Deze week brengt de Chinese president Xi Jinping een driedaags staatsbezoek aan de Verenigde Staten. Het is de tweede keer dit jaar dat Xi en Trump elkaar ontmoeten. Grote doorbraken zijn onwaarschijnlijk. De insteek is transactioneel, de aanpak van concrete wrijvingspunten. Beide partijen willen de tijdelijke stabilisering van hun relatie die bij de vorige ontmoeting overeengekomen was verder zetten.

Dit zijn de vier belangrijkste dossiers:
Verlenging van de wapenstilstand in de handelsoorlog?
Het meest urgente economische dossier is het verlengen van de wapenstilstand in de handelsoorlog, afgesproken bij hun ontmoeting in Busan in 2025. Die loopt op 10 november 2026 af.
Beijing wil verlichting van de eenzijdige Amerikaanse economische druk door invoerrechten, beperking van de uitvoer van hoogwaardige chips naar China en sancties tegen Chinese bedrijven. De Chinese export draait momenteel op volle toeren, ook met minder uitvoer naar de VS, dus Xi zal waarschijnlijk vooral op de laatste twee punten hameren.
Trump gebruikt de dreiging van nieuwe hoge importtarieven om enorme aankoopverplichtingen te eisen. Hij wil daadkracht tonen vóór de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen, maar een nieuwe handelsoorlog kan hij zich moeilijk permitteren want die zou de Amerikaanse inflatie de hoogte in jagen.
Daarnaast hangt de VS op veel gebieden, inclusief defensie, nog steeds sterk af van toegang tot de kritieke, zeldzame aardmetalen die China controleert. Een engagement van China om deze afhankelijkheid niet meer te gebruiken als tegenmaatregel zou welkom zijn in de VS maar is onwaarschijnlijk.
Er is veel kans op een tijdelijke verlenging van het Busan-akkoord, dat min of meer een statu quo inhoudt. Er wordt intussen ook onderhandeld over een aanzienlijke wederzijdse tariefverlaging voor ‘niet-gevoelige’ goederen. Xi kan Trump eventueel paaien met de belofte voor miljarden dollars Boeing vliegtuigen en sojabonen te kopen.
De strijd voor kunstmatige intelligentie (AI)
Inzake AI staan de visies lijnrecht tegenover elkaar.
Washington ziet AI als hét nieuwe instrument om de wereld verder te domineren. Het gaat om gesloten modellen van ‘algemene artificiële intelligentie’ in handen van drie of vier oligopolie’s, waarbij de overheid zich beperkt tot het om veiligheidsredenen decreteren welke landen en bedrijven tot welke modellen toegang krijgen.
AI word in deze optiek ook een belangrijke militaire factor
Om de Chinese AI te remmen beperkt de VS de uitvoer van cruciale chips en dreigt het met maatregelen tegen Chinese techbedrijven die geavanceerde westerse AI-modellen zouden ‘distilleren’.
China vertrekt van open source modellen waar iedereen kan mee werken voor het aanpakken van concrete problemen. Het ziet deze open source structuur als een basis voor de landen van het globale zuiden om een technologische inhaalbeweging te maken. AI is in China strikt gereguleerd.
Ondanks deze antagonistische visies leeft er in beide landen bezorgdheid over de mogelijke ontsporing van AI. Er zijn tussen China en de VS onderhandelingen bezig in technische werkgroepen met als doel een AI-veiligheidsplan om te voorkomen dat AI cyber- of biologische catastrofes veroorzaakt.
Een dergelijk veiligheidspact sluiten lukt hoogstwaarschijnlijk (nog) niet. De leiders zullen waarschijnlijk wel het licht op groen zetten voor een formele ‘AI-veiligheidshotline’ om incidenten of misverstanden rond AI-gestuurde cyberaanvallen snel te ontmijnen.
De oorlog tegen Iran: Welke uitweg?
De oorlog in Iran, die de VS en Israël in februari van dit jaar begonnen, komt zeker ook ter sprake.
In de VS neemt de afkeuring van die oorlog toe. Trump wil dat Xi de economische levenslijn van Teheran doorsnijdt. China is namelijk de grootste opkoper van Iraanse olie. De VS dreigen met sancties tegen deze Chinese oliebedrijven. Daarnaast dreigen sancties tegen Chinese bedrijven die mogelijk satellietdata doorspelen aan Iran.
China weigert echter te buigen voor Amerikaanse dictaten. Het veroordeelt ondubbelzinnig de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran en roept op een herneming van de wapenstilstand en tot vredesbesprekingen. Het omschrijft de relatie met Iran , waarmee het een strategisch partnerschap heeft, als normale economische samenwerking.
Toch kan China niet gewoon afwachten. Een verdere escalatie in het Midden-Oosten treft ieder land economisch, onrechtstreeks ook China dat veel uitvoert. En China streeft goede banden na met Saoedi-Arabië en andere golfstaten die steeds verder in de oorlog meegesleurd worden.
Er zijn speculaties over de oprichting van een gezamenlijke Amerikaans-Chinese werkgroep over maritieme veiligheid. Daarnaast kan Xi, al dan niet op vraag van Trump de Iraanse leiders aansporen tot terughoudendheid tegenover derde landen en tot soepelheid bij eventuele onderhandelingen.
Taiwan, bedreiging voor de regionale veiigheid
China blijft bij zijn principieel standpunt: De hereniging met Taiwan is een interne kwestie waarmee de VS zich niet te moeien heeft.
Voor Beijing is Taiwan een absolute rode lijn en zijn de door Trump goedgekeurde Amerikaanse wapenleveranties aan het eiland ter waarde van 14 miljard dollar onaanvaardbaar. Trump heeft dat wapenpakket intussen echter bevroren en bestempeld als ‘wisselgeld’ om economische toegevingen van China los te krijgen. Wat er met de leveringen gebeurt na deze top wordt een graadmeter voor het succes van de ontmoeting.
Alhoewel Trump minder op confrontatie rond Taiwan aanstuurt dan zijn voorganger Biden is zowel de Amerikaanse als de Chinese militaire aanwezigheid in de regio opgevoerd.
Er is hoop dat beide landen de militaire communicatie in de regio gaan verbeteren om accidentele confrontaties te vermijden. Ondertussen worden de dieperliggende politieke spanningen rond Taiwan simpelweg vooruitgeschoven.
Conclusie:
De top in Washington zal de diepe, systemische rivaliteit tussen de VS en China niet oplossen. Wel kan het overleg de scherpste randjes eraf halen. Als het komt tot een verlengde handelsdeal en hernieuwde militaire telefoonlijnen, kunnen zowel Washington als Beijing de top als een succes bestempelen.
Bronnen: Xinhua, People’s Daily, Reuters, Bloomberg
