Een verslag door Elisabeth Martens

Het tijdschrift Lava nodigde Patrick Nijs, voormalig Belgisch ambassadeur in China en vandaag beoefenaar van permacultuuruit uit voor een gesprek over zijn ervaringen in China en zijn visie op de betrekkingen tussen de EU en China. Dat vond plaats in de Koninklijke bibliotheek op 30 september. Hij werd er geïnterviewd door David Pestieau, vice-voorzitter van de Partij van Europees Links.
Congo, Laozi en Mao
Patrick Nijs werd geboren in Kinshasa, in Belgisch Congo, in een diplomatenfamilie. Hij bracht zijn jeugd door op de rode Congolese bodem, waar hij een bijzondere band met de natuur ontwikkelde. Tijdens zijn middelbare schooltijd ontdekte hij de Daodejing (Tao Te Ching), toegeschreven aan Laozi (Lao Tzu), wat zijn verbondenheid met de natuur versterkte. ‘De Dao volgt de natuur’ zegt Laozi; zo zijn mensen ook onderdeel van de natuur en zouden ze harmonie ermee moeten zoeken in plaats van haar te proberen te veroveren of uit te buiten. Dit was een keerpunt voor Nijs, dat hem naar het Oosten en de traditionele oosterse wijsheid leidde.
Tijdens zijn universitaire studies maakte Mao Zedongs Rode Boekje een blijvende indruk op hem. Hij zag in de toepassing van Mao’s ideeën de ontbrekende schakel in het taoïsme: hoe de principes ervan toe te passen op een macro-economische schaal, in een land zo uitgestrekt als een continent en dat in 1949 nog steeds tot de armste landen ter wereld behoorde.
Zoals hij zelf zegt, met een veelzeggende glimlach: ‘Het taoïsme leert harmonie met de natuur en met anderen, maar het biedt geen concrete oplossingen voor sociale en economische ontwikkeling; de Communistische Partij van China (CPC) vult dit gat.’ Taoïsme en maoïsme zijn samengekomen op een gemeenschappelijk pad waarlangs China met sprongen vooruitgaat, kalm en vol vertrouwen.
Diplomaat, adviseur, boer
Na diverse diplomatieke posten in Osaka, Shanghai en Hongkong, en vervolgens als Belgisch ambassadeur in Beijing van 2009 tot 2013, had Patrick Nijs een indrukwekkende diplomatieke carrière achter zich. In 2013 besloot hij vervroegd met pensioen te gaan. Hij koos ervoor om in China te blijven, een land dat hem al lange tijd fascineert en waarmee hij zich diep verbonden voelt.
Hij kocht een stuk braakliggend land in Dongchuan, in de provincie Yunnan, in het zuidwesten van China. De rode kleur van de grond deed hem denken aan zijn jeugd in Congo. Hij werd boer. Altijd al aangetrokken door ecologie, stapte hij spontaan over op landbouw zonder pesticiden of kunstmest, en uiteindelijk op permacultuur.
Om zijn project, genaamd ‘Kabissa’, te ondersteunen en verder te ontwikkelen, ruilt hij regelmatig zijn strohoed in voor een pak en stropdas en neemt zijn taak als internationaal bedrijfsadviseur weer op. Sinds 2013 adviseert Patrick Nijs bedrijven, instellingen en organisaties die actief zijn in sectoren zoals industrie, media, entertainment, onderwijs en de economische betrekkingen tussen Europa en China.
Een relatie onder spanning
Patrick Nijs is daarom bij uitstek de geschikte persoon om de relaties tussen Europa en China te bespreken. Hij constateert een duidelijke vertraging in de economische en politieke banden in het afgelopen decennium. Hoewel er van begin jaren 2000 tot begin jaren 2010 op tal van gebieden veel samenwerkingsverbanden ontstonden, zijn de betrekkingen tussen de Europese Unie en China geleidelijk aan gespannener geworden en steeds meer gekenmerkt door handelsgeschillen.
