Eerste vijfjarenplan voor het verhogen van de binnenlandse consumptie

China heeft voor het eerst een vijfjarenplan voor het verhogen van de binnenlandse consumptie bekendgemaakt. Dit betekent een belangrijke opwaardering van die doelstelling.

Foto: Xinhua/ Xu Yu Disclaimer

In maart is het algemene vijfjarenplan 2026-2030 goedgekeurd. Dit wordt nu verder uitgewerkt op diverse gebieden. In dat kader is maandag voor het eerst een deelplan gepubliceerd dat volledig is gewijd aan het stimuleren van de consumptie. Dat onderstreept de verhoogde prioriteit voor het bereiken van de doelstellingen op dit gebied.

Het plan is erop gericht het volledige potentieel van de Chinese markt te ontsluiten, het consumptiepatroon te optimaliseren en de levensstandaard van de bevolking te verbeteren door middel van gerichte maatregelen.

Doelstelling

Het specifieke vijfjarenplan (2026-2030) stelt als doel de totale detailhandelsomzet van consumptiegoederen te verhogen tot ongeveer 60.000 miljard yuan (ongeveer 7.500 miljard euro) in 2030.
In 2025 is voor het eerst de 50.000 miljard yuan overschreden. Men spreekt dus over een geplande stijging met minstens 20% in vijf jaar tijd.

Een opvallend kenmerk van het plan is de nadruk op het stimuleren van consumptie die het welzijn van de bevolking verbetert, met gerichte steun voor ouderenzorg, kinderopvang, cultuur, toerisme en gezondheidszorg. Het doel is de levenskwaliteit te verhogen via hoogwaardig aanbod, verbeterde platforms en sterkere ondersteuningsmechanismen.

Veelzijdige maatregelen

Volgens Huang Yiping, decaan van de Nationale School voor Ontwikkeling van de Peking Universiteit, stijgt de binnenlandse consumptie minder snel dan de productiecapaciteit door twee structurele redenen: gezinnen blijven een groot deel van hun inkomen sparen; en lokale overheden investeren liever in infrastructuur en productiecapaciteit dan in het stimuleren van consumptie. Het plan moet hier aan verhelpen.

Het schetst 28 belangrijke taken die zijn verdeeld over zes cruciale gebieden, waaronder het verbeteren van de dienstverlening en het vergroten van de koopkracht.
Om de consumptiecapaciteit te verbeteren, pleit het voor het stabiliseren van de werkgelegenheid, het verhogen van het minimumloon en het vergroten van het inkomen uit spaargeld via verschillende kanalen.

Om consumenten gerust te stellen en aan te moedigen minder uit voorzorg te sparen, benadrukt het plan de noodzaak tot verbetering van het sociale zekerheidsstelsel en de verhoging van de overheidsuitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg en ouderenzorg om de financiële lasten voor huishoudens te verlichten.

Het document belooft ook de algmenle consumentenomgeving te optimaliseren en onredelijke beperkingen (op de aankoop van woningen?) op te heffen.

Het pleit voor een gestage verhoging van het aandeel van de uitgaven aan dienstverlening, met gerichte steun voor ouderenzorg, kinderopvang, cultuur en toerisme, gezondheidszorg en sport.

China heeft de afgelopen tijd verschillende positieve ontwikkelingen gekend op het gebied van dienstenconsumptie, waaronder de toeristische sector, die in 2025 met 9,9 procent groeide. Naast binnenlands toerisme voorziet het plan ook het vergemakkelijken van toerisme voor buitenlanders en zelfs het promoten van ‘Winkelen in China’.

Commentaar

Her verhogen van de binnenlandse particuliere consumptie kadert in de strategische discussie over de verhouding tussn investeringen tot verbruik. Zonder investeringen is er geen productiecapaciteit en dus ook geen verbruik mogelijk. Maar wanneer ontstaat er een onevenwicht door te veel productieve investeringen en te weinig verbruik (of het omgekeerde, zoals in de VS en de EU)? Wat met noodzakelijke investeringen in nieuwe productiefactoren, zoals AI, hoogwaardige chips…? Wat met investeringen in collectieve voorzieningen?

Bovendien zijn er verschillende vormen van consumptie. Zal men collectieve consumptie (goedkoop openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg…) of individuele consumptie (aankoop van gebruiksgoederen, enz.) sterker aanmoedigen?

Verder spelen de internationale economische relaties. Door de (te) lage binnenlandse consumptie van China komt een groter deel van de productiecapaciteit vrij voor uitvoer. China heeft al twintig jaar een globaal handelsoverschot en dat neemt nog toe. Maar dat maakt de Chinese economie kwetsbaarder voor protectionistische maatregelen van grote afnemers zoals de VS en de EU.

Het ‘verhogen van de binnenlandse consumptie’ maskeert dus een complexe problematiek. Met het publiceren van het plan erkent de Chinese leiding het belang van deze problematiek. Maar men beseft echter dat ze voorzichtig en stapsgewijs tewerkgaat en veel mogelijkheden openlaat.

Typisch is bijvoorbeeld dat de doelstelling van 20% stijging van de consumptie lager is dan de geplande stijging van ‘ongeveer’ 25% van het bbp in dezelfde periode. Terwijl volgens het vijfjarenplan het beschikbare inkomen van de bevolking de stijging van het bbp zal volgen. De 20% hogere consumptie lijkt dus een voorzichtige minimumdoelstelling.

Bron: Xinhua