Het vijfjarenplan (2026-2030) en de doelstellingen voor 2026

De sleutelwoorden van het vijfjarenplan (2026-2030) zijn innovatie en kwaliteitsvolle ontwikkeling, een sterkere binnenlandse economie met een betere marktwerking, meer gemeenschappelijke welvaart en een veiliger ontwikkeling. Vergeleken met vorige vijfjarenplannen verschuift de focus verder van kwantitatieve groei naar kwalitatieve verbetering. Structurele problemen worden explicieter erkend en aangepakt. Voor 2026 focussen de doelstellingen bovendien op de aanpak van de onmiddellijke problemen rond slabakkend verbruik en investeringen.

Robotinspectie van ondergrondse kabels in Beijing Foto: Xinhua/Li Xin Disclaimer

Tijdens de jaarlijkse voltallige vergadering van het parlement heeft premier Li Qiang de plannen voor 2026 en het ontwerp-vijfjarenplan 2026-2030 voorgesteld. De Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming (NCDR) gaf in een lijvig document uitleg over dat plan. Het is een uitwerking van de aanbevelingen die in oktober zijn gedaan door het Centraal Comité van de Communistische Partij van China.

Vier kerntaken in het vijfjarenplan

Het vijfjarenplan focust op vier kerntaken: ontwikkeling van hoge kwaliteit, een sterkere binnenlandse economie, vooruitgang richting gemeenschappelijke welvaart en het combineren van ontwikkeling met veiligheid. De verslechterende wereldsituatie en de nieuwe koude oorlog van de VS tegen China spelen daarbij op de achtergrond mee.

Nog meer innovatie en een beter leefmilieu

Een ontwikkeling van hoge kwaliteit valt grosso modo uiteen in twee delen, namelijk innovatie en beter leefmilieu.

Innovatie is de topprioriteit. ‘Nieuwe kwalitatieve productiekrachten’ en ‘wetenschappelijke en technologische innovatie’ zijn de sleutelwoorden. Concretere doelen zijn de meest geavanceerde productiemethoden, zelfredzaamheid in wetenschap en technologie, interne innovatie en doorbraken op cruciale domeinen, en het verder doorvoeren van de digitalisering.

Onder het Beautiful China Initiative gaat de strijd tegen vervuiling verder, beschermt en herstelt men ecosystemen, stapt men versneld over op milieuvriendelijke productie. Daarnaast moet vóór 2030 de koolstofuitstoot pieken.

Meer binnenlandse consumptie en één nationale markt

Een tweede prioritair domein is het versterken van de binnenlandse economie. Om minder afhankelijk te zijn van uitvoer, moet het aandeel van het gezinsverbruik in het bbp omhoog. Dit impliceert een hoger levensniveau.

Investeringen door de overheid zullen niet meer uitsluitend naar fysieke activa gaan, maar in toenemende mate naar menselijk potentieel.

Het plan erkent dat in sommige sectoren de productiecapaciteit moet verminderen: staal, olieraffinage, koper, aluminium, omzetting van steenkool in chemische producten. Om dat te realiseren en structureel op te lossen, moet er één nationale markt komen, met maatregelen tegen lokaal protectionisme en het afschermen van lokale markten.

Bijkomende inspanningen voor gemeenschappelijke welvaart

Onder dit thema vallen de ‘sociale’ maatregelen, zoals steun aan gezinnen met kinderen, beter en langer onderwijs, betere gezondheidszorg en levensstijl, uitgebreidere ouderenzorg, volwaardige banen voor iedereen, verfijning van de sociale zekerheid, en maatregelen om de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen stad en platteland te verkleinen.

De bevordering van de Chinese cultuur en de verspreiding van socialistische waarden krijgt een aparte vermelding.

Ontwikkeling en veiligheid

De voedsel-, energie- en grondstoffenzekerheid moeten versterkt worden. De graanproductie zal verder langzaam toenemen en de energiecapaciteit zal snel groeien.
Een aantal economische risicofactoren zullen verder aangepakt worden: de vastgoedcrisis, de verborgen schulden van lokale overheden, de zwakten van kleine lokale financiële instellingen…
De algemene openbare veiligheid kan verder worden verbeterd.

De olifant in de kamer is de militaire veiligheid, waarover weinig concreets wordt gezegd, wat begrijpelijk is in de huidige Amerikaanse politiek ten aanzien van China.

Bron: E-commerce Agency, Shanghai Disclaimer

Twintig belangrijke streefdoelen van het vijfjarenplan

Het nieuwe vijfjarenplan bevat drie economische doelen voor groei, structuur en efficiëntie. Gedurende dit plan moet de basis worden gelegd om in 2035 het bbp per hoofd van 2020 te verdubbelen, zodat China tot de categorie landen met een gematigde welvaart gaat behoren (ongeveer 18.000 euro per persoon). Dat vereist een jaarlijkse groei van bijna 4,5%.