Drie grote werven van Xi Jinping
In 2013 begon Xi Jinping aan zijn eerste ambtstermijn als president van de Volksrepubliek China. Hij werd verkozen door het parlement na zijn benoeming tot secretaris-generaal van de CPC in november 2012. Tot de belangrijkste prioriteiten onder zijn leiderschap behoorden de strijd tegen corruptie, de vermindering van de armoede en ongelijkheid, en milieubescherming.
Zijn eerste twee ambtstermijnen bleken onvoldoende om deze drie doelstellingen te bereiken. Daarom is Xi Jinping momenteel bezig aan zijn derde ambtstermijn als staatshoofd. Dit werd mogelijk gemaakt door de grondwetswijziging van 2018, die de limiet van twee ambtstermijnen voor het presidentschap en vicepresidentschap ophief.
De strijd tegen corruptie gaat door, evenals het beleid gericht op het consolideren van de buitengewone resultaten in de strijd tegen armoede. Aan het derde grote project, milieubehoud en -herstel, wordt overal gewerkt , maar het is nog lang niet voltooid. Sinds 2013 speelt milieubescherming een steeds belangrijkere rol in het Chinese bestuur, met name via de vijfjarenplannen en besluiten van het Centraal Comité van de CPC.
China bekleedt nu een leidende positie in diverse groene technologieën -zoals windenergie, zonnepanelen, elektrische voertuigen, batterijen – en China heeft zijn beleid ter bescherming van ecosystemen aanzienlijk verbeterd door middel van nieuwe wetgeving. Het land heeft zichzelf ten doel gesteld de CO₂-uitstoot vóór 2030 te laten pieken en vóór 2060 koolstofneutraal te zijn. Desondanks blijft het in absolute termen ’s werelds grootste uitstoter van CO₂ en is het nog steeds sterk afhankelijk van kolen. Milieu-inspanningen hebben tastbare en zichtbare resultaten opgeleverd, maar het werk is nog lang niet af.
Waarom zijn de relaties met Europa verslechterd? Je zou denken dat Europa, gezien de veranderingen die hebben plaatsgevonden, de samenwerking had kunnen verdiepen in plaats van afstand te nemen.
Volgens Patrick Nijs ligt een deel van de verklaring in het groeiende wantrouwen dat in Europa is ontstaan ten aanzien van de koers die China onder Xi Jinping heeft ingeslagen. Sommige Europese opiniemakers hebben bijgedragen aan het creëren van een klimaat van wantrouwen en kritiek op China: ze portretteren het land als een dictatoriaal regime, verwijzen naar wijdverspreide surveillance, beschuldigen China van het stelen van technologie en knowhow, beweren dat er banen in Europa verloren gaan door China’s rol als ‘fabriek van de wereld’, beschuldigen het land van dumping, enzovoort. Deze anti-China-retoriek heeft bijgedragen aan verslechterde relaties en sommige Europese ondernemers ontmoedigd.
Hij constateert met spijt dat de terminologie van partnerschap, joint ventures en bilaterale samenwerking grotendeels plaats heeft gemaakt voor die van spanningen en handelsconflicten. Dit is een ontwikkeling die hij wil tegengaan, met name via het European Union China Joint Innovation Center, dat hij mede heeft opgericht.
De voormalige ambassadeur betreurt wat hij beschouwt als onvoldoende begrip, bij Europese functionarissen en opiniemakers, van hoe China functioneert. Volgens hem is het Chinese bestuur zeer efficiënt, zoals blijkt uit de hervormingen die de afgelopen decennia zijn doorgevoerd.
Efficiënt bestuur en consultatieve democratie
Hij volgde de Chinese ‘Twee Zittingen’ -de jaarlijkse bijeenkomsten van het Nationale Volkscongres (NPC) en de Chinese Volksraadgevende Conferentie (CPPCC)- en het opstellen van het 15e Vijfjarenplan op de voet.
De Vijfjarenplannen bepalen de brede richtlijnen voor de economische en sociale ontwikkeling op middellange termijn, sturen publieke investeringen aan en bepalen de prioriteiten in tal van sectoren, waaronder industrie, energie, infrastructuur, wetenschap en nieuwe technologieën. Bovendien behoudt de staat een aanzienlijke invloed op de Chinese economie door middel van haar meerderheidsbelangen in staatsbedrijven en het financiële systeem.
