkstelling van mindervaliden. We halen er de voornaamste punten uit. Dit is het tweede deel van het artikel, waarin we onderwijs, huisvestingspolitiek, strijd tegen armoede en tewerkstelling van mindervaliden behandelen. Het eerste deel vind je hier.

Onderwijs: digitalisering op lokaal niveau.

China wordt een wereldleider in het gebruik van digitale toepassingen in het onderwijs. De infrastructuur in de meeste scholen is er al, maar wordt nog te weinig gebruikt. Leraars en ouders zijn er nog niet aan gewend, en het nationaal toegangsexamen voor het hoger onderwijs legt nog te veel de nadruk op van buiten leren. Hier zijn nog hervormingen nodig.

Het Chinese onderwijs kent twee diepe tegenstellingen. Alhoewel in 2017 40% van de leerlingen doorstroomden naar het hoger onderwijs, blijft er een grote ongelijkheid tussen gewone en betere scholen, en tussen stad en platteland. En, ondanks men sinds 1990 praat over innovatief, creatief onderwijs, blijven van buiten leren en ideologische conformiteit de regel.
De toepassing van digitale media in het onderwijs kan bijdragen tot het verbeteren van die twee tegenstellingen.

Het “Ten Year Development Plan for the Informatization of Education between 2011 and 2020” werkt met drie pijlers: scholen gaan online, klassen gebruiken digitale media, en er komen toegankelijke virtuele leerplatformen.

Bij het plan spelen vier principes: Goed onderwijs toegankelijk voor iedereen; onderwijs dat opnieuw meer nadruk legt op morele opvoeding; grootschalige innovatie en meer aansporing tot creativiteit; en wereldwijde ambities om via digitale technieken beter onderwijs voor iedereen beschikbaar te maken (Het UNESCO International Research and Training Centre for Rural Education bevindt zich in Beijing).

De digitale ontwikkelingen in het onderwijs gebeuren bijna uitsluitend op initiatief van de overheid. Daartoe zijn ook op dit domein allerlei administratieve herschikkingen op centraal en lokaal niveau bezig.
Hoewel de privésector aanwezig is in het Chinese onderwijs – vooral het hoger onderwijs- speelt het in het digitaliseringsverhaal geen grote rol , tenzij als leverancier van hard- of software.

Gemengde resultaten

Een voorbeeld is in het rurale arrondissement Xingye in de provincie Guangxi. Het telt 763.500 inwoners en lanceerde in 2017 een ICT project voor 20 miljoen yuan (2,7 miljoen euro). Er kwam hardware in 293 scholen, een data center, een platform met educatief materiaal, een administratief platform, een communicatieplatform, toepassingen voor leraars, en een platform om zich vertrouwd te maken met digitale technieken. Het systeem bevat 4 miljoen documenten leerstof, 25.000 lessen, 270.000 e-boeken en 1,6 miljoen examenvragen.

In 2016 had 87% van de lagere en middelbare scholen internet. 80% van de klaslokalen was uitgerust met multimedia. 60% van de leerlingen kan thuis een computer gebruiken. Ter vergelijking: in OESO landen is dat gemiddeld 91%.

De zware investeringen in digitalisering sluiten echter niets steeds aan bij de lokale behoeften en interesses. Dat leidt tot een zekere graad van verspilling. Een algemeen verschijnsel tot nu toe is dat de mogelijkheden van digitaal leren onvoldoende gebruikt worden, voornamelijk omdat de mentaliteit van leraars en ouders er nog niet volledig rijp voor is.

De resultaten zijn ook niet altijd zoals gewenst. Het MERICS rapport verwijst naar een studie over een pilotproject in Chengdu. In elitescholen werden video’s geproduceerd die dan naar plattelandsscholen gestuurd werden. De productie van de video’s verhoogde het niveau van de eliteschool. Maar de passieve consumptie van de video’s verhoogde het niveau van de rurale school niet.

Woningzekerheid in de stad

Door de oplopende woningprijzen in de stad heeft 60% van de gezinnen een probleem om een betaalbare woning te vinden. In principe geeft de overheid subsidies voor gezinnen met een laag inkomen, en laat de markt huizen bouwen voor gezinnen met een middelmatig inkomen.
De bouw van woningen valt traditioneel onder de bevoegdheid van lokale overheden die daarvoor samenwerken met vastgoedpromotoren. De centrale overheid komt nu echter actief tussen omdat er teveel speculatie en ontevredenheid is.
Ook op dit terrein gaat men te werk met lokale pilotprojecten om verschillende inkomenscategorieën optimaal te bedienen. Mensen met een laag tot middelmatig inkomen kunnen gedeeltelijk huiseigenaar worden, de huurmarkt wordt ondersteund en krotwijken worden gerenoveerd.

80% van de stadsbewoners leeft in zijn eigen huis. De regering geeft vooral subsidies voor aankoop en moedigt bouwpromotors aan betaalbare woningen te bouwen. Een beperkt aantal sociale woningen van de overheid gaat naar arme gezinnen. De huurmarkt is minder ontwikkeld dan in andere landen. Huizen zijn voor de meeste rurale migranten te duur. Velen leven aan de rand van de stad in minderwaardige gebouwen.

