Het klimaatbeleid in China is een succes. Westerse media en deskundigen geven het toe. Leren van China en samenwerken met het land dan maar? ‘Dat nooit’, de Chinese aanpak blijft voor sommigen vooral een gevaar.

In De Standaard legden enkele specialisten het verband tussen de bosbranden en de hittegolven die ons plagen en de klimaatcrisis. Goed. In de kop op de voorpagina werd echter op deze manier de toon gezet: Europa doet zijn best met een ‘voorbeeldig klimaatbeleid’, maar ‘ziet China winnen’. Op Facebook lezen wij terechte kritieken op de neoliberale oplossingen van de geraadpleegde deskundigen en op redactionele fouten in het stuk (’titel geeft inhoud niet correct weer’).
Opvallend is het feit dat ook kritische lezers de aanval op China negeren. Is het hen ontgaan dat China in De Standaard werd weggezet als een egoïstische supermacht die niet beter zou zijn dan de VS? China waarvan het ‘staatskapitalisme onze economie verplettert’ en dat ‘enkel zijn eigen industriële macht wil versterken’. Een land waarmee we dus niet moeten samenwerken, waar we niet van moeten leren, maar ‘waartegen we assertiever moeten zijn om het slimmer te beconcurreren’, in afwachting van het moment dat de Verenigde Staten zich bezinnen, wanneer het Trumpisme ‘als een boemerang in hun gezicht komt’.
Geheimen van het Chinese klimaatbeleid
Bij Friends of Socialist China lezen we een totaal andere interpretatie van de tegenstelling ‘Europese onmacht versus Chinees keihard succes’ in de aanpak van de klimaatcrisis.
Carlos Martinez schrijft over de merkwaardige terugkeer van de biodiversiteit in de Jangtse, een resultaat waar wij eerder op wezen bij ChinaSquare. De teloorgang van de biodiversiteit is, net zoals de bosbranden, een hardnekkig terugkerend probleem dat te maken heeft met vervuiling en klimaatcrisis. Hoe heeft China dat probleem in het stroomgebied van de Jangtse in grote mate opgelost? Martinez stelt: ‘Door een tienjarig verbod op commerciële visserij in de rivier, haar belangrijkste zijrivieren en de meren in haar stroomgebied – het grootste moratorium op zoetwatervisserij dat ooit is ingevoerd. Duizenden chemische fabrieken werden gesloten of verplaatst. In de bovenloop werden bossen aangeplant om de bodem vast te houden. In steden werden ‘sponsgebieden’ aangebracht met kunstmatige wetlands en waterdoorlatende oppervlakken om regenwater op te vangen en te filteren. En zo’n 200.000 vissers werden van het water gehaald, gecompenseerd en omgeschoold voor ander werk. Een rivier die op sterven na dood was, komt weer tot leven’.
En hij gaat verder: ‘Het Jangtse-programma vormt een onderdeel van de Chinese strategie voor een ecologische beschaving – die in 2018 in de grondwet van het land is vastgelegd. Ze wordt nagestreefd met behulp van dezelfde instrumenten die de Chinese economie hebben ondersteund: langetermijnplanning, omvangrijke overheidsinvesteringen en een staat die de macht heeft om kortetermijnbelangen van particulieren terzijde te schuiven in het belang van het collectieve welzijn. Het is precies dat vermogen dat China tot de onbetwiste wereldleider op het gebied van hernieuwbare energie, herbebossing en elektrisch vervoer heeft gemaakt’.
Paul Atkin, een Britse klimaatactivist, heeft vorig jaar de stellingen weerlegt dat China nog steeds ongeremd gebruik maakt van steenkool, en dat China enkel de eigen industriële macht wil versterken. ‘In China wordt nu 57 procent van de elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen, tegenover 50,8 procent in Groot-Brittannië. De binnenlandse uitstoot van China bereikt een piek, terwijl de vraag naar energie toeneemt. In de eerste helft van dit jaar daalde de uitstoot met 1,6 procent en nam het steenkoolverbruik met 2,6 procent af. …Hoewel er nog enkele lopende projecten zijn, heeft China besloten om af te zien van investeringen in steenkool in het buitenland, een cruciale stap. Meer dan 60% van de opkomende en ontwikkelingslanden loopt voor op de VS en Europa op het gebied van schone elektrificatie, vooral dankzij de export van goedkope zonnepanelen door China’.