De ‘Twee Zittingen’ verwijzen naar de jaarlijkse zittingen van het NPC en de CPPCC; deze zijn niet beperkt tot het centrale niveau. Deze organisaties bestaan ook op provinciaal, stedelijk en districtsniveau. Volksvergaderingen en CPPCC-commissies bestaan op verschillende territoriale bestuursniveaus om meningen van de bevolking te verzamelen en deze door te geven aan de centrale overheid.
De CPPCC is een politiek raadgevend orgaan dat vertegenwoordigers van de CPC, van andere officieel erkende partijen, onafhankelijke individuen, vertegenwoordigers van burgerorganisaties en van diverse etnische en religieuze groepen en maatschappelijke sectoren samenbrengt. Deze vergadering stemt niet over wetten; die functie is voorbehouden aan het Nationaal Volkscongres (NPC). De CPPCC peilt echter de publieke opinie, identificeert problemen van burgers en formuleert concrete voorstellen om deze aan te pakken. Door de resultaten van deze raadplegingen door te geven neemt de CPPCC deel aan de beraadslagingen over staatszaken . Sociale media spelen een belangrijke rol in de uiting van de bezorgdheden van de burgers en het aankaarten van lokale problemen, zelfs wanneer ze onderworpen zijn aan controle en moderatie.
Politieke participatie in China is daarom niet beperkt tot leden van de CPC alleen: het Nationaal Volkscongres, de CPPCC, de acht andere officieel erkende politieke partijen, maatschappelijke organisaties en diverse lokale structuren nemen ook deel aan het institutionele systeem. De invloed van de CPC blijft echter dominant. Eind 2025 telde de CCP bijna 101,3 miljoen leden, wat neerkomt op ongeveer 7% van de Chinese bevolking. De enorme omvang van deze organisatie getuigt van haar belangrijke positie in de Chinese samenleving.
Bovendien gaf 86% van de respondenten in China volgens de Edelman Trust Barometer 2026 aan dat ze erop vertrouwen dat de overheid ‘het juiste zal doen’, vergeleken met 42% in Duitsland, 39% in de Verenigde Staten, 36% in het Verenigd Koninkrijk en 30% in Frankrijk.
Patrick Nijs is van mening dat het Chinese systeem van consultatieve democratie veel omvattender en effectiever is dan veel Europeanen denken. Volgens hem hebben zij de neiging het Chinese politieke systeem te snel gelijk te stellen aan een dictatuur, zonder te proberen de concrete werking van de instellingen te begrijpen.
Wederzijds vertruwen en leren van elkaar
Het handelstekort van de Europese Unie in de goederenhandel met China liep in 2025 op tot bijna een miljard euro per dag. Vandaar de vraag: is het niet tijd dat Europa de aard van zijn relatie met China heroverweegt?
Xi Jinping lanceerde in 2013 het Belt and Road Initiative (BRI) om infrastructuur, handel en internationale partnerschappen te ontwikkelen, ook met Europese landen. Verschillende Europese staten hebben in het kader van dit initiatief akkoorden en intentieverklaringen ondertekend. In 2019 werd Italië het eerste en enige G7-land dat formeel toetrad tot het BRI , voordat het in 2023 onder de regering Meloni zijn terugtrekking aankondigde.
Waarom, vraagt Patrick Nijs zich af, niet proberen het wederzijds vertrouwen te herstellen?
Hij benadrukt ook het belang van technologieoverdracht op gebieden waar Chinese bedrijven nu over geavanceerde expertise beschikken, met name in bepaalde groene technologieën.
Hij herinnert zich een tijd – in de jaren negentig en begin jaren 2000 – dat Chinese ingenieurs en delegaties naar Europa kwamen om onze knowhow te bestuderen, of het nu ging om landbouw, infrastructuur, gezondheidszorg of andere sectoren. China integreerde veel van deze kennis bij de ontwikkeling van eigen technologieën.