Vroeger was huisvesting de verantwoordelijkheid van de werkgever. In de jaren 90 werden deze woningen voor een prikje verkocht aan de bewoners. Sommige oude wijken met arbeiderswoningen zijn nu krottenwijken geworden.

Tot de wereldcrisis van 2008 beperkte de overheid zich tot het geven van koop- of huursubsidies aan een beperkte groep van gezinnen die het meest nodig hadden. Met de economische stimulering van 2008-9 werd voor het eerst ook ingezet op de bouw van sociale woningen en renovatie van krottenwijken.

In 2010 is een plan gelanceerd voor sociale huurwoningen. Het vijfjarenplan 2011-15 voorzag in de bouw van liefst 36 miljoen sociale woningen; de doelstelling werd overtroffen. Er werden ook nieuwe maatregelen genomen om speculatie te verminderen en bouwpromotoren te dwingen een zeker percentage sociale woningen te bouwen.

Het vijfjarenplan 2016-20 bevestigt de taak van de overheid om te zorgen voor woningen voor arme of bijna arme gezinnen. Voor de anderen speelt een gecontroleerde en bijgestuurde markt en wordt de huurmarkt aangemoedigd. Nieuw in het plan is het recht op steun voor migranten die zich nog maar pas in de stad hebben laten registreren.

Tussen 2009 en 2016 is het bedrag dat de overheid uitgeeft aan huisvesting vertienvoudigd. De centrale overheid neemt daarvan minder dan 10% voor haar rekening.

Het praktisch organiseren van de woningbouw is de bevoegdheid van de stadsbesturen. Deze staan enerzijds zwak – sommigen moeten tot 70% van hun budget halen uit winst op grondverkopen- maar anderzijds sterk want zij beslissen autonoom wat gebeurt- een ideale voedingsbodem voor corruptie. Bouwen van sociale koop- of huurwoningen is dan weer een financiële last voor het stadsbestuur en moet van bovenaf opgelegd worden.

‘Huizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren’

Het algemeen beeld verschilt van plaats tot plaats. Uit een enquête in provinciehoofdsteden van 2014 bleek dat in Shanghai de vraag het aanbod overtrof met 30% en in Chengdu het aanbod 130% boven de vraag lag.

In 2017 verklaarde president Xi: ‘Huizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren’. Sindsdien wordt veel aandacht geschonken aan lokale pilotprojecten die eventueel kunnen veralgemeend worden.

In 2007 is in een kleine stad in Jiangsu een experiment gestart met gedeeld eigendom tussen de lokale overheid en de gezinnen. Gezinnen kunnen achteraf het volledig eigendom verwerven aan gunstige voorwaarden, terwijl de overheid bij eventuele volledige afkoop de marktprijs zal betalen.

Het experiment is in 2010 en 2014 uitgebreid, naar een aantal grote en kleinere steden. Beijing heeft aangekondigd tussen 2017 en 2022 in totaal 325.000 huizen te gaan bouwen volgens dit schema. Iedereen, zonder inkomensgrens, kan in het schema meedoen. Gedurende vijf jaar kan men zijn aandeel in de woning uitsluitend aan de staat verkopen. De aankoopprijs van de woning is gebaseerd op de markt. In de praktijk lijkt dit project, dat in gelijkaardige vorm in Shanghai loopt, vooral te beletten dat de middenklasse wegvlucht uit de te dure megasteden.

In 2017 zijn de eerste nationale regels uitgekomen voor de promotie van huurwoningen op de privémarkt. Privé of openbare promotoren krijgen diverse financiële voordelen voor de bouw van huurwoningen. Er komt een openbaar platform voor woningverhuur. Bij een pilotproject in Beijing wordt bij de openbare verkoop van bouwgronden voorrang gegeven aan projecten die de bouw van huurwoningen voorzien. In 2017 werden verschillende varianten van het systeem uitgetest in 12 andere steden.

De regering besloot ook tussen 2013 en 2017 tien miljoen krotwoningen te renoveren. Dat gaat meestal via subsidies aan promotoren of via publiek-private samenwerking. Dit project biedt echter alleen soelaas aan mensen die reeds een woning hebben.

De bouw van sociale woningen door de overheid is geen speerpunt van de huidige strategie. Die is vooral gericht op subsidies, gedeelde eigendom, promotie van de huurmarkt en renovatie van krotwoningen.

De overheid werkt liefst indirect, via het sturen van de markt; dat kan natuurlijk gemakkelijker dan in andere landen omdat diezelfde overheid eigenaar is van alle bouwgrond.

Vermeldenswaard is het Housing Provident Fund, een door de overheid geleid fonds waarin zowel werkgevers als werknemers verplicht bijdragen moeten storten. Kandidaat eigenaars kunnen hun krediet opnemen en krijgen ook voordelige interesten op hun lening. In de stad leven echter veel mensen met onregelmatige contracten die buiten dit systeem vallen.