Op het gebied van innovatie zijn er eveneens drie, die zowel investeringen als resultaten meten. O&O- investeringen nemen met minimaal 7% per jaar toe. De kernsectoren van de digitale economie zullen tegen 2030 minstens 12,5% aan het nationale bnp bijdragen, een stijging ten opzichte van de doelstelling van 10% vijf jaar geleden.

Er zijn zeven doelen die het welzijn van de burgers meten: werkgelegenheid, inkomen, opleidingsniveau, gezondheidszorg, algemene gezondheid, ouderenzorg en kinderopvang. Tegen 2030 zal de verstedelijking 71% bereiken tegenover 67,9% nu. Jongeren zullen gemiddeld 11,7 jaar naar school gaan. De verwachte levensduur wordt opgetrokken naar 80 jaar.

Vijf doelstellingen hebben betrekking op duurzame ontwikkeling, waaronder het terugdringen van koolstofuitstoot en vervuiling, evenals natuurbehoud, en milieubescherming. Een opvallend cijfer is de beoogde vermindering van de koolstofuitstoot per eenheid bbp met 17%. China streeft ernaar het aandeel van niet-fossiele energie in het totale energieverbruik tegen 2030 te verhogen tot 25%, tegenover 21,7% in 2025.

Op het gebied van veiligheid zijn er criteria op het gebied van voedsel en energie. Het streefdoel voor graan is 725 miljoen ton, terwijl dit in 2025 nog 715 miljoen ton was. De totale energieproductiecapaciteit zal in 2030 het equivalent van 5,8 miljard ton standaardsteenkool bereiken, In 2025 bedroeg deze capaciteit 5,13 miljard ton.

109 sleutelprojecten

Bij de 109 grote projecten zijn er maar liefst 28 die draaien rond innovatie, wetenschappelijke, technologische en industriële doorbraken.

Openbaar vervoer, nieuwe energie, baanbrekende infrastructuur en platforms voor verdere economische ontwikkeling zijn goed voor 23 projecten.

Negen projecten werken aan de geïntegreerde ontwikkeling van platteland en stad om de kloof te verkleinen.

Voor de bevordering van het algemeen welzijn zijn 25 projecten uitgewerkt voor cultuur, onderwijs, gezondheid, ouderen- en kinderzorg,

De groene sector – leefmilieu en klimaattransitie – krijgt 18 projecten.

Zes projecten hebben betrekking op voedsel- en energieveiligheid.

Bron: CGTN Graphics Disclaimer

2026: eerste jaar van het vijfjarenplan.

Nadat het parlement het vijfjarenplan goedgekeurd heeft, zal het verder uitgewerkt en uitgevoerd worden op sectoraal en lokaal bestuursniveau.

Voor het eerste jaar van het plan presenteert premier Li al een concrete uitwerking. Het meest in het oog springt de beoogde economische groei, al ligt de klemtoon vooral op de kwaliteit van die groei. Daarnaast besteedt de regering aandacht aan de aanpak van structurele problemen die de groei afremmen, zoals te lage consumptie, lokale schulden en de vastgoedcrisis.

Groei

Voor 2026 streeft China een groei van 4,5 tot 5% na. Dat is iets trager dan de 5% van 2025. De Chinese regering erkent hiermee dat de internationale situatie complexer en risicovoller wordt en dat er binnenlandse structurele problemen moeten worden aangepakt. Anderzijds moet de groei voldoende blijven om een stijgende werkloosheid te voorkomen.

Het groeidoel voor 2026 is coherent met het plan om het bbp per hoofd van 2020 te verdubbelen tegen 2035.

Hogere binnenlandse vraag

Vergroten van de binnenlandse vraag bij gezinnen is een prioriteit. Li beloofde maatregelen voor hogere inkomens voor stedelingen, plattelandsbewoners en mensen met een laag inkomen, evenals een betere sociale zekerheid.

Elders zegt Li echter dat het inkomen van de gezinnen evenredig met de economie zal groeien. Dit betekent dat men, om de consumptie te verhogen, de gemiddelde Chinees zal moeten overtuigen minder te sparen en meer uit te geven.

In dat kader vallen de premies van 250 miljard yuan, bedoeld om oude consumptiegoederen in te ruilen voor nieuwe. Ook worden consumptieleningen aantrekkelijker.

Investeringen aanzwengelen

Door de zwakke consumptie en de sterke concurrentie in 2025 zijn de winsten gedaald tot een niveau waarop ook de privé‑investeringen stokken. Zonder een echte economische stimulans te lanceren voorziet de overheid toch belangrijke budgetten voor investeringen in strategische nationale projecten. Om de investeringen in de privésector op peil te houden maakt de overheid substantiële middelen vrij voor nieuwe kredietinstrumenten.