Volgens Atkins is ‘het westerse ontwikkelingsmodel achterhaald, en de toekomst zal er niet uitzien als die van de VS – en dat kan ook niet. China volgt de VS niet in een race naar de bodem’. Hij haalt Ma Zhaoxu, de Chinese viceminister van Buitenlandse Zaken, aan die zegt: ‘Hoe de internationale situatie zich ook ontwikkelt, China zal zijn proactieve maatregelen tegen klimaatverandering niet afremmen.’
Machteloos Europa, keihard China?
Martinez is bijzonder scherp voor westerse (vaak gereputeerde) media zoals The Economist die het niet kunnen laten om elk ecologisch succes van China in een angstaanjagend daglicht te stellen. Ze bestempelen de Chinese aanpak als ‘eco-autoritair’. De redacteur van Friends of Socialist China noemt dit het ‘maar tegen welke prijs’-genre … China maakt een einde aan extreme armoede; maar tegen welke prijs. China bouwt ’s werelds grootste hogesnelheidsspoorwegnet; maar tegen welke prijs. China redt zijn grootste rivier van ecologische ondergang; maar tegen welke prijs. Ook De Standaard maakt zich aan dit soort verdachtmakingen schuldig: ‘China kan zijn geweldige energiehonger stillen’…en wij, als beste van de klimaatklas, zijn de klos. ‘We hebben vooral onderschat hoe snel China onze industrie onder druk zou zetten.’
Voor Martinez is het echter overduidelijk dat ‘de werkelijke prijs wordt betaald door de westerse hegemonie – en door een wereldbeeld dat het niet kan verdragen dat een socialistisch land het Westen zowel op ecologisch als op economisch vlak overtreft.’
Europa te braaf? In zekere zin…
‘Zijn we dan te braaf?’ zo eindigt de kop van het stuk in De Standaard op de voorpagina. Inderdaad, we zijn te braaf omdat we blijven accepteren dat de politici vooral in dienst van de markt handelen. Omdat we aanvaarden dat onze regeringen de wapenindustrie met belastinggeld blijven spijzen in plaats van met dat geld de klimaatcrisis en andere sociale problemen aan te pakken. We zijn te volgzaam zolang we niet kiezen voor een politiek systeem dat klimaatbeleid combineert met productiviteit, geleid door een partij die het maatschappelijk belang als de prioriteit ziet, zoals in China.
Eind mei waren we bij een panelgesprek georganiseerd door MO*. De deelnemers die blijk gaven van een open mind spraken de mythe tegen van een China ‘dat onze industrie onder druk zet, en niet altijd op een eerlijke manier’, een praatje dat ook in het De Standaard-artikel voorkwam. Toch misten we ook in dat panelgesprek een politieke duiding voor de bewonderde prestaties van China. De partij die het land bestuurt, is erin geslaagd vele elementen uit de Chinese beschaving die zich daarvoor lenen met het marxisme te combineren voor een socialistisch maatschappijproject. We verwezen in ons verslag naar de succesvolle oproep van Deng Xiaoping in 1984 om in China een snellere en grotere ontwikkeling van de productiekrachten te realiseren dan in het kapitalistische systeem. Volgens de architect van de opening en hervorming van China zou ‘op die manier de superioriteit van het socialistische systeem uiteindelijk blijken’. Daarom: wie een systematische en doeltreffende aanpak wil van de klimaatcrisis zal misschien toch eens moeten kiezen voor het socialisme (‘met Europese kenmerken’, oké).
Bronnen: De Standaard, Friends of Socialist China, The Economist, The Morning Star
* Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur, ook als dat een redacteur van ChSq is, zoals in dit geval.