Zou het niet de moeite waard zijn, vraagt hij zich af, om onze trots opzij te zetten en naar China te gaan om deze nieuwe vaardigheden te observeren en ervan te leren? ‘We zouden er veel van opsteken’ concludeert hij.
Hij bepleit dan ook graag de mogelijkheid van partnerschappen tussen China en Europa.
‘Ecologische beschaving’, makkelijker gezegd dan verwezenlijkt.
Patrick Nijs is eerder pessimistisch over de staat van de Chinese landbouw. Volgens hem is een deel van de landbouwgrond zo intensief bewerkt met pesticiden en kunstmest dat de bodem erg is aangetast. ‘Het zal erg moeilijk zijn om die te herstellen’ zegt hij, met teleurstelling in zijn stem.
Hij herinnert zich dat Xi Jinping, destijds secretaris van de Chinese Communistische Partij voor de provincie Zhejiang, in 2005 Anji bezocht, een groene stad in die provincie, vlakbij Hangzhou. Tijdens dit bezoek fdeed hij de inmiddels beroemde uitspraak dat ‘helder water en groene bergen even kostbaar zijn als bergen van goud en zilver’.
Volgens Patrick Nijs moet deze uitspraak van Xi Jinping niet worden gezien als een loze slogan, maar als de uiting van een politieke verbintenis die geleidelijk een belangrijke plaats zou innemen in het Chinese bestuur en in de ontwikkeling van het concept ‘ecologische beschaving’. Hij legt ook een verband tussen dit concept en de Chinese taoïstische traditie en is van mening dat dit nu implicaties heeft die verder reiken dan de grenzen van China.
In plattelandsgebieden heeft hij de effecten kunnen waarnemen van het beleid voor plattelandsvernieuwing, dat, in combinatie met het concept van ecologische beschaving, een diepgaande invloed heeft op het leven van de lokale bevolking. Hij merkt op dat lokale overheden zeer ontvankelijk zijn voor de richtlijnen van de centrale overheid, ook al ondervinden de lokale verantwoordelijken soms moeilijkheden voor de correcte uitvoering van dit beleid in de praktijk.
Hij heeft in Yunnan ondervonden hoe lokale autoriteiten zich bewust werden van de gevolgen van het overmatige gebruik van plastic folie, kunstmest en pesticiden door boeren. Deze praktijken, die voornamelijk zijn ontwikkeld om de opbrengst te verhogen en bij te dragen aan de voedselzekerheid, kunnen de bodemkwaliteit aantasten en de vruchtbaarheid ervan op de lange termijn verminderen.
Om dit aan te pakken begonnen lokale ambtenaren huis-aan-huis langs te gaan om boeren het belang van bodembescherming uit te leggen en hen geleidelijk te overtuigen om duurzamere praktijken toe te passen.
‘De centrale overheid erkende duidelijk het belang van duurzame ontwikkeling, maar lokale overheden stonden voor een dilemma: ze wilden voorkomen dat boeren weer in armoede zouden vervallen, maar ze misten een duidelijk stappenplan naar een duurzaam model.’
Nijs suggereert soms aan lokale ambtenaren de inschakeling van externe experts om rechtstreeks met boeren samen te werken en deze transformatie te ondersteunen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een van de onderwerpen die Nijs regelmatig met lokale ambtenaren bespreekt, betreft precies deze spanning: Hoe kunnen we voldoende voedsel, een fatsoenlijk inkomen en goede leefomstandigheden voor de bevolking garanderen, terwijl we tegelijkertijd de milieugevolgen van de landbouwontwikkeling aanpakken?
Deze vraag reikt veel verder dan de Chinese situatie: veel Europese boeren worstelen ook met de lastige balans tussen economische levensvatbaarheid, milieueisen en de transformatie van landbouwmethoden. Het valt nog te bezien in hoeverre dit vraagstuk weerklank vindt bij Europese beleidsmakers.
Bron: Chine-écologie.org
Vertaling uit het Frans en tussentitels: ChinaSquare/Frank Willems