Naar nationale programma’s van strategisch belang gaat 850 miljard yuan, naar nationale investeringsprogramma’s 755 miljard yuan en naar de modernisering van installaties 200 miljard yuan.

De prijzen zullen met ongeveer 2% stijgen. Dit is meer dan in de voorbije twee jaar, waarin er wegens overcapaciteit in verschillende sectoren en moordende concurrentie praktisch geen inflatie was. De regering vertrouwt er dus op dat zij op dit punt vooruitgang zal boeken.

Nieuwe groeimotoren

Li besteedt veel aandacht aan het promoten van nieuwe groeimotoren. De staatsbedrijven zullen een voorhoederol spelen in industriële innovatie en in het ontwikkelen van de strategische nieuwe sectoren: chips, lucht- en ruimtevaart, biologische geneesmiddelen, laagvliegeconomie en nieuwe energie. Daarnaast zijn er de sectoren van de toekomst: kernfusie, kwantumtechnologie; interfaces tussen het brein en de computer, 6G en vooral de explosief groeiende AI-sector. De overheid voorziet budgetten voor kredieten en deelname aan de risico’s op deze gebieden.

Er wordt gewerkt aan het stroomlijnen van de beslissingsparameters en -mechanismen die ervoor moeten zorgen dat kredieten op alle niveaus terechtkomen bij de prioritaire sectoren en bedrijven

De budgetten voor onderzoek en ontwikkeling ter bevordering van zelfredzaamheid in wetenschap en technologie worden aanzienlijk verhoogd.

Ten minste 4% van het bbp zal naar onderwijs gaan.

Structurele hervormingen

Dit gaat over een brede waaier aan maatregelen.

Op de eerste plaats wil men één nationale markt realiseren, zonder lokale koninkrijkjes die verantwoordelijk zijn voor overcapaciteit of productie van lage kwaliteit. De focus ligt op nieuwe regels en criteria voor het toekennen van budgetten aan projecten van lokale overheden. Lokale overheden zullen meer eigen bronnen van belasting – bijvoorbeeld accijnzen – krijgen, zodat ze minder afhankelijk zijn van grondverkopen en de slabakkende vastgoedsector.

De sector van de staatsbedrijven moet efficiënter en moderner worden, en nieuwe regels zullen een gelijk speelveld voor de privésector dichterbij brengen.

De regering gaat ook werken aan regels en statuten voor platformen. Ze wil de handelaars die erop actief zijn en de vele (schijn)zelfstandigen die er voor werken beter beschermen.

Tewerkstelling op peil houden

De overheid zal de werkgelegenheid verder bevorderen door bedrijven te ondersteunen en adequate opleidingen te voorzien. Er gaat bijzondere aandacht naar jonge afgestudeerden, migranten, ex-soldaten en mensen met een handicap.

De feitelijke werkloosheid in de steden (stadsbewoners én migranten) blijft stabiel op 5,5%. Om dat te bereiken zullen er 12 miljoen nieuwe banen gecreëerd moeten worden, om te compenseren voor banen die verdwijnen en voor de nieuw aangekomen migranten.

Meer mensen met een nieuw arbeidsstatuut (zoals koeriers, influencers en uitzendkrachten) worden aangemoedigd om aan te sluiten bij de sociale zekerheid.

Ontwikkeling van het platteland

De basisziekteverzekering voor plattelandsbewoners en niet-werkende stedelingen krijgt meer subsidies per persoon. Het pensioen voor plattelandsbewoners stijgt met 20 yuan (2,5 euro) per maand. Meer dan 500 miljoen mensen zijn bij dit pensioensysteem aangesloten, waarvan 180 180 miljoen een pensioen uitbetaald krijgen.

Op dit punt werd impliciete kritiek geuit. Zes parlementsleden pleitten voor een (veel) snellere upgrading van de pensioenen voor plattelandsbewoners, die met een gemiddelde van 250 yuan per maand ver achterblijven bij stedelijke werknemers en ambtenaren.

Om de kloof tussen stad en platteland te dichten rekent de regering meer op verdere verstedelijking dan op verbeteringen van het pensioenstelsel die een grote budgettaire impact zouden hebben.. Stedelijke overheden die de permanente vestiging van migranten in hun stad vergemakkelijken, kunnen rekenen op 42 miljard yuan aan subsidies.

Voor de heropleving van oude revolutionaire basissen, streken met veel minderheden, grensgebieden en streken waar grondstoffen uitgeput raken, is er 202 miljard yuan voorzien.

Uitstootrechten

Li beloofde ook diverse acties voor een duurzame en koolstofarme economie. De uitstoot van koolstof zal met 3,8% per eenheid bbp dalen. Dit betekent dat bij een bbp-groei van 4,5% de totale uitstoot nog steeds stijgt, terwijl die volgens sommige experts in 2025 al gepiekt zou hebben.

Concreet zal de emissiehandel worden uitgebreid en komt er een ontwerpplan voor de hele energiesector.

Voor de bestrijding van lucht-, water- en bodemvervuiling wordt 62 miljard uitgetrokken.

Risico’s aanpakken

Onder het hoofdstuk veiligheid gaf Li details over de aanpak van de vastgoedcrisis (die al vijf jaar aansleept): beperking van het aantal nieuwe projecten, regeringssubsidies om leegstaande woningen om te vormen tot sociale woningen, renovatie van verouderde buurten en kredieten om projecten te kunnen afwerken. De vastgoedsector moet op zoek naar een nieuw duurzaam werkingsmodel.

Li erkende ook de ernst van de verborgen schulden van lokale overheden (overheidsschulden vermomd als bedrijfsschulden). De regels en het toezicht worden aanzienlijk strenger, maar de centrale overheid zal ingrijpen om de problemen aan te pakken.

De voedselveiligheid blijft een prioriteit. De graanproductie zal rond de 700 miljoen ton liggen. Dit is een voorzichtige doelstelling, want in 2025 bereikte men een record van 714,5 miljoen ton.

Zelfverbetering

Li ging ook nog in op de noodzaak van een betere werking van het functioneren van de regering en van de Partij. Hij volgt hierbij de lijn van partijleider Xi Jinping, die regelmatig spreekt over de noodzaak voor de communistische partij om zichzelf voortdurend te verbeteren, zowel organisatorisch en politiek als in werk- en levensstijl.

In het laatste deel van zijn rapport maakte Li ook een allusie op de grootschalige zuiveringen wegens corruptie van leidende figuren binnen het leger. Het gedrag van de leidende militairen moet onberispelijk zijn en het gezag van de Partij over het leger wordt benadrukt. Dat zijn voorwaarden zodat het leger de noodzakelijke versterking van zijn defensieve capaciteiten kan realiseren.

Betere handelsbalans

Premier Li belooft maatregelen om meer internationale openheid te bevorderen.

China streeft dit jaar naar een betalingsbalans in evenwicht. De betalingsbalans is het resultaat van de handelsbalans in goederen en diensten en van financiële operaties zoals buitenlandse investeringen. Concreet wil dit zeggen dat China er in 2026 naar zal streven minder overschot op de goederenhandelsbalans te hebben, meer buitenlandse diensten af te nemen en meer in het buitenland te investeren.

Li hoopt dit jaar vooruitgang te boeken met de onderhandelingen over toetreding tot het Digital Economy Partnership Agreement (met Chili, Nieuw-Zeeland, Singapore, en Zuid-Korea) en het Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership (een vrijhandelsverdrag met twaalf landen, geleid door Japan, dat probeert China erbuiten te houden). Daarnaast is er de blijvende inzet van China voor de hervorming van de Wereldhandelsorganisatie.

Wat met het budget?

In 2026 zal een meer proactieve fiscale politiek worden gevolgd. Proactief betekent niet dat de regering veel meer geld zal uitgeven om de economie te stimuleren, maar wel dat het geld efficiënter moet worden gebruikt.

De centrale overheidsuitgaven zullen met 3,5% stijgen. Ze nemen dus minder toe dan het bbp. Ongeveer tweederde van die uitgaven bestaat uit transfers naar lokale overheden, die met 2,2% stijgen.

Op nationaal vlak zijn de belangrijkste toenames voor basisonderzoek (+16,7%) ,wetenschap en technologie (+10%), diplomatieke uitgaven (+9,3%), defensie (+7%), strategische voedselvoorraden (+8,1%), intrest op schulden (+6,7%), openbare veiligheid (+5,9%) en onderwijs (+5%).

Het budget voorziet in 2026 een totaal deficit van zowat 4% van het bbp, ongeveer hetzelfde niveau als het recordniveau van 2025. Dat brengt de totale officiële overheidsschuld (nationaal en lokaal) op ongeveer 80% van het bbp – beter dan België, slechter dan Nederland. Maar het IMF schat dat daar bovenop nog lokale overheidsschulden vermomd als bedrijfsschulden zijn en komt uit op een totaal van ongeveer 125%.

Over de monetaire politiek zei Li dat China de wisselkoers van zijn munt dit jaar stabiel wil houden ten opzichte van een korf van munten van landen waarmee China veel handel drijft. Het financiële systeem zal ervoor zorgen dat er voldoende krediet beschikbaar wordt gesteld om de economie draaiende te houden.

Bronnen: Renmin Ribao in Engelse vertaling door Manosj Kewalramani.