Uitroeien van de armoede tegen 2020

Tegen 2020 moet de extreme armoede uitgeroeid zijn. Daarom moet de diepgewortelde armoede in sommige achtergebleven rurale streken aangepakt worden. Voor dit doel worden zowel overheidsinstellingen als bedrijven en locale organisaties gemobiliseerd. Een belangrijk instrument is e-commerce die kansen biedt aan de allerarmsten.

Hoe belangrijk de doelstelling is valt af te lezen aan de sterke toenamen van centrale en lokale financiering. Om armoede duurzaam uit te roeien moet ook gezondheidszorg en onderwijs van goede kwaliteit aangeboden worden.

China heeft de voorbije 40 jaar ongeveer 800 miljoen mensen uit de armoede getild. Maar de laatste loodjes wegen het zwaarst.

De huidige campagne heeft enkele speciale kenmerken: het gaat alleen om rurale armoede; men werkt systematisch: wie kan werken krijgt opleiding en ondersteuning om een eigen inkomen te verwerven, wie door problemen niet kan werken krijgt blijvende bijstand; men werkt met een gedetailleerd databestand van diegenen die hulp krijgen én van de hulpverleners. Binnen dat kader kan men lokaal experimenteren.

Voor aspecten zoals het promoten van e-commerce worden alle actoren gemobiliseerd. Doel is tegen 2020 in 90% van de dorpen internet te hebben en in 80% een internet informatiecentrum.

De Agricultural Bank of China speelt een grote rol bij de financiering van lokale projecten. De uitbouw van e-commerce kan op de financiële steun rekenen van giganten uit de sector zoals Alibaba en Ant Financial Services Group.

Digitalisering en andere instrumenten voor duurzame armoedebestrijding

De digitalisering kan op verschillende manieren helpen de armoede te bestrijden: ze laat arme dorpen en gezinnen toe een eigen zaak op te zetten via e-commerce; digitalisering biedt aan mensen met problemen – zoals mindervaliden- soms toch nog geschikte banen. Daarnaast wordt armoede bestreden door lokale nijverheid te ontwikkelen, door hulp van rijkere aan arme regio’s, door hervestiging van personen die in te onherbergzame streken wonen, en door het gebruik van zonnepanelen als gedecentraliseerde energiebron.

Tussen 2014 en 2017 verdubbelde het centrale budget voor armoedebestrijding tot 86 miljard yuan (11,5 miljard euro) terwijl de lokale budgetten meer dan verviervoudigden tot 54 miljard yuan (7,5 miljard euro).

Het slagen van het ambitieuze programma hangt af van voldoende budgetten nu de economie vertraagt, van nauwgezette opvolging van de programma’s die op tewerkstelling gericht zijn, en van voldoende aandacht voor de belangen van de arme dorpen en individuen bij de uitbouw van e-commerce. Uit de ervaring van landen als Mexico en Brazilië blijkt ook dat duurzame armoedebestrijding samenhangt met toegang tot goede gezondheidszorg en onderwijs vereist.

Tewerkstelling van minder validen dankzij digitale oplossingen

China wil met digitale technologie mindervaliden betere kansen geven op de arbeidsmarkt. Zo biedt e-commerce soms een kans op een baan eventueel als zelfstandige, zelfs in afgelegen streken. Dit geldt vooral voor personen met een fysieke handicap, die de helft van alle mindervaliden uitmaken. Of die mogelijkheden ook effectief een verschil gaan uitmaken, blijft nog af te wachten.

Doordat digitale technologie steeds breder toegankelijk wordt verschuift de focus bij steun aan gehandicapten stilaan van liefdadigheid of beschermde werkplaatsen naar zelfhulp door het vinden van een gepaste baan. Daarbij speelt ook de onderlinge hulp van mindervaliden via het internet een rol.

Officieel is 6,3% van de Chinese bevolking gehandicapt, en 80% daarvan werkt. Dit laatste cijfers is door verschillende omstandigheden gunstig overschat. De wet van 2008 promoot de tewerkstelling in privébedrijven, daar waar het vroeger eerder om beschermde banen in staatsbedrijven ging.

Vandaag zijn er financiële steunmaatregelen en verplichte tewerkstelling van 1,5% gehandicapten in bedrijven, zijn er voorbehouden banen bij de overheid, worden bedrijven van gehandicapten (zoals blinde masseurs) en gehandicapte zelfstandigen ondersteund.

In het Action Plan for Poverty Alleviation of Disabled People (2016-2020), zien we dat naast het toegankelijk maken van fysieke infrastructuur voor gehandicapten nu aandacht gaat naar het openstellen van de digitale wereld. Grote internetbedrijven zoals Alibaba spelen daarop in door een aantal banen open te stellen voor hen en door hen een platform te bieden om een eigen zaak te starten.

Het “Implementation Plan of E-Commerce Assisted Poverty Alleviation for Disabled People”van 2017 is een pilotproject dat voorziet in opleiding e-commerce voor 10.000 gehandicapten, in steun voor 3.000 zelfstandige kleinhandelaars op het internet, en in 15.000 banen in e-commerce voor mindervalide personen.

Het volledig themanummer vind je hier

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar